Een sportvis die de tongen (niet) los maakt... | Blog John Willems

11 maart 2016 | John Willems

John Willems

Onze ‘Panvisser’ John Willems verzorgt de vaste visreceptenrubriek in Zeehengelsport magazine.

Met enige regelmaat worden er ook in onze kustwateren zeeforellen gevangen, met name in de wintermaanden. Toch hoor je er niet zoveel van. Dat is op zich ook logisch, want je gaat niet zomaar even een middagje ‘op de zeeforel’. Het is een vis waarvoor je heel veel geduld moet hebben en waaraan gespecialiseerde sportvissers veel tijd besteden. Dat begint al bij de zoektocht naar de juiste stek in combinatie met het tij en maanstand. Logisch dat ze het lastig vinden om deze informatie te delen…

 

Het verhaal van een mede-visser die bij Rik Hengelsport lepeltjes uit zocht, gaf me de inspiratie om mijn persoonlijke zoektocht te starten. Deze sportvisser in hart en nieren gaf mij zijn geheim prijs, maar ik moest beloven de stek niet te verklappen. Deze tip krijg je van hem cadeau: Zoek basaltstenen en/of wiervelden. Daar liggen ze graag boven. Hij viste een keer op het juiste moment en op de juiste stek en ving toen in een uurtje tijd vijf zeeforellen. Ja echt: vijf! Sindsdien droom ik regelmatig van zeeforel.

 

Ik kan je inmiddels ook mijn eerste ervaringen vertellen. Veel pogingen; veel meer dan 1.000 worpen. Alle mogelijke kleurtjes gebruikt. Ontelbare lepeltjes en werppilkertjes aangepast en ingezet, evenals legio plugjes. Langzaam gevist, snel gevist, veel gevist. Getrawld met een paravaan. En het resultaat van al die inspanningen is… dat ik nog steeds geen zeeforel heb gevangen in ons eigen Kikkerlandje. Dat gaat er van komen, zeker weten, maar de foto’s van zeeforel bij deze ietwat droeve bijdrage zijn gemaakt in Noorwegen en Denemarken. Geleend van Reier Groot en Cor Juffermans, omdat ik ze zelf niet heb gevangen. Wat een prutser.

 

Een sportvis die de tongen (niet) los maakt... Blog John Willems 2

Na 1.000 worpen ben je ook met zo’n mini ronduit gelukkig…

 

Dat trawlen met een paravaan is trouwens verslavend. Tijdens mijn laatste Noorwegenvakantie  in Vevang heb ik dat geleerd van Reier Groot van www.visservice.nl  Met enige regelmaat hoor je daar in het fjord de blije kreten van zielsgelukkige sportvissers. Ze hebben een zeeforel gevangen. Daar blijft het trouwens niet bij. Elk jaar zijn er ook wilde Atlantische zalmen, die de lepel voortgetrokken aan een paravaan, niet kunnen weerstaan. En tussendoor vliegen er ook mooie koolvissen op. Een tip: zet je slip helemaal los, want ze knallen er  geweldig hard op. In combinatie met de snelheid van trawlen zorgt dit geheid voor lijnbreuk. Is mij natuurlijk nog nooit overkomen. Dat snappen jullie.

 

En nu de hamvraag aan deze Panvisser: kunnen we zeeforel eten? Die vraag kwam van mijn echtgenote, die overduidelijk niet weet dat zeeforellen in ons land beschermd zijn. Voor deze vissoort geldt het gehele jaar door een terugzetverplichting en ik heb haar dus vriendelijk uitgelegd dat alle gevangen zeeforellen retour gaan. Volgens mij vermoedt ze stiekem weldegelijk dat ik zo’n ellendeling gewoon nog niet heb gevangen, maar ze kijkt wijs en zegt niets. Zo’n lieverd beloon je toch door lekker voor haar te gaan koken?

 

Een sportvis die de tongen (niet) los maakt... Blog John Willems 3

De keuken in met een wilde zeeforel is in ons land in geen optie.

 

De keuken in met een wilde zeeforel is dus geen optie. Dat moeten we niet willen, omdat je maar moeilijk 100% zekerheid krijgt over de herkomst. Er zijn echter wel degelijk heel goede alternatieven. Tegenwoordig kun je bij elke viswinkel zalmforel kopen van redelijke kwaliteit. Waarom zeg ik redelijk? Dat moet ik uitleggen. De naam zalmforel doet vermoeden dat het een kruising is tussen twee soorten n.l. zalm en (hoe komen we er op) forel. Dat is dus niet zo. Zalmforel is helemaal geen officiële soort, maar een handelsbenaming. Het is gewoon een regenboogforel (Oncorhynchus mykiss), de oorspronkelijk uit Noord-Amerika afkomstige salmonide die al zo’n 100 jaar over de gehele wereld de veruit het meest gekweekte forel is. Het rose visvlees is ontstaan tijdens het opkweken en is niet natuurlijk. De stof die daarvoor wordt gebruikt is astaxanthine. Deze stof zit van nature in bijvoorbeeld kreeften, krabben en garnalen; vandaar dat ‘vroeger’ garnalenpuf werd gebruikt om kweekforellen mee te voeren en daarmee het visvlees die fraaie oranjeroze kleur te laten aannemen. Maar het gebruik van die natuurlijke stof kost veel moeite en het is veel eenvoudiger en dus goedkoper om astaxanthine te vervaardigen op basis van aardolie. Het altijd zeer informatieve TV-programma De Keuringsdienst van Waarde heeft daaraan een verhelderende uitzending gewijd. En daarin kwam men tot de conclusie dat zelfs gerenommeerde koks, geblindeerd, geen smaakverschil wisten te herkennen tussen een gewone regenboogforel en een zalmforel.

 

Er is een veel beter alternatief voor zeeforel is de beekridder, Salvelinus alpininus. Deze schitterende salmonide wordt vooral in IJsland op biologische wijze gekweekt. Zijn bleekroze kleur heeft beekridder van nature.  Dilvis in Akersloot importeert deze prachtige vis, die ze daar dan weer schotzalm noemen. Deze forel heeft een fantastische smaak en een laag vetgehalte van niet meer dan 3 %. Je kunt ze heerlijk roken, maar ook op BBQ of gestoofd als ovenschotel is dit een zeer smakelijke vis.

 

Een sportvis die de tongen (niet) los maakt... Blog John Willems 4

Schotzalm, zo wordt deze in IJsland op biologische wijze gekweekte beekridder genoemd.

 

Jullie begrijpen het al. Na een van mijn langdurige pogingen om een zeeforel te vangen, ben ik op terugweg even bij Dilvis langs geweest. Daar heb ik twee prachtige en superverse schotzalmpjes meegenomen, die ik thuis wil gaan bereiden. Eerst fileer ik ze op dezelfde wijze als bijvoorbeeld een gulletje. Die beekridder is trouwens geen vis, die ik snel zal gebruiken tijdens de workshops visfileren van Visling. Deze forellen zijn door hun dikke slijmlaag superglibberig en voor de beginnende visfileerder moeilijk te hanteren.

 

De verkregen filets kruid ik licht met zout, gemalen peper en wat dille. In een wok bak ik zo’n 300 gram soepgroenten zo’n één à twee minuten aan en meng daardoor vervolgens een half blokje visbouillon en 6 eetlepels crème fraiche. De filets gaan met het vel naar onderen in een ovenschaal. Verdeel het crèmige groentenmengsel over de filets. Na pakweg acht tot 10 minuten in een op 180 graden voorverwarmde oven zijn ze gaar. Wil je ze op de BBQ bereiden?  Verpak de filets met groentenmengsel en al als een pakketje in alu-folie. Leg die pakketjes op de goed hete BBQ en keer ze na vijf minuten om. Na nog eens vijf minuten zijn ze klaar. Een lekkere chablis erbij en wat wil je nog meer?

 

“En.. oh eh lieverd, morgenochtend haalt Dolf me om half zeven op. We gaan nog een paar uurtjes op de zeeforel.” Ze kijkt wijs en zegt niets. Ze geniet van haar visje.

 

John Willems

 

www.visling.nl


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.