Op zoute turbo’s vanuit de kaboat | Uit de oude doos

09 maart 2016 | Wilfred van Nunen

De zeebaars is, zeker voor kunstaasvissers, veruit de populairste zoute zomersportvis. Toch zal niet iedereen die wat verder landinwaarts woont, gemakkelijk voor een dagje zeebaarzen naar de kust rijden. Voor Wilfed van Nunen is het zeebaarsvissen vooral een welkome afwisseling tijdens de zomerse gezinsvakanties die hij sinds jaar en dag op een Zeeuwse camping doorbrengt. In de vroege ochtend en late avond, als de kinderen op bed liggen, trekt hij er dan op uit met zijn bijzondere viskano oftewel kaboat.

 

Dit artikel is een overname uit Zeehengelsport 336.

 

Zeebaars is gelukkig prima vanaf de kant te bevissen. Langs paalhoofden en steenstort jagen de baarzen op kleine visjes zoals zandspiering en er verzamelen zich ook altijd veel krabben, die eveneens hoog op de menukaart staan van Dicentrarchus labrax. Voor de vele duizenden vissers die de baars vanaf de oever belagen zijn er prachtige zeebaarsstokken ontwikkeld die, voorzien van een snelle spinmolen, een geducht wapen vormen. Doorgaans zijn deze hengels tussen de 2,70 en de 3,30 meter lang en op sommige met stenen bezaaide plekken is een hengel van 3.60 meter niet overdreven. Met een werpgewicht van 30-70 gram kun je alle kunstaassoorten een flink eind wegzetten. Toch kent de kantvisserij de nodige beperkingen. Je bent meer afhankelijk van het tij dan wanneer je vanuit de boot of kajak vist. Met een ietwat straffe zijwind is het geen sinecure om die plug dicht genoeg bij de palen te presenteren. Mij is het in ieder geval diverse keren overkomen dat een windvlaag mijn lijn greep en op de met zeepokken bedekte palen deed landen. In het ergste geval ben je je kunstaas kwijt en in alle gevallen kun je een stuk Dyneemalijn afknippen, die door de scherpe pokken beschadigd is geraakt. Bovendien is me al dikwijls gebleken dat de zeebaars bij het kantvissen zich nét buiten het werpbereik bevindt. Natuurlijk komen ze -zeker als ze los zijn- soms tot vlak aan de kant jagen, tot op kniediep water zelfs, maar vaker moet je toch dat nèt wat diepere water zien te bereiken.

 

Op zoute turbo’s vanuit de kaboat 2

 

Boot?...?Kajak?...?Kaboat!

Als trotse bezitter van een aluminium roofvisboot is de gedachte meermalen in me opgekomen om deze boot ook mee naar Zeeland te nemen. In het verleden heb ik er regelmatig de Oosterschelde mee bevist. In de meeste haventjes aan deze zeearm is wel een goede trailerhelling te vinden. Aan de Noordzeekust zelf is dat wel even anders! Buiten de helling op Neeltje Jans zijn er hier en daar enkele plekken waar je met behulp van een (ingehuurde) tractor een visbootje vanaf het strand kunt traileren. Bij het Zeeuwse Westkapelle bijvoorbeeld is het bij mooi weer een komen en gaan van ‘zeewaardige’ visboten. Deze van een wat hoger vrijboord voorziene boten kunnen best een golfje hebben, maar bij een lage roofvisboot als die van mij zullen de golven van de voortdurend passerende schepen gemakkelijk naar binnen slaan. Dat dat niet gezond is voor onze kostbare spulletjes, behoeft geen verdere uitleg! Nee, met een doorsnee roofvisboot heb je er weinig te zoeken…


Bovendien is het kunstaasvissen vanuit de boot langs paalhoofden en steenstort een nogal bewerkelijke bezigheid. Door de getijstroom ben je bijna altijd genoodzaakt te ankeren. Op een schone zandbodem is dat geen probleem, maar de betere zeebaarsstekken zijn vaak bezaaid met stenen, waardoor je al gauw het risico loopt een anker te verliezen. Nu kun je wel op één of twee ‘schone’ stekken blijven liggen en wachten tot er een paar jagende baarzen in de buurt zijn, maar dat is nou nét niet de bedoeling. Wij zijn op jacht naar de baars, niet andersom! Nu kun je natuurlijk ook wel korte driftjes maken over een hotspot en jiggend/verticalend vissen, maar menigeen zal daarbij de buitenboordmotor laten lopen en de trillingen die daardoor veroorzaakt worden, wekken vaak al gauw het wantrouwen van de zeebaars.


Nee, ideaal is dat kustvissen vanuit een boot niet…Een kajak dan? De laatste jaren zien we ze steeds meer verschijnen langs de kust, in allerlei vormen. Eenvoudige kajakken met peddels, tot en met de ingenieuze trapmodellen. Lang heb ik er over getwijfeld om er eentje aan te schaffen. Een paar factoren weerhielden me er echter van. Ten eerste zit je de hele vis-sessie in dezelfde houding. Kan je rug daar wel tegen? Ten tweede: een kajak is vaak nét niet stabiel genoeg om er zonder knikkende knieën in te kunnen blijven staan. Nu is dat bij het zeebaarzen ook niet nodig en bovendien, vanwege de altijd aanwezige deining, gewoon ondoenlijk. Omdat ik de kajak echter niet alleen op zeebaars zou willen inzetten, maar ook voor de kunstaasvisserij op snoek, en dan met name op wateren waar je met een motorboot niet kunt of mag komen, was dat niet kunnen staan toch wel een flink bezwaar.

 

Op zoute turbo’s vanuit de kaboat 4


Toen ik een paar winters geleden op youtube wat filmpjes aan het bekijken was van diverse typen kajakken en kano’s, werd mijn interesse gewekt in een zogenaamde ‘kaboat’, een opblaasbare tussenvorm van een kano en een boot. Meteen bleek dit bijzondere concept een aantal aantrekkelijke voordelen te bezitten. Ten eerste het gebruiksgemak. De kaboat hoef je niet met speciale dakdragers en montagesystemen op het dak van je auto te vervoeren; je kunt ‘m oprollen tot het formaat van een ferme sporttas en achter in de kofferbak vervoeren. Ten tweede het gewicht: de getoonde Grand Argus van 3,80 meter weegt slechts 16 kilo. Ten derde de stabiliteit: met een breedte van een meter is de kaboat stabiel genoeg om er in te staan. Ter illustratie: mijn eerste vissessie op een rivierplas ving ik jerkend een beresterke snoek van 120+ die me -staande- de halve plas overtrok!


Een vierde pluspunt van de kaboat is de prijs. Het ding kost nog minder dan de helft van een trapkajak. Een vijfde sterke eigenschap van de kaboat is de eenvoudige mogelijkheid om ‘m te motoriseren. Op de houten spiegel hangt een 2,5 pk viertaktmotortje van 13 kilo. Aanmerkelijk minder dan een elektromotor met accu en…zeer snel! Ik heb de snelheid nog niet kunnen meten, maar het zou me niet verbazen als het setje in de buurt van een vaarbewijsplichtig vaartuig komt…
Na de eerste vissessie op het zoete water, waarbij ik aangenaam verrast werd door de enorme stabiliteit, was het voor mij duidelijk: dit ding gaat in de zomervakantie mee op zeebaarsjacht!

 

Op zoute turbo’s vanuit de kaboat 5

 

Hoe te vissen?

De eerste ochtend bij de dijk bleek de kaboat in precies 20 minuten vaarklaar op de kanokar te liggen. Dat wil zeggen: opgeblazen (met voetpomp), motortje op de spiegel, roeispanen bevestigd, bankjes en bodempje van triplex erin, een ‘winkelmandje’ met ankers, fotocamerastatiefje op de bank en opgetuigde hengels in de boot. Het setje bleek zonder veel moeite de over de dijk getrokken te kunnen worden en vijf minuten later lag ik dan ook op het water. Even een stukje roeien, motortje erin en …varen maar!


Net als de kribben in de grote rivieren vaak hotspots zijn, zijn ook de paalhoofden langs de kust potentiële stekken. Het ene paalhoofd is echter het andere niet. Ik besloot ze gewoon één voor één te bevissen. Ongeveer 20 meter vóór de kop van het paalhoofd stroomopwaarts varen, ankertje laten zakken en vastleggen bij de punt of kont van de kaboat. Omdat het bootje zeer weinig diepgang heeft, is een ankertje van een kilo voldoende. Ik heb er enkele laten lassen van rvs door een bevriende metaalwerker en ben er achter gekomen dat een ankertje met platte zij-armpjes het beste houdt. Logisch eigenlijk. Afijn, daar lig je dan en je kunt gaan vissen! Ik heb doorgaans twee hengels bij me. Een 15-40 grams spinhengel van 270 cm om te werpen met pluggen en een kort, pittig stokje van 2,20 meter om te werpen met shads tot een gram of 30. Op het moment dat er een pittige stroming loopt, blijken kopjes van 28 gram noodzakelijk en tegen of vlak na kentering kan er met 21 en 17 gram gevist worden.

 

Op zoute turbo’s vanuit de kaboat 5

 

Concentratie

Werpend vissen op stromend water is een puur concentratiespel. Je werpt schuin tegen de stroom in, sluit de molenbeugel en wacht tot je shad de bodem toucheert. Vervolgens dien je snel te zijn met de eerste opwaartse ‘tik’ en draai je meteen ook de slack uit de lijn. Daarna kun je al jiggend binnenvissen. Naarmate het kunstaasje de visser nadert, duurt het langer voordat je bodemcontact voelt. Juist in die langere pauzes volgt vaak de verlangde dreun, die bijna altijd loeihard en trefzeker is. Zeebaars is geen staartbijter en zelfs vissend met lange slugs is het niet nodig een staartdregje te monteren. Sterker nog… ik heb het meeste vertrouwen in loodkoppen met een zo kort mogelijke haaksteel, omdat daarmee het kunstaas de meest natuurlijke actie meekrijgt! Heb je het paalhoofd of de steenstort goed uitgevist, dan kun je het ankertje ophalen, de boot af laten driften naar het volgende paalhoofd (of stroomopwaarts varen naar het volgende, dat kan natuurlijk ook) en je herhaalt het spelletje.

 

Met de plug

Vaak zoekt de zeebaars zijn voedsel op of in de buurt van de bodem, maar lang niet altijd. Zeker als er makreel onder de kant zwemt, kunnen de baarzen ook in de hogere waterlagen jagen. Een baars van 65 cm heeft er geen enkele moeite mee een makreeltje van 30 cm naar binnen te schrokken! Ik herinner me hoe ik decennia geleden als puber met een spinhengeltje over de palen liep en dan met een verenpaternoster wel eens een paar makrelen wist te haken. Regelmatig kwamen er een paar grote grijze schimmen achteraan en af en toe vergreep zich een baars aan een makreel, die dan bruusk van de haak werd gerukt. Wat je hieruit op kunt maken is, dat het zeer lonend kan zijn om -juist in de makrelentijd- forsere pluggen in te zetten. Het voordeel van ondiep lopende pluggen is, dat je er heel mooi mee kunt vissen op die stenige plaatsen waar het vissen met een loodkopje vragen om een hanger betekent.

 

Op zoute turbo’s vanuit de kaboat 11

 

Dropshotten

Afgelopen zomers is me gebleken dat deze onder snoekbaarsvissers welbekende vistechniek ook lonend kan zijn voor de zeebaars. Met name op plekken waar stenen liggen, is de dropshotaanbieding stukken ‘veiliger’ dan de gangbare loodkopmontage. Komt een loodkopje achter een steen te hangen, dan ben je je aasje vrijwel zeker kwijt. Voel je met je dropshotloodje bodemcontact en je reageert meteen door de hengel te heffen, dan blijft het zaakje in de meeste gevallen intact. Een slank en zo lang mogelijk staafloodje werkt hierbij het beste! Als dropshothaak geniet de Gamakasu circlehook in maat no. 1/0 mijn voorkeur. De heeft een lekker kort steeltje en een mooie wijde bocht, zodat de inhakingskans optimaal is. De afstand tussen loodje en haak mag bij het zeebaarsvissen gerust een stuk groter zijn dan bij het snoekbaarzen; zelf houd ik het op ongeveer 80 cm. Bij wat verdere worpen blijft het aasje toch nog mooi een stukje boven de bodem zweven, in plaats van dat het er tegenaan gaat liggen. De keuze van het dropshotaas is een kwestie van persoonlijke voorkeur. Alles wat lang, slank en soepel is, is geschikt. Slugs, scattershads, finn ‘s’ en alle varianten hierop. Wit, salt and pepper en transparant met glitter zijn betrouwbare kleuren, maar experimenteren met kleuren kan geen kwaad natuurlijk. Ook de (dieprode) kreeft- en krabimitaties kunnen op sommige dagen succesvol zijn, zeker in de periode dat de zeebaars minder op visjes en meer op krabben aast…

 

Verslingerd

Kortom…juist in de zomerse vakantietijd, wanneer de roofvisserij op het zoete water best taai kan zijn, biedt de zeebaars een welkome aanvulling en sportieve uitdaging voor de kunstaasvisser, of het nu vanaf de kant, of vanuit de kajak of kaboat is. Wie eenmaal heeft kennisgemaakt met de onverschrokken aanbeten en felle runs, raakt er al gauw aan verslingerd!

 

Slug en Co

Op de haak kunnen natuurlijk alle mogelijke softbaits worden gestoken. Schoepstaarten, v-staartjes en slugs. Met name de slugs bleken het altijd wel te doen en het voordeel is, dat je vanwege de geringe weerstand zeer gecontroleerd bodemcontact kunt houden. Voor het werpend vissen zijn overigens loodkoppen met het haakoog vóór op de kop het meest geschikt. De druppelvormige kopjes op de foto bevallen mij het best! Ook de gewone ronde kopjes voldoen overigens prima.

 

Op zoute turbo’s vanuit de kaboat 7

 

Durf te experimenteren

De ene keer is het een popper die ze willen hebben, de andere keer een subsurface jerkbaitje of een iets dieper lopende plug. Durf dus te experimenteren Op zeer ondiepe plekken heb ik aardige resultaten geboekt met de Rapala Max Rap en op de diepere plekken met de 12 cm. lange Rapala Slash bait. Lekker snel te vissen pluggen die altijd goed op koers blijven en tegen een stootje kunnen.

Op zoute turbo’s vanuit de kaboat 12

Op zoute turbo’s vanuit de kaboat 13

Materiaaltips

  • Vissend vanuit een kayak of kaboat, maar ook struinend vanaf de kant, moet je een selectie maken uit je materiaal. Je kunt niet vijf grote tackleboxen met kunstaas mee gaan zeulen en dat is ook helemaal niet nodig. Een tas met daarin één doosje met een twintigtal geprepareerde shads/slugs en een tiental pluggen, wat dropshotloodjes en -haken en aasspelden is de basis. In die tas gaat ook een goede onthaaktang, een rolletje fluorocarbon van ongeveer 30/00. 
  • Geborgd aan een touwtje gaat er ook een waterdicht afsluitbaar ‘haringtonnetje’ mee, waarin GSM, fotocamera, portefeuille en eventuele andere waardevolle spullen gaan.
  • Ook een goed schepnet is een must. Een houten, dus drijvend ‘zeeforelnet’ is een uitstekende keuze. Zeker wanneer je vist vanuit zo’n opblaasbare kaboat is het belangrijk om je bij de vangst van elke zeebaars te realiseren, dat de vis tot de tanden is bewapend met vlijmscherpe stekels en dat een rondspartelende vis in de boot gegarandeerd lekkages gaat veroorzaken. Onthaak de vis dus in het net over de rand, pak dan de vis uit het net, maak eventueel een foto en zet ‘m dan terug. En als er eens een meegaat voor de pan, zorg dan voor een goede visdoder en berg de vis zodanig op, dat zijn scherpe stekels niet door de kaboat prikken. Al deze handelingen lijken zo op papier misschien een beetje moeilijk, maar zijn in de praktijk allemaal goed te doen, omdat je zo dicht op het water zit.
  • Neem ook altijd een mes mee of een schaartje, bij voorkeur aan een key-coard om je hals. Mocht je anker muurvast komen te zitten, dan is ‘kappen’ immers de enige optie en dat is mij al enkele keren overkomen.
  • Ook gaat er een goed te monteren statiefje voor de fotocamera mee. De montage met behulp van een lijmtang op een bankje van de kaboat is supersimpel en snel te (de)monteren.
  • En last but not least... draag een zwemvest! Als je je verstand gebruikt, dan is de kans dat je omslaat echt heel klein, maar de kans blijft aanwezig. Ook kun je overvallen worden door onvoorziene omstandigheden, zoals mij een keer gebeurde tijdens het uitdrillen van een vis. Door de wind werd ik richting strand gedrukt. De golven van een zojuist gepasseerde loodsboot werden elke meter dat ze de kust naderden hoger en hoger en deden me het hart in de keel bonzen. Het liep gelukkig goed af, maar dat had evengoed anders kunnen zijn! Nu lijkt het voor een beetje geoefende zwemmer niet zo moeilijk om, als je 100 meter van de kant bent, terug te zwemmen, maar met een pittige ebstroom kun je zomaar naar open water worden getrokken. Zo’n avontuur is mét een zwemvest om je lijf al hachelijk genoeg. De kans dat je het kunt navertellen is dan vele malen groter dan wanneer je zónder zwemvest te water raakt...


Op zoute turbo’s vanuit de kaboat 9


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.