Voetafdrukken in het zand en oogsten uit de natuur

20 september 2019 | John Willems

John Willems

Onze ‘Panvisser’ John Willems verzorgt de vaste visreceptenrubriek in Zeehengelsport magazine.

Eindelijk is het zover: ik kan weer naar het strand. Gekneusde ribben hebben wekenlang het vissen in de weg gezeten, maar vanmorgen ben ik in alle vroegte opgestaan. Ondanks alle berichten over apenhaar in het water ga ik toch. Ik heb niet alleen een ontiegelijke drang om te gaan vissen, maar ik wil ook een mooie zeebaars vangen om op te eten.

 

Alle rust op het strand...

 

Het is nog erg donker als ik mijn auto neerzet op de grote parkeerplaats, vlakbij het strand van Castricum. Zodoende nog te donker om te kunnen beoordelen waar een goede stek is. Dan maar even Facebooken. Terwijl ik door de berichten loop valt me een filmpje op van Marco Kraal. Hij staat op het podium ‘Preken voor eigen parochie’ en tracht de toehoorders te overtuigen dat de natuur heel dichtbij is. Marco houdt een klein pleidooi voor bloemrijke tuinen, kruidenbakken en zelfs het houden en slachten van kippen in je eigen tuin. Oogsten uit de natuur. Jammer dat het filmpje zo kort is, want het thema spreekt me aan.

 

Pakweg twintig minuten later loop ik het strand op. Links ligt een mui, maar die is me te diep. Zo’n driehonderd meter naar rechts liggen een paar kleine muitjes en een leuke zwin, maar nog veel noordelijker ziet het er echt interessant uit. Het wordt een hele tippel, maar een groot voordeel is dat ik daar alleen zal staan. Dat vind ik fijn, want zeebaarzen zijn snel verjaagd.

 

Tijdens mijn wandeling geniet ik van de vogels, de branding, het uitzicht over zee. Ik laat ondiepe voetafdrukken en bandensporen van mijn strandkarretje achter. Als het straks hoog water is spoelen die weer weg en blijft er een ‘maagdelijk’ strand achter. Het loopt echt lekker op het harde zand. Dan overvalt mij bange vraag: zal de ecologische voetafdruk, die wij mensen samen op moedertje aarde achterlaten, nog kunnen wegspoelen?  Benieuwd naar jouw ecologische voetafdruk? Doe dan hier de test.

 

 

Te mager, deze mag terug...

 

Ondertussen ben ik op mijn stek gekomen. Rustig tuig ik mijn eerste hengel op en begin pakweg vijftien meter uit de kant te vissen. Hengel nummer twee volgt, maar daarmee werp ik de steekzager op de kop van een bank. Het apenhaar lijkt mee te vallen. Hé, da’s bijzonder: er is toch iemand al zo vroeg op het strand. Sterker nog; er komt een man met grote stappen recht op me aflopen. Ik herken hem niet, maar zie wel een wat bozige serieuze blik. De man kijkt strak voor zich uit en ziet niets van al het moois om hem heen. Hij stapt flink door. Dan staat hij naast me. Stevige laarzen hebben diepe afdrukken achtergelaten in het zand. Zijn borstelige wenkbrauwen staan fronsend. Hij valt met de deur in huis met de vraag: ‘Denkt u dat uw haken vissen pijn doen’? Ik kijk de man zwijgend en taxerend aan. Heeft het zin om een discussie aan te gaan, of ga ik hem verzoeken om verder te lopen omdat hij mijn rust verstoort?

 

“Ik ben ervan overtuigd, dat ik vissen pijn doe met mijn haken, meneer. Sommige vissen gebruiken ook hun stekels om andere vissen pijn te doen, die hen willen opeten. Dat moeten ze dus voelen”. Op dat moment buigt ‘de verre’ hengel diep door en begint er een kort gevecht met een zeebaars. Deze stekel heeft ruim de maat, maar hij gaat toch terug. “Ik vind ‘m te mager.” Vragend kijkt de man mij aan. “Ik vis voor mijn diner van morgen, maar deze baars mag nog wat dikker worden”. Enthousiast vertel ik de man een recept met zeebaars. De sfeer wordt meer ontspannen, zodra ik de kruiden en groenten benoem die ik wil gebruiken. “Die staan bij mij in de moestuin,” vertelt hij, terwijl zijn wenkbrauwen al een stuk minder fronsen.  Meneer vertelt dat hij, in een moestuin, graag zelf zijn eten oogst. Het lijkt er sterk op dat we wat gemeen hebben: het is fijn om uit de natuur te oogsten.

 

 

Een dikke zager werp ik naar de kop van een bank...

 

“Volgens mij heb je beet”. De ‘moestuinman’ heeft het goed gezien en even later duwt de branding een tweede zeebaars op het strand. “Wil je een zeebaars hebben?” Hij is duidelijk verrast door mijn vraag. De wenkbrauwen gaan twijfelend omhoog, maar hij besluit toch om het niet te doen. “Ik vindt het zo zielig, als hij dood gaat, maar vind je het goed als ik nog even blijf kijken”?  “Hoewel, als je deze meeneemt kan je voor vandaag stoppen met vissen, want als ik een krop sla heb geoogst haal ik er ook geen tweede uit”. Ik leg de man uit, dat twee zeebaarzen niet genoeg zijn om mij te verlossen van mijn visdrang. Bovendien hoop ik op een dikker exemplaar. ‘Visdrang is net zoiets als jachtinstinct. Het grote verschil tussen jagen en vissen is dat je vis kunt terugzetten, maar wild dat geschoten is niet. De overeenkomst is dat de meeste jagers en (zee)vissers hun prooi opeten. In die zin oogsten ze ook zelf hun eten uit de natuur. Voor deze categorie mensen hoeft vlees of vis niet eerst onherkenbaar in plastic te zijn verpakt. Eerlijk gezegd hoor ik ook bij deze mensen. Niets is puurder en heeft vrijer gescharreld, dan wild en vis. En er is ook niets mis met zelf het ‘vuile werkje’ te doen en het beest zelf schoon te maken voor bereiding. Anders ben je moreel verplicht om vegetariër te worden’. (Ik citeer nu Marco Kraal).

 

“Eten alle vissers hun vis op?” Ik neig om te zeggen dat dit zo is, maar bedenk meteen dat mijn vismaten vooral ‘zoute’ vissers zijn. De meeste ‘zoetwater’ vissers zetten hun vis terug. Zij vissen dus niet voor de pot, maar ervaren dezelfde visdrang, als ik. Echter zij vinden dat je catch & release moet vissen. De wenkbrauwen staan weer fronsend. “Misschien lusten zij geen vis en dan vis je dus alleen voor je eigen lol”. Hij heeft een punt, want wat als vis naar biefstuk zou smaken? Hoeveel catch & release vissers blijven er dan nog over? Ik zie ook een verschil met een probleem uit de jagerswereld. De publieke opinie is negatief over het doden voor de lol. Heel raar eigenlijk, want wild levend op eten is pas echt bruut en het schieten als zodanig pure noodzaak. En keuren zij het wel goed, als doden van dieren beroepsmatig gebeurt? In de viswereld zijn het juist de beroepsvissers, die sterk bekritiseert worden. Toch zorgen zij voor de meest ultieme ‘scharrel’ eiwitten op ons bord is mijn mening, maar daar zullen veel hengelsporters weer heel anders over denken.

 

 

Ook te klein...

 

Ik vertel hem dat ik workshops vis fileren en bereiden verzorg. Doe ik samen met vrienden die allemaal hengelsport als hobby hebben.  Onze voornaamste drijfveer: we willen graag dat vis bestemd voor de pan met respect wordt behandeld. Zo jammer als een vis zijn leven heeft gegeven en deze wordt verprutst. Niet iedereen is daar blij mee. Getuige boze reacties bij Facebook foto’s van onze workshops. Zelfs bij foto’s van heerlijke gerechten met vis gebeurt dat. Deze mensen zijn wel heel sterk van mening dat je vis alleen mag vangen en dan terug moet zetten.

 

“Net als vissers en jagers oogst u ook uit de natuur. In uw geval een moestuin”. Waarom neemt u de stap niet om nog meer uit de natuur te oogsten?” De man kijkt nadenkend uit over zee, terwijl zeebaars nummer drie zich meldt. Dit keer eentje, die zich afgelopen maand helemaal rond heeft gegeten aan krabben. “Zo zeg, da’s een mooie. Deze zal heel erg lekker zijn.” Het doet een beetje pijn, maar ik bied hem mijn dikke zeebaars aan en deze keer twijfelt ‘de moestuinman’ niet. “Wil jij dit prachtige beest voor me dood maken dan?” Geroutineerd geef ik de zeebaars en klap op zijn kop om zo lang lijden te besparen. Meteen daarna snij ik een kieuwboog door, zodat de zeebaars leegbloed met het laatste kloppen van zijn hart. Daarna spoel ik de vis af in het zeewater.

 

 

Deze mooie stekel mag mee...

 

“Waarom heeft u me uw zeebaars gegeven?” Dat is een goede vraag, want diep in mijn hart had ik ‘m liever zelf gehouden. Maar deze man kon het vanmorgen opbrengen om, ondanks zijn stevige mening, die van mij te respecteren. Misschien heeft hij zelfs zijn mening herzien. Ik weet de naam van deze man niet eens, maar ik gun hem zijn zeebaars. Een zeebaars, die ik met veel plezier heb gevangen en waarbij ik hoop dat hij daardoor zelf gaat vissen.

 

Er is iets veranderd in de lichaamshouding van de ‘moestuinman’. Hij lijkt blijer. Misschien verbeeld ik het mij, maar ik geloof zelfs dat de afdrukken van zijn laarzen in het zand minder diep zijn dan een uurtje geleden. In ieder geval kijkt hij nu genietend om zich heen en tijdens de terugweg loopt hij aanmerkelijk langzamer. Dat de wet mij verbied om vandaag nog een zeebaars te doden en mee te nemen voor het diner vind ik niet erg. Vandaag heb ik niet voor mezelf geoogst, maar wel gezaaid.

 

www.visling.nl

 

www.visfileermessen.nl

 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.