Bloggers


John Willems

Onze ‘Panvisser’ John Willems verzorgt de vaste visreceptenrubriek in Zeehengelsport magazine.

Cor Juffermans

Cor Juffermans is als specialist op het gebied van onderlijnsystemen vast auteur van Zeehengelsport magazine.

Hank Perrée

Hank Perrée is schipper op een eigen charterboot en schrijft maandelijks een blog over zijn avonturen aan boord.

Marco Nieuwenhuize

Fanatiek (kayak) roofvisser op zout en zoet

Michel van Spankeren

Student MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit en gepassioneerd zee- en roofvisser.

Sjors Waterschoot

Gepassioneerd sportvisser op zowel zoet als zout en als soortenjager altijd op zoek naar een nieuwe vissoort op zijn voortdurend groeiende lijst.

Blog overzicht

Na het magere resultaat op locatie ‘Jurassic Bream’ en de knallende afsluiting van die dag terug in de stad aan de Derwent ging er een lampenbolletje branden. Arron en ik moesten zo snel mogelijk de rivier weer op om mij nog vóór het inzetten van de Tasmaanse kou aan een zeebrasem van formaat te helpen…



Na mijn onverwachte avontuur in IJmuiden, alweer een tijdje geleden, kreeg ik van hoofdredacteur Peter Dohmen te horen dat de kliplipvis (Ctenolabrus repustris) nog ontbreekt op de NCRZ-recordlijst Nederlandse wateren. Zie: www.ncrz.nl Helaas heb ik geen getuigen van mijn vangst en had ik ook geen foto met meetlint kunnen maken en derhalve kon ik dan ook geen officieel lengterecord claimen bij de Nederlandse Commissie Record Zeevissen. Jammer, maar wat kunnen we daar aan doen? Juist! Terug gaan -drie man sterk- en er voor zorgen dat we nóg zo’n kliplipvis zouden vangen.



Sinds mijn aankomst in Tasmanië hadden al mijn vistrips in het teken gestaan van het gericht vissen met kunstaas op één specifieke soort, met een eventuele bijvangst als prettige bijkomstigheid. Zoals ik in een eerder blog al liet weten, ben ik echter altijd te porren voor een sessie ‘soortenjagerswerk’. Het was dus de hoogste tijd om de wateren rondom Hobart eens te peilen op de biodiversiteit…



Na mijn eerste kennismaking met de explosieve Australische zwarte zeebrasem (Acanthopagrus butcheri) was een soort-specifieke verslaving geboren. Tijdens mijn vorige trip op de Derwent met Arron mocht ik de dril van een goed formaat vis aanschouwen en daarmee werd één ding voor mij duidelijk: ik moest en zou één van die grote dames landen. Zo vriendelijk als de Aussies zijn, was Arron bereid mij mee te nemen naar zijn geheime locatie ver buiten de stad, waar naar het schijnt alleen maar stevige tantes zwemmen…


Ter inspiratie en als start voor het schrijven van een nieuwe blog lees ik altijd het blog dat ik daarvoor heb geschreven. En in mijn voorgaande bijdrage heb ik jullie min of meer de belofte gedaan om te gaan schrijven over de juiste stek. Overigens best lastig, want de juiste stek is eigenlijk niet los te zien is van het juiste moment, het juiste aas en de juiste presentatie onder water; al die elementen die een rol spelen wil je de vis verleiden tot aanbijten.



Wie is het nog niet overkomen? Je staat in de hengelsportzaak naar wat spullen te kijken en loopt daar een volkomen vreemde tegen het lijf. Hij of zij kijkt naar dezelfde spullen, je ziet twijfel en enthousiast als je bent, geef je wat advies en je raakt aan de praat. Zo ging het mij ook toen ik een gigantische outdoor-sportzaak genaamd Anaconda vlak bij mijn stageadres in Tasmanië (Australië) binnenliep.



Eerder dit jaar was ik samen met Chris Doornaert en Pascal Rommelaere een dag naar Friesland afgereisd om daar te proberen een puitaal (Zoarces viviparus) te vangen. Dat bijzondere inheemse visje ontbrak bij ons alle drie nog op de lijst. Die dag in januari wist uiteindelijk alleen Chris er eentje te vangen. Vrij kort na onze dus slechts gedeeltelijk geslaagde missie had ik weer contact met Ronnie van Beem, de in Friesland wonende soortenjager die ons had getipt voor wat betreft de stek.


Laat ons met het heetste hangijzer beginnen. Ik heb een ochtendhumeur. Niet zo maar een ochtendhumeur, maar een echt megasuperverschrikkelijk ochtendhumeur. Dat is op zich niet erg. Als ik mijn eigen ding kan doen, komt dat in orde. Odette kan daar prima mee omgaan en weet de klippen waarop het ochtendschip de grond kan raken ondertussen moeiteloos te ontwijken. Met een dikke kus en steevast de woorden : “Wat er ook gebeurt, vriendelijk blijven…” gaat dit ongeleide ochtendprojectiel op het gemakkie de 20 minuutjes naar de haven rijden. Op mijn dooie akkertje de kratjes in de boot laden, luikjes open, stroom aan, motoren warmdraaien en ondertussen de rest inladen voor de matrozen van die dag.


Eenmaal alles geregeld voor mijn lange reis naar de andere kant van de aardkloot, bleek vliegen één ding, maar van het vliegveld naar de accommodatie geraken, dát bleek eigenlijk nog stuk lastiger. Ik zou namelijk aankomen op 25 april en dat is een nationale Australische (en Nieuw Zeelandse) feestdag genaamd ‘ANZAC day’ (Australian and New Zealand Army Corp day). ANZAC day is wellicht enigszins vergelijkbaar met onze 4 en 5 mei en het mag dan ook voor zich spreken dat niemand van werk beschikbaar was om mij van het vliegveld op te pikken. Er zat dus niets anders op dan zelf iets te regelen…



22 april 2017 - in mijn agenda staat met dik rood ‘wrakvissen met de Wahoo’ en  als locatie had ik er nog bij gezet: ‘ergens op de Noordzee’. De dagen voordien explodeerde Facebook zodra schipper Nico Marinus van de Sport Fishing Company weer een update plaatste van de vangsten van de dag. Dikke mooie gullen, die je echt gewoon, zoals het hoort, kabeljauw mag noemen. Het betrof werkelijk bijzonder fraaie exemplaren; knettergezond, mooi van lengte en echt super om te zien, dat het (soms) nog echt mogelijk is ergens een mooie kabeljauw te vangen. Dat zou ik dus gaan meemaken!



Ergens in de afgelopen 25 jaar was de droom ontstaan om ooit eens naar Australië te gaan. Als student zit ik niet vast aan werk of een gezin en dat zijn op zich prima randvoorwaarden voor een uitstapje naar de andere kant van de wereld. Bovendien was ik voor de afronding van mijn studies op zoek naar een stageadres.



In de getijdentabel was me opgevallen dat op 9 april het water wel héél laag zou staan. Dit is ideaal om aan de kust tussen de stenen te peuteren, omdat je dan de diepere spleten met het blote oog kunt zien. Dat zijn de verstopplekken van normaliter wat verstopt levende vissoorten als zeedonderpadden en slijmvissen, maar er kunnen altijd verrassingen uit zo'n spleet tevoorschijn komen.


Door het juiste moment uit te zoeken, zijn visdagen vaker succesvol. Het thuisfront weet dat ik op die momenten heel onrustig ben. Er moet gevist worden en dat snappen ze.



Op 28 maart sprak ik soortenjager Marcel de Vries over de plannen voor het weekend. Hij wilde die zondag met vismaat Jos Verruit achter de brakwatergrondel (Pomatochistus microps) aan gaan in het Zeeuwse Bruinisse. Deze grondeltjes heb ik daar een paar jaar geleden volop gevangen. Om de kansen op succes van  Jos en Marcel te vergroten, heb ik hen precies verteld hoe, waar en wanneer ik daar viste. Ik kreeg het aanbod om mee te gaan, maar dat heb ik uiteindelijk niet gedaan, omdat ik reizend met het OV pas zo’n 3 ½ uur later aan het viswater zou zijn dan zij, als alles al goed ging…