Lauvsnes, maar dan anders…

22 augustus 2019 | Hank Perrée

Hank Perrée

Hank Perrée is schipper op een eigen charterboot en schrijft maandelijks een blog over zijn avonturen aan boord.

De laatste week van juni van dit jaar 2019 zijn we weer naar Lauvsnes getogen. Jaap van P & S Visreizen doet de logistiek en ondergetekende kwèèèèkt zo nu en dan eens aan boord van Wiesje dat we weer gaan en of er iemand mee wil. En dat liep deze ronde iets uit de hand…

 

 

Blogger Hank in Noorwegen...

 

Wat bleek namelijk; 27 min of meer volledig gestoorde Wiesje-individuen werden nog aangevuld met vier stuks loslopend wild van Jaap. Een bont tableau zullen we maar zeggen.

Een aantal van de aspirant  Noorwegengangers was niet geheel ingevoerd in het vissen in het hoge noorden. Zo’n beetje van het type waarvan je na 200 keer aanmonsteren op Wiesje nog steeds moet zeggen dat ze uptide moeten gooien en lijn moeten geven. Het leek daarom raadzaam om een informele info-avond te verzorgen. Niets was minder waar.

 

Tijdens een overigens bijzonder gezellig samenzijn ten huize Raats te Prinsenbeek leken een aantal van de feestgangers redelijk in de gaten te hebben hoe het er in Lauvsnes  aan toe zou gaan. Er waren er echter ook bij die met een min of meer glazige blik in de ogen keken alsof ze een drol tegen de muur omhoog zagen kruipen bij deze, overigens eenvoudig gehouden, uitleg.

 

 

Mooie vooruitzichten...

 

De verdeling van de boten zou een ‘tour de force’ worden. Maar daarover later meer.

Allereerst bleek het een hele opgaaf om als een soort wijkverpleegster de horde op Schiphol in het gareel te krijgen. Ondanks het vroege uur van vertrek werd de koffie overgeslagen en licht alcoholische versnaperingen kregen alras de overhand. Niet echter bij Jozef die op 26 mei met de hond wandelend het halve grasveld thuis overgetrokken werd en bij dit wreed accident zijn duim in duizend stukken brak. Dat zou volgens de plaatselijke chirurgijn slechts luttele weken in beslag nemen en naar Noorwegen gaan zou geen enkel probleem zijn. Nou, dat richting Noorwegen gaan was ook niet het punt; wel dat hij zich bij het vliegmasjien meldde met de pinnen nog in zijn duim en het gips potsierlijk om zijn hand. “Het zou wel loslopen….”

 

 

In plaats van met de Zonnebloem mee ging de eigenaar van deze hand bij ons aan boord om grote vissen te vangen...

 

 

Om het moraal in het vliegtuig hoog te houden deed Arthur een act als nachtclubdanseres...

 

Tijdens de overigens vlot verlopen vliegreis waarbij model Arthur zich als een ware nachtclubdanseres ontpopte, omgeven door het businessclass gordijn, keerde de rust weder en met een dutje hier en een snurkje daar landden we zonder crash in Trondheim waarna een even zo voorspoedige busreis naar het viskamp volgde.

Alle matrozen waren reeds voorbereid dat vissen er de eerste twee dagen waarschijnlijk niet in zou zitten in verband met de wel heel triestig uitziende Windfinder-voorspellingen aldaar. Tijdens onze busreis kreeg ik echter Jaap aan de telefoon die met de Transit bus en huuraanhangwagen al vooruit gereden was en nét klaar was met de voorbereidingen. “Wordt zeker geen vissen hè Jaap?” “Nou, het ziet er hier eigenlijk best redelijk uit.” Klonk het, waarna er een luid gejoel door beide touringcarbussen ging.

 

Dat viel dus niet tegen. Maar die meevaller kwam geheel op het conto van de perfecte ligging én de goede fjordvisserij in Lauvsnes. Ook met grafweer waar je je hond nog niet doorheen zou sturen kun je hier wel ergens wegkruipen én een leuk visje vangen.

 

 

Een zeearend, mooi gezicht!

 

Aangekomen in het kamp moesten de boten ingedeeld worden. Van tevoren goed, naar eer en geweten, gekeken naar de vis- en vaarkunsten van de opvarenden en tot een acceptabel compromis gekomen. De ene had een zeilboot en ging wel eens met een kleine boot de Noordzee op; de andere had een jacht en wist de ondieptes in de Biesbosch klaarblijkelijk goed te omzeilen, weer een ander viste zelf met eigen boot vanuit Kamperland, Jack van de Barracuda was net als de ‘bende van ellende’ die met zijn vieren de boot weer bezette, geen enkel probleem, enzovoort enzovoort. Appeltje eitje zou je zo denken…

 

 

Het was dringen geblazen daar bij de bodem...

 

Toch zorgde enkele van deze kapiteins voor schaamrood bezorgende anekdotes die gewoonweg niet weggelaten mogen worden in dit epistel. Daarvoor zijn ze te mooi.

 

Laat ons beginnen met de stippellijn. De perfecte plotters van Garmin laten als een soort Klein Duimpje met broodkruimeltjes een keurig stippellijntje achter waar je gevaren hebt. Als je over dit stippellijntje de terugweg aanvaardt kom je weer in de haven terecht. Simpel toch? Op de groepsapp (altijd handig met zo’n zooitje) verscheen uit het niets het enigszins paniekerige bericht: “Laat Hank even bellen. We zijn de weg kwijt. Geen grapje.”

 

 

En krom gingen ze, die hengels...

 

 

Dikke koppen...

 

Na telefonisch contact met de desbetreffende kapitein die, nog steeds licht panikerend, “zijn” stippellijntje niet meer terug kon vinden maar gelukkig nog wel in staat was de coördinaten door te geven, vertrok ondergetekende - geflankeerd door Jack van de Barracuda - richting onheilsplek. Daar troffen we het drietal in blakende gezondheid aan. Hoe ze daar terecht waren gekomen is me een volslagen raadsel want ook na vijf opeenvolgende jaren Lauvsnes was het mij in geen velden of wegen gelukt deze onheilsplek te vinden. Op de weg er naartoe werden we verrast door ondieptes en nét onder water liggende rotsen die je de haren te bergen zouden doen rijzen. Daarom de opdracht aan de kapitein van dienst om pal achter me te varen.

 

 

Tjopperts...

 

 

...van diverse merken...

 

 

Het avondeten verzinnen was meestal geen probleem...

 

Al pasten ze vaak niet ongekuist in de pan...

 

Verser kan haast niet...

 

Dat ging best aardig, totdat overmoed van de weer gerustgestelde stuurman de overhand kreeg en aan een inhaalmanoeuvre werd begonnen een 200 meter naast ons. Met volslagen zekerheid dat hij de staart van zijn buitenboordmotor er tot vlak onder het blok af zou rossen wisten we het object met wilde handgebaren op andere gedachten te brengen. Om de lieve vrede te bewaren en de kapitein zijn ego op onpeilbare hoogte te houden, heb ik maar rap de tracks (en ook ‘zijn’ stippellijn) gewist. Onder gemurmel van de woorden ‘Tja, ik snap er ook niks van, alle stippellijnen zijn weg’ ben ik een, weliswaar wat verlaat,  maar zeker verdiend whisky’tje gaan drinken. Zo gaat je benzine tenminste niet over de datum met 8 mijltjes heen en 8 mijltjes terug…

 

 

Een koolvisje met spijt dat hij de pilker greep...

 

 

Cees doet een dutje...

 

Om ook wat vissigs in deze poëzie te frotten is het misschien handig wat ruige verhalen de wereld in te helpen over de visserij aldaar. Laat ons met het slechte nieuws beginnen. Het weer was van dien aard dat we slechts één keer naar de ‘verre plek’  konden. Daarnaast waren de vaste bewoners van dit pollak-walhalla van Noorwegen blijkbaar ook op vakantie want dat was ietskes minder dan vorige jaren. Ze zaten er wel, en groot ook, maar je moest er wel veel harder voor werken. Dit werd, en nu het goede nieuws, zeer ruimschoots gecompenseerd door de aanwezigheid van ongeveer 17 miljard koolvissen tot ruim 90 centimeter toe.

Het gros varieerde van 60 tot ruim 80 centimeter en met licht materiaal was dat megakicken. Het was er werkelijk van vergiftigd.

 

 

Prachtige kabeljauwen Emiel...

 

 

Ook deze heilplatten waren er, zoals André laat zien...

 

 

Net als mooie lengen voor Helmut...

 

Omdat de laatste dag een weerbericht kende van bedenkelijk allooi kozen Klaas en ik ervoor om in plaats van vrijdag overdag dan maar in de nacht van donderdag op vrijdag te vissen. Het is er toch licht in de nacht dus dat maakt niet uit. Samen met Olaf en Wim visten we tot een uur of half 2 op diverse plekjes met aardig resultaat. Vlak voor de deur en nét om de hoek, want we wilden niet te ver. Olaf en Wim besloten dat het tijd werd om naar bed te gaan maar op Klaas en op mij zat geen rem dus we gingen toch nog even op het plekje bij de oranje bal waar we al eerder die avond gevist hadden. Er was een ander tij ondertussen dus wie weet.

 

 

Knokkers...

 

Wat daar gebeurde sloeg echt helemaal nergens op gedurende twee en een half uur. Op het trapsgewijze plateau vingen we op de diepste treden een berg koolvis waar de honden geen brood van lusten. Gezonde forse vissen die de slip keer op keer lieten gieren. We namen niets mee en alles ging weer terug. Dat is extra fijn bij koolvis. Die is zo taai dat je ze zonder probleem de vrijheid weer kunt geven zonder dat ze zich op hun rug draaien. Dat is bij kabeljauw wel anders, daar moet veel voorzichtiger en met beleid gehandeld worden.

 

 

Wát een berg vis daar...

 

Na het oplopen van een carpaal tunnelsyndroom ter hoogte van de hand, een tenniselleboog en een slijmbeursontsteking in de schouder zijn we volledig verrot maar naar het huisje gegaan. Tsjongejonge wat een berg vis.

 

Als je wél vis mee wil nemen is het uitermate handig de filetjes in te vriezen. Zo komen we bij anekdote nummer 2. Hoe ze het verzonnen hebben kun je werkelijk waar niet begrijpen maar het is echt gebeurd. In een van de gebouwen staan volop vriezers. Na een dag of drie beklaagde een niet bij naam te noemen opvarende dat de vis niet bevroor. Forensisch onderzoek toonde aan dat de knipperende lampjes aankondigden dat de vriezer nog op ‘laag’ stond. Een flinke zwieper van de desbetreffende, inderdaad op de vriezer aanwezige, draaiknop richting ‘Superfrost’ tackelde dit probleem vrij vlotjes.

 

Nog bonter maakte een ander drietal ‘vrieskoningen’ het. Ondanks het feit dat iedereen zijn mee te nemen filetjes keurig invroor (vooral Walter en Michael hebben dit tot een ware kunst verheven) in de daarvoor bestemde vriesapparaten, leek het een attractief plan het toekomstige zeebanket in bewaring te geven bij de hoteleigenaar. Wat meewarig heeft deze man, blijkbaar uitgerust met het IQ van een bosegel, de vis keurig in de koelcel gelegd. Koelcellen vriezen echter niet, ze koelen. Ook dit probleem werd met een verhuizing naar de (op kortere loopafstand gelegen} vriesaccommodatie opgelost. Tsja, je maakt wat mee…

 

De ene avond, zeg maar nacht, dat we wel naar de verre plek konden, stond bol van pittige communicatie. Met drie boten vertrokken we naar het begin van het fjord. Het was nog wat winderig en we zouden daar besluiten wat te doen. Toch maar eerst eventjes bij de Revillen geprobeerd. Die avond deed de pollak het zoals het hoort en in de tweede boot ving Paul een mooie heilbot van 90 centimeter. We zeiden nog tegen elkaar: ‘Als het zo doorgaat hoeven we niet echt naar de verre plek.’ In de derde , wat grotere, boot echter stond de bemanning zo strak als een snaar om richting walhalla te gaan en toen men zich voor de zoveelste keer meldde wanneer we nou eindelijk gingen,  kwamen de opgekropte emoties van het heel de week wijkverpleegster zijn er bij de muneer van de boot in één keer uit. Onder excuses van mijn oprisping en als pleister op de wonde in de vorm van de coördinaten, vertrok de grote boot hierna maar vast.

 

Paul en Klaas besloten door het golfje toch in de fjord te blijven. Olaf en ik visten door met nog steeds pollak, maar dat doofde langzaam uit. En toen werd het echt rustiger. Met nog steeds een flinke deining ging het op het gemakkie een half uurtje richting open zee voor hopelijk grotere loerissen.

 

 

Het ging maar door...

 

 

Zelfs midden in de nacht...

 

En dat lukte bewonderenswaardig goed, maaaaaarrrrr je moest er wel wat voor doen. Duidelijk zagen we de omgekeerde bananenvormen op de bodem maar we kregen ze niet gemakkelijk te pakken. De truc bleek te zijn dat je de shad/megatwister werkelijk tergend langzaam naar boven moest draaien. Vaak beten ze pas als je 5 tot 10 meter van de bodem weg was. Maar dat waren dan ook wel forse loerisboeven. Er moest nog wat vis mee voor diverse nooddruftigen, dus we hadden zo’n grote zwarte plastic bak meegenomen. Veel te klein want ze kwamen er met kop en staart uit. Wat een joekelkabeljauwen zeg. Toen ook de bodem van ons jacht zich aardig begon te vullen en we zelf tot op dun draad versleten waren, leek het een prima lichaamsbesparend plan om de thuisreis te aanvaarden. Topvisserij.

 

Als laatste anekdote nog een klein toegiftje betreffende de vaarkunsten. Normaal zaten we met drie man in de boot maar die nacht zijn de extra matrozen van de boot van Klaas en van ons uit lijfsbehoud in hun beddeke gebleven. Toen we ’s ochtends arriveerden konden we geen pap meer zeggen en wilden maar één ding: naar bed. Dat was natuurlijk sneu voor de andere twee matrozen zodat we ruimhartig ons vaartuig ter beschikking stelden. Aiiiiiii.

 

 

Er ontbrak hier en daar een stukje schroef...

 

Na ons slaapje werden keurig de sleutels teruggebracht. En, alles goed gegaan? “Jazeker, alleen heel eventjes met de schroef de grond aangetikt. Een klein hapje erin…” Het kleine hapje was in werkelijkheid een stukje knot wat nog aan de buitenboordmotor hing met daaraan drie rudimenten die in betere tijden de schroefbladen waren. Na wat geknor mijnerzijds en de opmerking van de kapitein van dienst die meldde ‘Ik wist niet dat ‘groen’ land was op de plotter…’ Ben ik maar een stukje gaan lopen. Tsja, je maakt wat mee…

 

Samenvattend kunnen we, ondanks enkele hick-ups, spreken van een zeer geslaagde vakantieweek in Lauvsnes. Werkelijk volop grove koolvis, mooie kabeljauwen en zowaar meer heilbotten dan we daar gewoon zijn. De mannen van de Barracuda hebben het aasvissen vervolmaakt en vingen, net als Helmut, flink wat lengen. Iedereen heeft ruimschoots zijn verwachtingen overtroffen. Kortom, zeker ook door de supergezelligheid onderling, gewoon goed.

 

 

Hebbes...

 

Ik denk dat ik levend gevild wordt als er volgend jaar geen Lauvsnes trip op het programma staat. De illustere hoop is aanwezig dat de ervaringsdeskundigen voornoemde anekdotes daadwerkelijk tot het verleden laten behoren. Mogelijk nieuwe aanmeldingen gaan onverwijld door de zeer strenge ballotagecommissie waarbij een schriftelijk aanmeldingsexamen tot gemeengoed gerekend zal gaan worden. Maar: het was leuk!!

Zo, dat was het weer. Tot de volgende.

 

Hank Perrée

 

www.wiesje.net

 

 

Na een middagdutje en een kopje thee kwam de moraal voor het vissen meestal weer snel terug...

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.