Bloggers


John Willems

Onze ‘Panvisser’ John Willems verzorgt de vaste visreceptenrubriek in Zeehengelsport magazine.

Cor Juffermans

Cor Juffermans is als specialist op het gebied van onderlijnsystemen vast auteur van Zeehengelsport magazine.

Hank Perrée

Hank Perrée is schipper op een eigen charterboot en schrijft maandelijks een blog over zijn avonturen aan boord.

Michel van Spankeren

Student MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit en gepassioneerd zee- en roofvisser.

Sjors Waterschoot

Gepassioneerd sportvisser op zowel zoet als zout en als soortenjager altijd op zoek naar een nieuwe vissoort op zijn voortdurend groeiende lijst.

Blog overzicht

Nauwelijks wind en volop zon, wordt voor morgen gegeven op het k14-c platform. In mijn zonnige achtertuin lees ik al voor de derde, of vierde keer de weersvoorspelling op windfinder. Telefoon naast me, want charterschipper Nick Marinus zal zo bellen hoe laat we morgenochtend vertrekken. “Kwart over vijf ”, herhaal ik als ik ‘m aan de lijn krijg. “Ja, wat denk jij dan? Wil je liever uitslapen?”, vraagt Nick enigszins grinnikend.  Natuurlijk wil ik dat niet. Hoe langer de visdag duurt, des te beter.



Afgelopen vrijdag konden jullie deel 1 lezen van mijn tweeluik over de recente visavonturen die vismaat Dirk en ik mochten beleven tijdens onze korte soortenjacht in Ramsgate, aan de overkant van de Noordzee. Onze tweede visdag visten we vrijwel het etmaal rond en de volgende dag staan we daarom laat in de ochtend op in ons hotel. Uiteindelijk zijn we zelfs pas rond 14.00 uur  klaar om te vertrekken. We besluiten om eerst eten en drinken te gaan kopen en ook brood om te proberen een harder te vangen. Dan meteen door naar de tackleshop Fishermans Corner om wat verse zagers en nog meer informatie over goede kantvisstekken te scoren.



Tijdens onze eerste gezamenlijke sessie aan de Waal, vertelde ik mede-soortenjager Dirk dat ik graag eens met de bus naar Engeland zou gaan, om daar dan een paar dagen van de boot te vissen. Het doel zou daarbij dan vooral zijn om aan de overzijde van de Noordzee in ieder geval één haai en één rog te vangen. Er ging nog de nodige tijd overheen voor we er aan toe kwamen om die eerst nog wat ‘vage’ plannen te concretiseren, maar toen ging het ineens snel en hadden we uiteindelijk drie weken van te voren alles geregeld. We zouden op 24 mei jl. de bus nemen om vervolgens om 23.00 te vertrekken met de ferry naar Dover. Vanuit de veerhaven aan de overkant was het vervolgens zo’n 20 minuten sjouwen tot een pinautomaat en een bushalte. Dan tenslotte nog een iets langer dan een uur met de bus naar onze eindbestemming Ramsgate en dan nog tien minuten lopen naar het hotel waar we B&B hadden geboekt. Je moet wat tijd inruimen voor zo’n buitenlandtripje met het openbaar vervoer…



In mijn laatste blog was ik ronduit lyrisch over de mooie vangsten die ik de periode daaraan voorafgaand had mogen meemaken. Ik niet alleen, maar ook jullie. Niet dat lyrische, maar die mooie vangsten… Gezien de reacties die ik daarna heb mogen lezen, heb ik geconstateerd dat mijn blog op twee manieren kon worden gelezen…


"Wat? Nog geen geep gevangen? Zoveel soorten op je lijst en die veelvoorkomende langsnavel heb jij die nog niet!" Helaas, die treiterige opmerking had ik al veel te vaak gehoord. En als antwoord kon ik dan niets beters inbrengen dan: “Nee, nog niet op mijn lijst, althans'…



Van alles wat er op deze blauwe planeet te doen is, moet vissen wellicht hét voorbeeld zijn van een hobby die zich uitstekend leent om te delen. Sterker nog: je beleeft het vissen naar mijn mening stukken beter als je deze belevenissen kunt delen met een gepassioneerd lotgenoot. Daarom besloot ik na mijn ongelooflijke kantvangst een medestudent en visser uit Denemarken uit te nodigen voor een serie vissessies. Het mag voor zich spreken dat ons gezamenlijke doel was om de nodige giganten in de wacht te slepen. Bovendien zou het geweldig zijn voor Jesper, de Deen, om vóór zijn huiswaartse reis ook kennis te mogen maken met de kracht van een prehistorisch monster…



Op een mooie donderdagavond begin juli jl. wilden we  graag naar een wrakje om met diverse kunstaasjes vooral op zeebaars te gaan vissen. Ik zag het al helemaal voor me: ankeren op een hoog gedeelte van het wrak. Natuurlijk verstoor je dan de zeebaarzen, maar dat is geen ramp. Eerst vissen we een uurtje op kabeljauw en zodra de rust is terug gekeerd (en daarmee de gestekelde vrienden), gaan we met diverse kunstaas aan de slag.


Mijn laatste blog dateert van 19 mei 2017. Ik heb die bijdrage nog even teruggelezen en het viel mij op dat ik het daarin nog niet zozeer had over ‘supervangsten’. Supervangsten? Ja zeker! Sindsdien is daarvan zondermeer sprake. Flinke zeebaars, geep, makreel, gevlekte gladde haai en pijlstaartrog. En laten we de bot niet vergeten. Niet van die kleine pietepeuterige botjes, maar mooie dikke platten die je hengel doen rammelen alsof er een zeebaars aan staat te trekken. Al dat moois was toen echter nog niet te melden… 


In mijn vorige blog over het soortenjagen in het Australische Tasmanië plaatste ik bij een foto van een visje van niet al te imposant formaat (…) het fotobijschrift: “Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.” Die dooddoener wordt maar al te graag gebruikt door vissers wie het simpelweg niet lukt om grote vis te vangen en met dat oer-Hollandse gezegde hun schrale vangsten toch een positieve draai proberen te geven. Wie echter nu denkt dat ik een van die zielige zeerotten ben die het niet lukt om grote jongens te landen, heeft het totaal mis. Laten we daarom het betreffende gezegde voor dit blog eens herschrijven: “Wie het kleine eert, is het grote weerd”…



Toen ik een aantal jaren geleden het volstrekt waanzinnige idee kreeg om met een charterboot te gaan varen, kwam het in een nog verder verleden genoten marketing-onderwijs wel enigszins van pas.



Na het magere resultaat op locatie ‘Jurassic Bream’ en de knallende afsluiting van die dag terug in de stad aan de Derwent ging er een lampenbolletje branden. Arron en ik moesten zo snel mogelijk de rivier weer op om mij nog vóór het inzetten van de Tasmaanse kou aan een zeebrasem van formaat te helpen…



Na mijn onverwachte avontuur in IJmuiden, alweer een tijdje geleden, kreeg ik van hoofdredacteur Peter Dohmen te horen dat de kliplipvis (Ctenolabrus repustris) nog ontbreekt op de NCRZ-recordlijst Nederlandse wateren. Zie: www.ncrz.nl Helaas heb ik geen getuigen van mijn vangst en had ik ook geen foto met meetlint kunnen maken en derhalve kon ik dan ook geen officieel lengterecord claimen bij de Nederlandse Commissie Record Zeevissen. Jammer, maar wat kunnen we daar aan doen? Juist! Terug gaan -drie man sterk- en er voor zorgen dat we nóg zo’n kliplipvis zouden vangen.


Sinds mijn aankomst in Tasmanië hadden al mijn vistrips in het teken gestaan van het gericht vissen met kunstaas op één specifieke soort, met een eventuele bijvangst als prettige bijkomstigheid. Zoals ik in een eerder blog al liet weten, ben ik echter altijd te porren voor een sessie ‘soortenjagerswerk’. Het was dus de hoogste tijd om de wateren rondom Hobart eens te peilen op de biodiversiteit…



Na mijn eerste kennismaking met de explosieve Australische zwarte zeebrasem (Acanthopagrus butcheri) was een soort-specifieke verslaving geboren. Tijdens mijn vorige trip op de Derwent met Arron mocht ik de dril van een goed formaat vis aanschouwen en daarmee werd één ding voor mij duidelijk: ik moest en zou één van die grote dames landen. Zo vriendelijk als de Aussies zijn, was Arron bereid mij mee te nemen naar zijn geheime locatie ver buiten de stad, waar naar het schijnt alleen maar stevige tantes zwemmen…