‘Doe je mee met de wedstrijd?’

18 oktober 2019 | Michel van Spankeren

Michel van Spankeren

Gepassioneerd zee- en roofvisser. Studeerde MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit.

Je kent ze vast wel, lui die bij weer of geen weer naar de waterkant trekken. Lui die de doordeweekse avonden vullen met lijntjes knopen en in de vroege uurtjes van het weekend plots het altijd leegstaande café om de hoek bezetten. Lui die niet uitgepraat raken over haaklijndikte, de beste hengel of de gouden tactiek. Juist, wedstrijdvissers…

 

Zou de vis mee willen werken?

 

Ik schaar mij al jaren niet meer onder die noemer maar zo nu en dan wil ik wel eens een uitstapje richting het wedstrijdcircuit maken. Meestal gaat het dan om ‘maar’ een clubwedstrijdje. Een jaar terug werd ik gevraagd om in te vallen op een wedstrijd in de prestigieuze Nationale Teamcompetitie (NTC) Kustvissen. Een competitie waarin de absolute top van Nederland strijdt om de felbegeerde tickets voor het wereldkampioenschap. Zou een simpele ‘panvisser’ als ik na al die jaren nog wel mee kunnen op het hoogste niveau of word ik zonder blikken of blozen keihard naar huis gevist?

 

 

Het wedstrijdparcours...

 

Als je wel eens een wedstrijd hebt gevist herken je het vast wel: een paar weken voor de wedstrijddag begint er wat te kriebelen. Het is geen zesde zintuig of instinctieve visdrang. Nee, in dit geval was het telkens mijn smartphone! Het gepassioneerde ‘jeugdvisteam’ Hengelsport Jurgers 2 appte er op los in de groeps-app en zorgde er met aanstekelijke enthousiasme voor dat ook ik tijdig begon aan de voorbereiding voor de wedstrijd. In de week voorafgaand kwamen we samen bij één van de veelbelovende jonge vissers thuis om de onderlijnen door te nemen. Als ik mijn onderlijnen laat zien wordt er lichtjes gegrinnikt en worden er ter vergelijking wat ‘modernere’ vislijnen naast gelegd. Het blijkt dat ik met mijn dikke staande lijnen van 60 tot wel 80 honderdste millimeter dikte en haaklijnen met een trekkracht van bijna zeven kilogram tot een ander tijdperk behoor want tegenwoordig is alles zo dun en fijn mogelijk en worden kralen verlijmd in plaats van op de plek gezet met knoopjes, een wereld van verschil. Maar vang je dan echt meer met dat dunne spul? Maar één manier om daar achter te komen…

 

Op 12 oktober was het zover, de dag des oordeels. Na het ophalen van de kaarten bleek ik in vak D op plaatsnummer 22 te staan. In Zeeland zou ik afgaand op de locatie vooraf nog lichtjes kunnen inschatten wat de dag zou kunnen brengen maar op het voor mij totaal onbekende terrein bij Wijk aan Zee bleef het tot de daadwerkelijke wedstrijd gewoon een verrassing.

 

Eenmaal op het strand zag het water er interessant uit. Ik stond aan een brede mui die door een stevige branding over de zandbank erachter werd gescheiden van de zee. Hoewel ik normaliter er voor kies om ‘ver weg’ te beginnen probeerde ik het vandaag wat relaxter aan te pakken. Het water, gestuwd door een redelijke wind, was behoorlijk in beweging en na een proefworp voor de start van de wedstrijd besloot ik om met zwaar ankerlood te vissen. Ik ben eigenlijk een voorstander van het laten rollen van mijn lood maar onder deze omstandigheden, met zo veel mensen naast elkaar, is dat vragen om problemen. Je zou maar de hele tijd in de knoop met je buurman zitten, en dat kost op een wedstrijd van vier uur sowieso kostbare vistijd! Na zorgvuldig wikken en wegen en het inschakelen van een hulplijn door een telefoontje met mijn vader, besloot ik mijn haaklijnen tien minuten voor de start allemaal in te korten tot een lengte van maximaal 30 centimeter en vlak onder de kant te vissen. Ik had in Australië geleerd dat je vis in muien vaak onder het schuim van de uitrollende golven kunt aantreffen en dat was dus ook exact waar ik mijn aas ging aanbieden.

 

 

Op de foto is het schuim voor de branding goed te zien...

 

Het fluitje klonk en de wedstrijd ging los. Iedereen ging rap naar de hengels en opvallend genoeg dachten velen met mij te starten met vissen in de mui voor onze voeten. Met lichte zwiepjes ploften veel loodjes tussen de branding en de kant neer en ook ik trok de hengel maar lichtjes aan tijdens het inwerpen. Vlak nadat mijn wijsvinger het lood de vrije loop liet nemen bij de inworp klonk een scherpe knal en vloog het lood richting het schuim zonder mijn hoofdlijn eraan, verdorie! Een gebroken lijn overkomt je op een wedstrijd altijd op een verkeerd moment. Gelukkig ben ik dat ook als recreant wel gewend en schakelde ik snel mijn reservehengel in, en voorzag deze van een onderlijn met korte gele afhoudertjes. Deze lijn haalde zijn doel wel succesvol en ik moest snel aan het knopen want ik was al één van mijn onderlijntjes met ingekorte haaklijnen kwijt!

 

Tien minuten na het fluitsignaal begonnen links en rechts van mij al vissers hun lijnen te controleren en her en der kwamen flinke botten binnen! Ik prikte snel een mooi cocktailtje van leeglopers en slikken aan mijn gemodificeerde onderlijn en liep met de vingers gekruist naar mijn hengel. Zou het een vliegende start worden na een kleine tegenslag of werd het bikkelen voor een visje op dit onbekende strand? Lichtelijk gespannen begon ik met het opbouwen van de spanning op mijn lijn, in de hoop dat het lood niet te hard los zou schieten en een eventueel licht gehaakte vis zou laten afhaken. Toen het lood dan eindelijk loskwam bleef er tijdens het binnenhalen een typische spanning op de lijn te staan waarbij er af en toe aan de lijn leek te worden getrokken. Hoewel het kon zijn dat mijn ankerlood bij het binnenhalen over de bodem stuiterde trok er vlak voor de kant iets opzij en met een soepele slepende beweging haalde ik mijn eerst vis van de wedstrijd binnen. Het was maar een klein visje maar ik was ‘van de nul’ en dat is bij een wedstrijd in teamverband altijd goed. 

 

 

We zijn ‘van de nul’...

 

Snel doorvissen leverde na 40 minuten vissen al vier vissen op waaronder een mooie bot van 31 centimeter lengte. Iedere keer binnenhalen stond garant voor één vis en ook de bij de vijfde keer binnenhalen was het duidelijk dat er een mooie vis aan de haak zat. Die korte haaklijnen deden hun werk goed! Vlak voor de kant bleek de vis er geen zin in te hebben en schoot er nog een keer hard vandoor waarbij hij zich tot mijn spijt wist te ontdoen van de haak. Dat was flink balen.

 

Nadat er in anderhalf uur vissen vijf vissen hun weg richting mijn emmer hadden gevonden viel het rond het kenteren van het getij bij mij compleet stil en liepen mijn buren qua vangsten op mij in omdat zij de vis nog wel wisten te vinden. Ik keek eens over de schouder en zag dat er op redelijke afstand uit de kant tegen de branding mooie zeebaarzen werden gevangen en besloot het eens te proberen. Ondertussen bleek dat wij niet de enige vissers waren die dag toen de zwarte kale kop van een flinke zeehond een meter of drie uit de kant opdook. Die onderwatertijgers met hun schattige kraaloogjes staan in de regel garant voor een verslechtering van de vangsten, dus kort onder de kant was de boel nog wel eventjes verstoord, dacht ik zo.

 

 

Gelukkig viste ik iets verder uit de kant - tot dan toe helaas alleen maar goed voor een zwemkrabbetje. Ruim een uur na ik de laatste vissen uit mijn emmer ter meting aan had geboden viel mijn lijn compleet slap en zwabberde hij losjes aan mijn topoog. De lijn leek niet gebroken omdat hij verder richting het water alsnog een bocht maakte tegen de wind in. Was mijn lijn een stuk binnen gedraaid door een andere visser die er mee in de knoop zat óf was hier iets anders aan de hand? Toen ik spanning op de lijn zetten vermoedde ik al snel dat laatste, want er werd stevig getrokken. Het bleek dat er een leuke zeebaars van 38 centimeter lengte aan de haak hing die het ankerlood eigenhandig losgetrokken had!

 

 

De rest van het team was ondertussen goed bezig las ik in de berichtjes op de app. Het was dus zaak om nog wat vissen bij te vangen want mijn directe buren waren mij inmiddels voorbij gegaan in aantal vissen. Ik schakelde over op langere haaklijnen en begon weer onder het schuim van de uitrollende branding te vissen bij het inmiddels opkomende tij. Dat bleek een topkeuze want al snel kwamen er nog twee mooie botten binnen. Het enige waar ik een beetje van baalde was het feit dat ik al mijn vis met één vis per draai binnen had gekregen en dat er geen één keer een doublet of zelfs triplet binnenkwam. Met nog een kwartier te gaan en nog genoeg in te halen op mijn medevissers in de omgeving hoopte ik daarom op zo’n magisch triplet.

 

 

De hoofdmoot bestond uit bot...

 

Ik zette nog een keer aan om de onderlijn met een mooie slingerende beweging richting het schuimende water te sturen maar tot overmaat van ramp knapte de lijn weer! Snel sprintte ik naar de koffer en voorzag ik mijn nog onbeaasde reserve-onderlijn van wat wormen. De wedstrijd liep bijna ten einde en ik moest en zou nog een paar vissen vangen. Met een zachte zwieper zoefde de lijn richting het schuim. Ondanks dat er nauwelijks nog een kwartier te gaan was besloot ik nog een onderlijn in gereedheid te brengen omdat ik het gevoel had dat mijn aas vrij vlot van de haak zou verdwijnen.

 

Na tien minuten haalde ik daarom de lijn binnen waaraan wederom maar één vis hing. Afijn, één is beter dan géén en bovendien had ik nog vijf minuutjes om nóg een vis binnen te hengelen. De laatste lijn vertrok daarom naar dezelfde plek in het water en ik begon met het opruimen van mijn reservemateriaal. Bij het klinken van het fluitsignaal pakten alle vissers de hengel op om voor de laatste keer tijdens deze wedstrijd met zijn allen de haken te controleren. Mijn lijn trilde, zou er dan toch nog wat aanhangen? Ik haalde langzaam binnen en ieder tikje of stootje voelde als een vis die zich wilde ontdoen van de haak. Eenmaal vlak onder de kant bleek het echter te gaan om mijn stuiterende ankerlood met daarboven drie kale haken...

 

 

De eindstand...

 

De vrijwilligsters die zich als controleurs hadden ingezet gedurende de wedstrijd vroegen mij om een handtekening voor akkoord en met dat krabbeltje was mijn vangst officieel. Mijn gevoel na afloop van de wedstrijd was gemengd. Ik ging heerlijk van start, liet het rond het kenteren van het getij afweten en ving gelukkig aan het eind nog een paar fijne vissen. Als ik tijdens de wedstrijd om mij heen keek zag ik echter overal mooie vissen boven komen wat mij deed vermoeden dat ik niet beter had gevist dan een resultaat in de middenmoot.

 

De rest van het team kwam ook met wisselende verhalen. Eén van de teamleden, en eveneens invaller, Jeremy Stokx had heel goed gevist en misschien wel de vakwinst, terwijl de rest nog twijfelde over hoe ze ervoor stonden. Het bleek uiteindelijk dat Jeremy met zijn 25 vissen inderdaad de winnaar was in zijn vak. Snel zocht ik verder door de uitslag naar mijn naam. Had ik inderdaad in de middenmoot gevist? Verbaasd als ik was zag ik mijn naam terug boven in de lijst. Gevoed door ongeloof rekende ik de totale lengte van mijn vangst na en het bleek correct, ik had inderdaad best een aardig resultaat neergezet! Ik eindigde de dag als vierde in mijn sector en heb daarmee een goede bijdrage kunnen leveren aan het gezamenlijke resultaat van het team, dat de dag als zevende van de 22 aanwezige teams eindigde.

 

Zo zat ik na de wedstrijd toch wat lekkerder in de auto terug naar huis en kon ik nagenieten van een lange maar succesvolle dag op onbekend terrein!

 

 

Leuke visserij daar bij Wijk aan Zee! Ver gooien is nergens voor nodig en het is dus een strand dat goed te bevissen is voor jong en oud.

 

 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.