Terug naar Denemarken op soortenjacht (deel 1)

11 oktober 2019 | Sjors Waterschoot

Sjors Waterschoot

Gepassioneerd sportvisser op zowel zoet als zout en als soortenjager altijd op zoek naar een nieuwe vissoort op zijn voortdurend groeiende lijst.

Na onze ontmoeting in april hadden de Deense soortenjager David Nielsen en ik het al snel over andere vissoorten die mogelijk nog in Denemarken te vangen zijn. Bij mij ontbreken nog de griet, de grote pieterman, grauwe poon, rode poon, grote marene en kleine-, grote- en adderzeenaald. David heeft die eerste vier al binnen, maar voor hem is de jaarlijkse competitie ook belangrijk. Bovendien zou hij graag een vorskwab, een zeestekelbaars en alle zeenaalden willen vangen als nieuwe soorten...

 

Ook in de haven van Kerteminde zitten die dekselse zwartbekgrondels...

 

Het plan is om elkaar bij Nyborg te ontmoeten en vervolgens in Kerteminde te gaan vissen, om vervolgens richting Noord-Jutland te gaan. David heeft een lange  lijst met stekken verzameld en de meeste materialen zijn op locatie, waardoor ik eigenlijk alleen mijn hengels, waadpak en slaapzak mee hoeft te nemen. We zullen vooral aan het water slapen en van de barbecue eten. Wat een plan!

 

Zo gezegd zo gedaan. Op 20 augustus om negen uur sta ik op de bus naar Kopenhagen te wachten, waar ik over moet stappen voor de bus naar Nyborg. Na een lange nachtrit, twee uur wachten voor de overstap en de tweede bus, kom ik rond vier uur ’s middags in Nyborg aan. Voordat ik uitgestapt ben heb ik al gezien dat David staat te wachten. We schudden elkaar de hand, gooien vlug de spullen achter in de wagen en rijden we meteen volgas naar de haven van Kerteminde.

 

Hier pakken we allebei ons LRF-setje en vissen we langzaam de hele haven af. We gebruiken voor nu nog een haakje maat 16, maar kijken goed rond of er iets zwemt waarvoor ander materiaal nodig is. Al snel melden zich de eerste grondels en maar liefst drie varianten; brakwatergrondel, zwarte grondel en zwartbekgrondel. Ondanks dat dit geen nieuwe soorten zijn, zit de beet er goed in, maar natuurlijk blijven we zoeken… Een eindje verderop in de haven melden de eerste kliplipvissen van de trip zich. Deze soort is in Nederland zeldzaam, maar hier in Denemarken werkelijk een ‘plaag’ als je op andere kleine soorten vist. Wat later vang ik hier ook mijn eerste Deense zwartooglipvis! Leuk, maar nog altijd geen nieuwe soorten.

 

 

De eerste soorten komen binnen, hier de kliplipvis...

 

 

Zwarte grondel...

 

Brakwatergrondel...

Wanneer we een paar uurtjes bezig zijn, besluiten we om wat verder door te lopen, naar de kop van de haven. Waar een ponton is van twee plateaus, hier kunnen we mooi vanaf vissen en de barbecue  op de stenen achter ons plaatsen. Ik gooi één hengel in voor de platvis, die de eerste tien minuten opvallend stil blijft liggen. Het duurt niet erg lang voordat ik uit nieuwsgierigheid op mijn buik ga liggen om onder het plateau door te kijken. Wat ik daar zie, maakt me blij verrast. Het is werkelijk een onderwaterparadijs onder dit plateau! Ik zie meteen de drie soorten grondel en beide lipvissen die we al vingen. Daarnaast racet er af en toe een smelt voorbij en zie ik enkele zeestekelbaarzen en kleine zeenaalden! Kassa: daar zwemt een nieuwe soort!

 

 

Mijn eerste Deense zwartooglipvis...

 

Ik sta op, vertel David over mijn vondst en begin mijn onderlijntje klaar te maken. Voor deze mini-zeenaaldjes gebruik de ‘Tanago ultimate’ van Gamakatsu, met ongeveer 4 cm daarboven 1 groter knijploodje van 0,4 gram, ietsje groter omdat je nog wel eens last van stroming hebt. We proberen allerlei aasjes uit: kleine stukjes garnaal, garnaleneitjes, stukjes maden en zagers. Ik heb het meeste vertrouwen in stukjes garnaal en ga daar mee aan het priegelen.

 

David en ik zoeken heel het plateau af, we helpen elkaar een beetje met vis te spotten, maar merken al gauw dat dat eigenlijk niet nodig is. Onder het lage plateau hangen touwen, met daaraan mosselen en bij vrijwel ieder touw zitten wel wat zeenaalden of zeestekelbaarzen. We lopen allebei rond en gaan hier en daar op onze buik liggen om even te proberen, en omdat er zoveel zitten wissel ik vaak van doelwit;  ik zoek er namelijk eentje die dichtbij het oppervlak schuilt en er perfect voor ligt om het aasje aan te bieden. Na de zoveelste keer verplaatsen zie ik er eentje die vanaf het touw, op zijn gemakje onder het plateau door gaat richting een staander van het ponton. Ik rol me vlug om en biedt hem op maar 5 cm diepte het aasje aan. De zeenaald staart er naar, maar pakt niet…

 

 

Kleine zeenaald!

 

 

En nog eens van dichtbij...

 

Ik blijf geduldig wachten, maar hij pakt alsnog niet. Ik besluit vlug mijn stukje garnaal te halveren en het nog eens te proberen. Gelukkig hangt hij er nog steeds ideaal voor, deze keer staart hij weer naar het aasje en na zo’n 30 seconden slurpt hij het naar binnen! Ik tik de vis omhoog en net voordat ik hem kan pakken valt hij van de haak af! Gelukkig lig ik op mijn buik en kan ik hem nog pakken. ‘Got it!’ roep ik naar David, die vlug een bakje met zeewater vult om hem even in te bewaren.

Nadat ik de beenringen tussen de kop en anus heb geteld, weet ik het zeker; het is de kleine zeenaald (Syngnathus rostellatus). We nemen wat duidelijke foto’s van het visje en dan zet ik hem op precies dezelfde plek terug. Wat een vangst!

 

David is nu extra gedreven om een zeestekelbaars te vangen en omdat ik mijn nieuwe soort binnen heb, probeer ik hem daar zo goed mogelijk bij te helpen. We proberen het nog een hele tijd, en af en toe bijt er wel eentje, maar niet overtuigend genoeg om hem te haken. Zo vissen we tot ver in het donker door, maar helaas wil het niet lukken. David hakt uiteindelijk de knoop door en zegt dat hij toch in de buurt woont en het een andere dag ook nog kan proberen…

 

Over enkele dagen deel 2 van dit drieluik

 

 

In deel 2 komt de bot aan land, maar ook enkele 'specials'...

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.