Retedonker en broodplanken | Blog Hank Perrée

04 maart 2016 | Hank Perrée

Hank Perrée

Hank Perrée is schipper op een eigen charterboot en schrijft maandelijks een blog over zijn avonturen aan boord.

Het is 04.50 uur en het is pikkedonker. Nadat de vrouw des huizes me al voor volslagen gestoord heeft verklaard, vraag ik me in gemoede af wat ik in Godsnaam zo vroeg op die pier doe.  Maar ja, we zijn er een weekje tussenuit om wat zon te tanken en dan verveel ik me na een dag.  Je zit per slot van rekening al heel het jaar op een visboot, dus wat doe je dan als je eindelijk niet hoeft? Juist : vissen!

 

Het is al heel levendig op de pier, want de vissers van Santa Maria op de Kaap Verden staan allemaal te stuiteren om de zee op te gaan. Ik heb geboekt voor een halve dag bodemvissen en sta zo trots als een aap met zeven staarten prie en paraat om het avontuur aan te gaan. Samen met de 40 grams reishengeltjes en licht materiaal, om zo op allerlei bodembewonend gespuis te kunnen vissen.

 

Laaiend enthousiast komt Tigueste (kapitein van de dag) me tegemoet en al handenwrijvend slingert hij me in gebroken Engels toe: “We gonna catch some big tuna today…” Iets of wat bedenkelijk kijk ik nog maar eens naar de kleine kokertjes waarin mijn hengeltjes zitten, maar alla. Ik ben er nou toch en dus zien we wel wat er gebeurt.

 

Allereerst zet Tigueste met een nog net drijvende plank vol met gaatjes koers naar de aan zijn boei vastliggende boot. Vlug terug naar de pier, waar juist (je kunt het amper geloven) een man of 15 à 20 in zijn ‘boot’ stappen. Tigueste is vandaag tevens taxichauffeur van dienst en zet alle mannen af op de rest van de ‘vloot’.

 

Die boten vormen een verhaal apart. Laat ons met het belangrijkste beginnen: ze drijven allemaal (nog). Nog net niet van het klassieke type uitgeholde boomstam, maar het scheelt niet veel. Zonder uitzondering zijn ze van hout. Je kunt je het bijna niet voorstellen dat je er mee het water op mag als je de Nederlandse Deltavissersvloot ermee vergelijkt. Toch varen de boten, volledig uitgerust, elke dag de zee op.

 

En wat voor zee. Het klimaat op het eiland van keuze kent een vrij standvastig karakter. Het is er elke dag 25 tot 29 graden en het waait er elke dag met minimaal 5 Beaufort, maar dan heb je een mazzeltje. Op mijn dag des oordeels stond er een vrolijke Noordoost 6 tot 7 Bft te tetteren.

No problem, no stress, no stress, we go fishing...

 

Retedonker en broodplanken 2

Twee Brabo’s (op de voorgrond Eric Goossens en daarachter Hank) verwonderen zich over de activiteiten in de ‘haven’ van Santa Maria op de Kaap Verden.

 

Nog even terug naar de equipage van de boot. Die is eigenlijk iets of wat basic. Het geheel om de woelige baren te trotseren bestaat uit: een houten notendop van pakweg een meter of zes lang. Aan de spiegel een15 pk Suzuki uit het jaar kruk, de broodnodige benzinetank en een anker. Geen mooi glimmend Bruce anker, maar een betonijzer geval met 4 pinnen. En oh ja: een hoosvat.

 

Dat is het echt. Geen GPS, geen dieptemeter, geen marifoon, geen zwemvesten, geen verlichting, geen reservemotor. Gewoon niks van dat alles.

 

Omdat het “point of no return” al een halve mijl terug langzaam voorbij is gegleden, geef ik me er maar aan over en laat Gods water maar over Gods akker stromen. We zien wel.

 

Als het aan onze Laaglandse kust donker is, zie je overal door het strooilicht nog wel wat. Je weet in ieder geval waar je uithangt. Daar op de Kaap Verden niet. Het is werkelijk zo onvoorstelbaar pikkedonker dat ik echt geen hand voor ogen zie. Tigueste blijkbaar wel, want terwijl er al het een en ander in orde wordt gemaakt door deckhand Ahrmid, kachelen we vrolijk en vooral niet gehinderd door wat voor soort (licht)boei dan ook door op golven die ondertussen het karakter ‘best hoog’ beginnen te krijgen. We varen dan echter nog wat in de luwte van het land en zo gauw we wat verder de Oceaan op zijn, kunnen de golven moeiteloos de vergelijking met huizenhoog doorstaan. Dat blijkt bij het inzetten van het ochtendgloren wel mee te vallen, maar ik verzeker je dat kabbeltjes van drie tot wel vijf meter die net niet kappen in zo’n dop een nogal verontrustende ervaring teweeg brengen… Wat ook blijkt bij het lichter worden, is de zeer merkwaardige wijze waarop de vloot zich op een oppervlakte van vier-vijf voetbalvelden heeft verzameld. Onvoorstelbaar, zeker gezien het feit dat de navigatieuitrusting van de andere ‘schepen’ moeiteloos de vergelijking met onze “dop” kan doorstaan. Ook geen kl…  aan boord, maar volstrekt geruisloos dat ene speldenprikje op de Oceaan weten te vinden.

 

Op mijn vraag aan Tigueste hoe hij en de anderen dat doen, tikt hij een paar keer net boven zijn oor, ondertussen opmerkend: “It’s in my head…”

 

De twee boeven beginnen ondertussen met handlijntjes aasvis te vangen. Met een soort zelfgemaakte verenpaternoster met daarop rode stukjes wol in plaats van veren, zijn ze daarin dermate bedreven dat als mijn lood net voor de eerste keer de grond heeft geraakt, ze er al genoeg hebben en de motor wordt weer gestart om te gaan trollen. Einde gebruik meegebrachte reishengeltje...

 

Retedonker en broodplanken 3

Daarom gaat het onze beide boefjes: geelvintonijn!

 

Hoe de mannen vissen? Om een soort broodplank met handvat zit 2 mm ‘heavy duty’ nylon gewonden. Rechtstreeks aan die lijn een stevige enkele haak geknoopt, die door de oogkassen van de makreel wordt geslagen, waardoor die aasvis levens echt zwemmend achter de boot aantuttert. Ook de ‘livewell’waarin de aasvis wordt bewaard, verdient wat extra aandacht. Geen luxe doos met daarin stromend zeewater, nee hoor, de aan de verenpaternoster gehaakte makrelen trollen vrolijk mee op twee-drie meter diepte onder de boot. Als er een makreel vernieuwd moet worden, gaat de verenpaternoster even omhoog. Een kakelverse makreel wordt bevrijd van zijn rode wolletje en tjoep: aan de grote haak.

 

Eén essentieel uitrustingsstuk ben ik nog vergeten. De fietsband. Die wordt namelijk in stukjes ter grootte van een wijsvinger gesneden en om het gelijknamige lichaamsdeel geschoven. Ik zou er later nog achter komen waarom dat is…

 

Het vissen kenmerkt zich door een zeldzame simpelheid. Vaartje van een knoop of vier. Makreel aan de haak. Lijn van de broodplank af laten lopen tot er een meter of 50 uitstaat. Lusje in de lijn en in dat lusje een piepklein stukje spons dat werkt als stoppertje. Dat lusje wordt in een alom aanwezige groef in het hout van de boot getrokken en dat is het eigenlijk wel. Dan ligt er op de grond los van de broodplank een meter of 15 lijn in kringels (Waar je NIET in moet gaan staan) en de broodplank wordt achter een stuk hout vastgezet. Varen maar.

 

Dan onderga ik de meest confronterende ervaring die ik ooit op visgebied heb gehad. Op zo’n luxe Big Game boot waarvoor je een weeksalaris betaalt, is het een vervelend maar zeker geaccepteerd verschijnsel dat je dagen voor Jan Oeteletoet zit te koekeloeren naar niets. Gewoon geen beet. En dat kan voor deze mannen eigenlijk NIET. Die MOETEN gewoon vis hebben, anders hebben ze geen geld. De gevangen vis gaat immers naar de lokale vismarkt. Omdat hét spreekwoord op het eiland Sal ‘no stress’ is, passen de heren zich moeiteloos aan en wéten gewoon dat de vis komt. Omstandigheden goed, er zit tonijn en dan lukt het ook gewoon. Superveel vertrouwen in hun wijze van vissen.

 

Na een uurtje trollen wordt dat geduld en vertrouwen ook beloond. Met een snoeiharde rotklap wordt het sponsje in duizend stukjes getrokken en de op de grond gekringelde lijn loopt met een dreigende ‘woesjjjj’ als een raket weg. Gewapend met de gefietsbande wijsvingers is dit een luxe vorm van touwtrekken. Niks geen slip, niks geen hengel die de klappen opvangt; gewoon hangen en proberen het beest aan de andere kant van het nylon zo rap mogelijk binnenboord te krijgen.

 

Nou weet ik niet of je al eens aan 30 kilo geelvintonijn hebt gehangen met een hengel, maar dan ben je toch zo maar een half uurtje bezig. Maximaal een kwartiertje heeft het geduurd met de handlijn en na wat mismeppen met de gaf wordt het beest buitenboord op weinig elegante maar uiterst doeltreffende wijze met een flink stuk hout van zijn laatste ontsnappingsillusies beroofd.  Onthaken gebeurt gek genoeg ook buitenboord en dan ligt het apparaat op het dek.

 

Na deze (voor mij in ieder geval) zeer adrenaline verhogende ervaring vonden de opvarenden blijkbaar dat er geankerd en gechummed moest worden. Bij het naderen van het plaats delict waren we op een 30 - 40 meter afstand getuige van de laatste vijf minuten van de vangst van een blauwe marlijn van een meter of drie. Met de handlijn!

 

Tsjongejonge ; wat zijn we toch allemaal sukkelaars met onze Shimano Beastmasters, Custom Penn International V Series Big Game Reels en onze Iland Ilander Flasher Series Lures. Een broodplanken en een stuk nylon; dat is het! Anker erin en vissen maar dus.

 

Retedonker en broodplanken 4

Er werd natuurlijk ook vanaf de kant gevist.

 

Dat ankeren was overigens ook weer een verhaal apart. Voorin de boot staat een mand met daarin stukken smalle, maar dikke spanband. Aan elkaar geknoopt.  We liggen op ca 150 à 200 meter water, dus dat duurde effe. Geen geld voor een ankerketting, maar even effectief bleek een flinke steen, die een meter of vier voor het anker was vastgeknoopt.


Geen levend aas deze ronde, maar chummen en stukken makreel op de haak die langzaam naar beneden dwarrelde. Ondertussen wordt er op kleinere vis gevist met de handlijn. Toen zich een vliegende vis meldde, braken de captain en zijn adjunct de boot zowat af. Met een noodgang werd een lijn binnen gehaald en ging de vliegende vis voorzien van een haak in zijn rug weer retour zee.

 

Tonijnen vinden vliegende vissen lekker. Dat is geen theorie, dat blijkt de harde praktijk! Nog geen vijf minuten nadat onze geschubte én gevleugelde vriend het water inging, weer die genadeloze rotklap, de woesjjjjj en de broodplank die als in een flipperkast heel de prauw van binnen zag. Deze yellowfin was iets groter en zo duurde het nu een minuut of 20.


Toen de tonijn goed gehaakt bleek te zijn, kreeg ik met een wat gemene grijns de lijn in mijn handen geduwd. De noodzaak van een stukje fietsband bleek alras. Met twee schaterende inboorlingen, een ontvelde wijsvingers en spierpijn alsof ik drie uur gefitnessed had, kwam ook dit gevaarte nadat het 10 minuten met mij gespeeld had, binnen bereik van de gaf.  En meteen nadat ook deze geelvin veilig en dood en wel op het dek plofte, werd het anker gelicht. Genoeg vis, we gaan naar huis. In min of meer verkreukelde toestand heb ik de 6 mijl die ons scheidde van de veilige haven doorgebracht. Onderwijl genoten van de kuren van de 15 pk Suzuki krachtpatser. Deze bleek alleen nog te lopen bij het regelmatig knijpen in het balletje, ondertussen hevig pruttelend.  Kapitein Tigueste onderwijl vol vertrouwen roepend: “Good engine, good engine…”

 

Retedonker en broodplanken 5

De gehele vloot aan charterboten weer veilig afgemeerd…

 

Ik geloof niet dat ik mijn Odetteke ooit blijer heb zien kijken dan toen wij met Big Game charterboot mv. Tigueste weer binnen ladderbereik van de pier kwamen. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook ik een zucht slaakte toen dit avontuur weer tot een goed einde was gebracht.

 

Hoe onvergetelijk het ook was -ik zou het zo weer doen- klopte het ergens toch niet, want… ik had mijn de halve wereld over gesleepte hengel één keer een halve minuut gebruikt. Toch maar eens gaan kijken hoe eerlijk hier de regelaar Nilton, getooid met een Robby-Fish polo, wel zou zijn. En dat viel niet tegen.

 

De twee boefjes werden op appel geroepen, want ondanks de duidelijk gemaakte afspraak, waren ze stiekem toch op tonijn gegaan. Omdat ze wisten dat die er zaten, waren ze per ongeluk het bodemvissen ‘vergeten’.

 

Lang verhaal kort: ik heb Tigueste stiekem een tientje in zijn handen gefoefeld en Nilton verzorgde keurig een gratis dagje bootvissen voor de volgende dag. Maar dat is voor een andere keer.


Retedonker en broodplanken 6

Als er nou nog één keer iemand aan bij mij boord zit te zaniken dat er een oogje van een leenhengel af is of de vinger pick-up niet helemaal lekker gaat, krijgt hij of zij een broodplank in zijn handen. De logistiek manager van Wiesje heeft al een diepte-investering gedaan…

 

www.wiesje.net


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (4)

 

Frank pulles

Heerlijk verhaal. Kijk uit naar deel II.

Jan van Heugten

Hoi Hank
Weer een reuze verhaal ik heb het met veel aandacht gelezen ..
Dus volgende keer vissen we met de broodplank !!! ( Of snijden we de worst op de brood plank )
Zo'n broodplank is toch wel een makkelijk gereedschap , zoiets hoor je gewoon in je vistas te hebben ....
Was weer een leuk verhaal ....Groet ......

Alain Tulleneers

Weer een mooi verhaal op zijn Hanks gebracht.
En we zijn inderdaad verwend qua hengelmateriaal.
En dan zal de ervaring op gedaan op Kaap Verdi de verre reis meer als waard zijn geweest.Nog van die goed weg lezende blogs Hank,we zien er naar uit.Grtz Alain

Henk Sonnemans

Prachtig geschreven Hank, over een wat naar mijn mening een geweldige ervaring moet zijn geweest. Jammer dat we hier zo iets niet kunnen beleven .