Bloggers


John Willems

Onze ‘Panvisser’ John Willems verzorgt de vaste visreceptenrubriek in Zeehengelsport magazine.

Cor Juffermans

Cor Juffermans is als specialist op het gebied van onderlijnsystemen vast auteur van Zeehengelsport magazine.

Hank Perrée

Hank Perrée is schipper op een eigen charterboot en schrijft maandelijks een blog over zijn avonturen aan boord.

Michel van Spankeren

Gepassioneerd zee- en roofvisser. Studeerde MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit.

Sjors Waterschoot

Gepassioneerd sportvisser op zowel zoet als zout en als soortenjager altijd op zoek naar een nieuwe vissoort op zijn voortdurend groeiende lijst.

Blog overzicht

Het bestand kabeljauw (gul) in de Noordzee is gezond.  Jazeker, ik durf het aan om binnen te komen met een bericht dat veel emotie heeft losgemaakt en dat beslist  nog verdere discussie zal losmaken. Wordt nu niet direct boos, maar lees vooral even verder. 



De houting (Coregonus oxyrynchus) die van nature voorkwam in het stroomgebied van de Rijn en derhalve in het spraakgebruik ook wel Rijnhouting werd genoemd, wordt reeds enige decennia als uitgestorven beschouwd. De houting die tegenwoordig in onze wateren voorkomt, is een andere ‘soort’ uit de vormengroep van de Coregonen, de Deense houting (Coregonus mareana). De vissen die de laatste jaren steeds vaker in zowel ons kustwateren als diverse zoete binnenwateren worden aangetroffen, zijn afkomstig van Duitse en Deense uitzettingen. 



Geen visvakantie, maar wel vissen op vakantie. Wat is dat nu weer voor een vraag? Dat is toch precies hetzelfde? Nee dus. Als je een week naar Noorwegen gaat met een stel maten is dat een visvakantie. Aan het einde van de winter, als de vis paaineigingen heeft en ons Wies ze niet echt goed meer kan vinden, dan is het tijd voor de Odetteke-vakantie. Maar dan wél met het daaraan onlosmakelijk verbonden ‘Vissen-op-vakantie’.



Grabbelend naar de dikke sjaal in mijn rugtas, liep ik mijn zojuist op Schiphol gelande vliegtuig uit. In de aankomsthal werd ik hartelijk ontvangen door mijn ouders, broer en een huisgenoot uit Wageningen. Na een koffietje op het vliegveld liepen we naar de auto en genoot ik ingepakt onder een dikke laag kleren van de prachtige laagstaande zon. Hoe fris het ook mocht zijn in Nederland, ik vond het heerlijk om voor de verandering niet te voelen alsof ik een oven instapte zoals in Australië elke eerste stap uit een winkelcentrum, vliegveld of ander gekoelde hal aanvoelde. 


Net voor de eerste koudeperiode die de Beer uit Siberië zo onverwacht voor ons in petto had, stond ik op het mooie strand van Castricum te vissen. Het tijdstip en tij zorgvuldig uitgezocht, zodat ik al snel de bank op kon gaan. Met verre worpen moet het dan toch mogelijk zijn om bij de vis te komen, was mijn hoop. En zie: in geen jaren heb ik zoveel gulletjes gevangen vanaf het strand, als die dag. Gewoon overdag hè. Met 40 cm lange haaklijnen, haken F31 nr. 4 geclipt en een flinke dot aas kon ik er heel wat arresteren. Scharren en botten kwamen ook goed binnen. Usual suspect wijting bleek echter vrijwel afwezig. Waarom? Echt geen idee.



Op de dag dat ik dit schrijf, is het onwijs aangenaam weer. Het is droog, er staat een matig windje en je voelt de warmte van de zon alweer. Kom je per ongeluk echter op een tochtgat te staan, dan weet je meteen weer in welke maand we zitten. Toch ben ik voorzichtig optimistisch en denk ik dat vandaag wel eens de opmaat kan zijn naar het voorjaar en de daarbij behorende vangsten. Want jongens, laten we eerlijk zijn: de afgelopen weken was gewoon ruk. Oké, een enkele uitschieter daar gelaten, maar over het algemeen waren de vangsten hartstikke waardeloos. Ik schrijf bewust vangsten, want het vissen, kan weldegelijk hartstikke leuk geweest zijn. Toch?



De vorskwab (Raniceps raninus) wordt in onze kustwateren slechts sporadisch aangetroffen. Deze vis is familie van de kabeljauw, maar heeft nog het meeste weg van een gigantische kikkervis. Niet voor niets worden ze in het Engels 'tadpole fish' genoemd. Deze soort leeft beschut onder en tussen stenen en wordt ook door duikers niet erg vaak waargenomen. Uit het havengebied van IJmuiden waren mij twee meldingen van hengelvangsten bekend en dat was  voor mij aanleiding genoeg dat ik juist dáár misschien wel een kansje maakte om zo’n vorskwab te vangen.


Voldaan na een geweldige paar uur vissen met gave vangsten en met het vooruitzicht op een heerlijke culinaire ervaring had ik extra veel zin in het vervolg van de dag. Martin en ik zouden een ruim 30 kilometer lange wandeling gaan maken langs de kliffen van het Ben Boyd National Parc. Als ‘eindbestemming’ zouden we de ‘Boyd Tower’ gaan bezoeken, een niet heel spectaculaire toren, maar hopelijk maakte de wandeling dat meer dan goed! Na de prettige kennismaking met de rotsen van New South Wales eerder die ochtend moesten de hengels uiteraard mee, want wie wist wat voor mooie plekjes we onderweg tegen gingen komen…


“Waar blijven die grote Australische vissen toch?” Een vraag die constant door mijn hoofd heen spookte tijdens het rijden van visstek A(ardig) naar B(eter). Iedere keer als ik een winkelier in een dorpje Down Under vroeg naar stekken die wat betere vissen zouden kunnen opleveren, wezen ze op de kaart naar het noorden…



Vanuit je hippe retro-camper aan het strand de zon zien opkomen, om vervolgens vanaf de rotsen een lijntje te natten? Tijdens mijn reis door Australië dagelijkse kost! Na het vangen van die listige kogelvisjes in Lake Tyers (zie blog 24) waren ik en Martin in de kampeerbus gestapt en naar Cape Conran gereden. Ik parkeerde de bus in het holst van de heldere nacht in het nationale park en genoot toen ik uitstapte van de oneindige sterrenpracht met de Melkweg in haar midden. Lang uitslapen was uit den boze, want met zo’n heldere hemel moest de zonsopkomst fenomenaal gaan zijn. Toen de eerste straaltjes zon de bus begonnen te verlichten, gluurde ik door een spleet tussen de gordijnen en kon niets anders roepen dan: WAUW!



Aan het einde van die onvergetelijke vissessie aan de oever van Port Phillip in Melbourne stopte mijn koplamp met werken en moest ik al schuifelend zonder licht mijn weg van de steiger naar de parkeerplaats zoeken. Terwijl het schuim van de golven mij nog rond de oren vloog, stommelde ik over een visje dat door een grote golf onfortuinlijk op de houten steiger terecht was gekomen. Ik pakte het zachte blobje op en merkte dat het beestje jammer genoeg al te lang op het ‘droge’ had gelegen en aan een langzame ademnood was gestorven. Aangezien het diertje toch al was overleden nam ik het mee en bekeek ik het onder een lichtje bij de bus, waar ik zag dat het ging om een soort kogelvis



Na de hectische visserij in de storm die Melbourne teisterde, werd ik rustig gewekt door het ritmische gedruppel van water dat zich gedurende de nacht via de horren in de pop-top een weg in m’n kampeerbus had gebaand. Een straaltje zonlicht vond haar weg door een kiertje tussen de gordijntjes en streelde zachtjes mijn gezicht terwijl ik de potjes, pannetjes en bewaardoosjes in de wasbak leegde. Al rillend genoot ik van het kleine beetje warmte dat de zon mij bood en dacht ik aan de barrage van regendruppels die zich gestuwd door de wind horizontaal een weg baanden door de horren in ons verstelbare dak. Ik haalde de zekeringshaken van het dak los en zette de pop-top weer open zodat ik mijn stijve rug kon strekken en met wat meer bewegingsvrijheid door het met natte kledij en doeken gesierde slagveld kon banen.


Op een charterboot komt het leven in al zijn aspecten voorbij. Zo maakte ik onlangs een dagje mee waarop ik helemaal met mijn bek vol tanden kwam te staan. En ik verzeker je: dat gebeurt niet gauw…



“Hoe laat sta je morgenochtend aan het strand?” “Dat wordt zes uur Eran.” Ik hoorde de fotograaf van dagblad de Telegraaf slikken. “Zo vroeg?” “Jazeker, want in het donker trekken vissoorten als schar, wijting en gul dichter naar de kant en met dit tij kan ik er dan goed bij.”