Huize Weltevree : meeuwenkennel in optima forma

27 september 2019 | Hank Perrée

Hank Perrée

Hank Perrée is schipper op een eigen charterboot en schrijft maandelijks een blog over zijn avonturen aan boord.

Een jaar of 3 geleden pende ik, blijkbaar bij gebrek aan vissige verhalen, de belevenissen van het eerste levensjaar van Meeuw neer. Mijn verwachting dat ie (als ie ooit zou gaan vliegen) mij in de toekomst de weg naar de makrelen zou wijzen en niet op mijn kop zou schijten is slechts ten dele uitgekomen. Hij schijt niet op mijn kop.

 

Dit is onze Meeuw. Hij wacht op het eten...

 

Voor de geïnteresseerden; het gaat goed met Meeuw. Meeuw is ondertussen 3 en een half. Dat vliegen is echter niet zo‘n verschrikkelijk groot succes geworden. Hij is (of zij - in het transgenderneutrale NL is het misschien makkelijker om over ‘ie’ te praten, kun je alle kanten mee uit) gedurende een uitgebreide periode van herstel, geholpen door een vorm van overvoeding die de eerste obesitas-meeuw ooit voortbracht, op duistere wijze het vliegen machtig geworden. Dat ziet er eigenaardig uit.

Een gewone meeuw vliegt met strakke volledig rechte vleugels, na een kort aanloopje sierlijk en elegant op de wind door het luchtruim. Meeuw niet. Meeuw heeft eerst een aanloop van een half voetbalveld nodig en ‘harkt’ zich daarna, overigens met plezier, een weg door datzelfde luchtruim. Je kunt duidelijk zien dat ie ooit met twee gebroken vleugels aan is komen sukkelen want het ziet er niet uit. Twee blokhaken lijken met uiterste krachtsinspanning als gekraakte molenwieken wild in het rond te flapperen. Op een of andere manier is het wel effectief, en…het heeft het voordeel dat je hem overal herkent (ik dan toch). Dat ik hem herken is van mindere importantie. Hij herkent mij. Of liever gezegd de boot.

 

 

Pak aan Meeuw...

 

Bij aanschaf van Wiesje zat er maar één in- en uitstapdeur op het vaartuig en de liquide middelen voor een tweede deur waren niet toereikend. Dat heeft tot gevolg dat ik altijd, uit de sluis komend, een soort pirouette moet maken om de opvarenden veilig af te laten stappen. Ik ben er ondertussen aan gewend en we houden het dus maar bij één deur. En dat ronddraaien herkent ie. Als een soort aangeschoten jachtbommenwerper harkt ie zich woest door de lucht om zo snel mogelijk bij Wiesje te zijn om een eventuele avondmaaltijd op te halen. Als ie er al niet zit want meeuwen blijken over een uitstekend horloge te beschikken. Vaak dobbert onze vrolijke vriend met het lijf potsierlijk naar voren hellend al gezelligjes in de buurt van de sluiskolk rond en er is maar één boot waar hij naartoe zwemt. Juist…

 

 

Te herkennen aan een buts in zijn vleugel...

 

Het tweede gedeelte van de destijds uitgesproken wens gaat hem dus niet worden. Dat is het zoeken naar makreel. De vliegkunsten in aanmerking genomen zal dat er nooit van komen. Het werkgebied van Meeuw is de haven. Punt. Ooit trof ik hem, waarschijnlijk in een ultieme hongerbui, aan bij de RV4 waarbij hij aandachttrekkend voor de boot op en neer vloog. Voor de niet ingewijden; dat is een boei ongeveer 800 meter buiten de havenhoofden. Dat is de verste locatie waar ik hem ooit tegengekomen ben. Makrelen zoeken gaat hem dus niet worden. Dat is te ver.

 

 

Waar is dat voer?

 

Meeuw kwam (met de nadruk op kwám) ook altijd ‘s ochtends even een versnapering halen op de steiger van de boot als ik de kratjes naar binnen bracht. Meestal op het dak maar soms trippelde hij me ook tegemoet. Aan die ochtendscene is een abrupt einde gekomen. Ongeveer in mei van dit jaar.

Een meeuwenechtpaar vatte het onzalige plan op om bovenop de steiger de ultieme locatie voor hun nest te kiezen. Meeuwen broeden namelijk niet in bomen, meeuwen broeden op de grond. Het naburige veldje waar ongeveer 4 triljard echtparen hun domicilie hadden gekozen om hun kroost voort te brengen was blijkbaar niet goed genoeg. Het moest en zou op de steiger.

 

 

Op de steiger...

 

Eerst 1 ei en daarna kwam er nog een ei uit Ma. Nou lag dat nest vlak bij de elektriciteitskast waar soms een zekering uit springt dus daar moet je zo nu en dan wel eens zijn. Ik weet niet of je wel eens bij een broedend meeuwenechtpaar bent geweest maar het is in eerste instantie niet echt een aanrader. Vooral pa stort zich met bruut geweld op de indringer terwijl ma sissend haar aankomend kroost beschermt. Toch mag ik mezelf al een beetje een meeuw-o-loog noemen en dat aanvallen - elke keer als ik op mijn eigen steiger kwam - was ik wel een beetje beu. En wat doen we dan? Juist; voer. Als niets meer helpt, helpt voer.

 

 

Zei daar iemand 'voer'?

 

Zorgvuldig had ik een, ondertussen in verregaande staat van ontbinding verkerend, wijtinkje achtergehouden en het wachten was op het tijdstip dat papa even niet in de buurt was. Toen dit vreugdevolle moment aangebroken was, ben ik heel voorzichtigjes naar het nest gelopen en heb ik ma, die sissend haar best deed om mij weg te jagen, vanaf een metertje de wijting toegeworpen. Meeuwen moeten welhaast geen smaakzin hebben en de wijting waar de maden nog net niet uitkropen werd als welkome eiwitbron naar binnen gewerkt. Je zag haar denken; “Verrek, man-met-Wiesje-trui = voer.”

 

Meeuwencommunicatie blijkt vlot en uiterst effectief te verlopen want binnen korte tijd kon ik pa ook voeren en zo herstelde zich de rust op de steiger.

Na een succesvol verlopen broedperiode kwamen er twee dottige pluizenbolletjes ter wereld die zich voortdurend bezig hielden met hun dagelijkse beslommeringen. Vreten en piepen en schijten. Zolang die twee Piepers nog in het nest waren was er eigenlijk niets aan de hand. Zo nu en dan de horde voerend leek alles pais en vree. Nou is het de insteek dat die kleine fruttels uiteindelijk opgroeien tot volwassen meeuwen maar er is een periode dat onhandigheid met extra grote hoofdletters geschreven wordt. Het is werkelijk geen gezicht om dat gestuntel aan te zien. Als dan je vader en moeder ook nog zo stom geweest zijn om het nest ongeveer 22 centimeter vanaf de rand van de steiger te bouwen kun je wachten op ellende. En die kwam.

 

 

Twee Piepers in het nest...

 

Eerst viel numero 1 in het water. Ontsteltenis bij de familie maar ondanks het feit dat niemand het de kleine nog geleerd had blijkt zwemmen automatisch ingebouwd te zijn bij een meeuw. Met machtige slagen wist de donsbal zich op de nabijgelegen veilige oever te begeven.  Volslagen paniek maakte zich meester van de meeuwenfamilie. Die kleine zwemmert stond te piepen om het hardst, eenmaal op de kant. Ma kreeg een rolberoerte en wist niks beters te verzinnen dan die andere kakeluut maar wild te beschermen zodat ie ook bijna het water inflikkerde, terwijl pa ondertussen volledig gedesoriënteerd over het hoofd van de wal-onderzoekert vloog. Ik dacht, dons en water, dat gaat niet goedkomen en als barmhartige Samaritaan haalde ik de kleine op en bracht hem weer terug naar het nest. Verspilde moeite.

 

Binnen enkele dagen maakten de twee er een sport van om in het water te donderen en naar de kant te zwemmen. Ik heb ze nog terug gebracht maar het was dweilen met de kraan open.

 

 

Wie komt me halen?

 

Ondertussen had Meeuw twee dingen uitgevonden. Ten eerste was het niet wijs om in de ochtenduren voor zijn ontbijt op die steiger te komen en een aanval van Pa te riskeren. Ten tweede: gewoon ‘s ochtends een beetje kris-kras voor dat blauw met witte ding gaan vliegen en er dan recht voor landen, levert meestal wel een kadetje op. Ook de vrijdagochtend bij de bunkerboot kon je altijd rekenen op een intiem treffen tussen Meeuw en mij. Overigens maakte het steeds dieper in het water liggende silhouet volstrekt duidelijk dat het met de voedselvoorziening wel snor zat.

 

De twee jonge meeuwen - ik ben ze maar Piepers gaan noemen – maakten het prima op de wal en in een nabijgelegen rioolbuis en onder de steigerloopplank konden ze ook nog schuilen voor de woeste Vlissingse weersomstandigheden. Het nest werd dan ook in no time verwaarloosd door pa en ma en de opvoeding ging enkele meters van de oorspronkelijke locatie vrolijk verder.

 

Tegelijkertijd meldde zich ook ‘Sukkel’; een meeuwenjong dat de weg naar het ouderlijk nest op het naburige veldje niet meer terug had kunnen vinden. Ook Sukkel begrijpt het woord ‘voer’ en sloot zich moeiteloos, maar wat bang, aan bij de zich uitdijende voederkaravaan.

 

 

Deze heet Sukkel...

 

Ik app Odette vaak hoe laat ik ongeveer thuis ben maar daar moet tegenwoordig wel een minuut of 10 bijgesprokkeld worden. Het valt namelijk om d‘n drommel niet mee om de ondertussen vliegende horde eerlijk voedsel te geven. Eén voordeel; nadat pa blijkbaar aan zijn opvoedkundige taak had voldaan heb ik hem nooit meer gezien. Waarschijnlijk een of andere scharrel zonder de last van jonkies aan het opzoeken.

 

Ma ontpopt zich als kenau en vreet het voer uit de bekken van de Piepers en Sukkel. Daarom krijgt eerst ma een stuk brood of vis en dat moet je een eindje van de groep wegsmijten. Ma erachteraan en dan komen de andere drie aan de beurt. Zo werkt dat.

 

Overigens hoef ik me geen enkele zorg te maken als ik eens een dagje vrij ben, of zelfs een paar dagen niet kom. Arian van de Limanda, Freddy van de Zeearend, Frank van de Nautilus maar zeker Jacco van de Waypoint hebben volledig onbezoldigd het voederschap bij afwezigheid van de oppervoerdert op zich genomen. Vooral Jacco lijkt er erg blij mee te zijn…

 

Zo, iedereen is weer bijgepraat over de fauna én de wederwaardigheden van Meeuw in het Vlissingse havengebied. Waarschijnlijk zal het komende chapiter wel weer gewoon over vissen gaan.

 

Dat was het weer, tot de volgende.

 

Hank Perrée

 

www.wiesje.net

 

 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.