Zitten ‘ze’ er al? - blog

03 mei 2019 | Michel van Spankeren

Michel van Spankeren

Gepassioneerd zee- en roofvisser. Studeerde MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit.

Het is zondagochtend, iets na Vis TV, en half Nederland slaapt zijn roes uit na het uitbundige feest dat men vierde ter ere van de verjaardag van onze koning. Zoals iedere zondagochtend beginnen we traditiegetrouw met het vullen van de tafel in de woonkamer. Op zondag eten we de brunch of lunch namelijk altijd gezellig samen rond een rijkelijk gedekte tafel. Warme broodjes, plakjes zoete tomaat en ui, zacht gekookte eitjes, tal van andere heerlijke belegsoorten en niet te vergeten gerookte geepsalade. Terwijl ik mij even later tegoed doe aan de laatste beetjes van die overheerlijke salade en het duidelijk wordt dat dit toch echt de laatste portie geep uit de vriezer was valt de vraag: ‘Zitten ze er al?’

 

Van de vele technieken voor de geep is een vangst met de sbirulino werpdobber ook erg effectief...

 

Hier en daar gingen de afgelopen week geluiden op dat de zilveren acrobaten inderdaad weer gearriveerd zijn. Het was dus hoog tijd om de ‘geepkoffer’ af te stoffen, de koelelementjes in de vriezer te leggen en mij klaar te maken voor de minder winderige maandag. Uit alle hoeken, gaten, laatjes en tasjes op zolder sprokkelde ik de over het jaar heen verspreide visspullen bij elkaar. Kunstaas of natuurlijk aas? Zware of lichte opstelling? Ik mikte alles in de koffer om aan de waterkant de knoop maar door te hakken. Maandagochtend speurde ik nog wat aas op uit de schappen van de supermarkt, sneed het thuis alvast op maat en ik was klaar voor vertrek.

 

 

Zijn ze al in groten getale aanwezig? De vraag van veel sportvissers die in het binnenland wonen...

 

Na een korte rit parkeerde ik mijn auto in de weelderige bloemenzee in de berm onder aan de dijk, waar zich aan de rand van de sloot naast de lentebloemen plots een campinkje had gevestigd! Met de koffer op de rug en de hengels in de hand stapte lichtelijk nerveus de trap aan de dijk op. Vanaf het moment dat ik in de auto stap tot het moment dat ik de eerste vis op de kant heb ben ik altijd iets gespannen. ‘Zouden ze er vandaag ook zitten? Ben ik niets vergeten? Gaat het mij lukken iets te vangen?’ Speelt er dan onder andere door mijn hoofd. Eenmaal boven op de dijk stond ik even stil, sloot ik mijn ogen en nam ik de geuren en geluiden van de omgeving in mij op.

 

Jonge lammeren jammerden bij hun moeders om meer melk terwijl immense Noordzee giganten gespoed door diepe doffe dreunen hun weg van de havens van Antwerpen en Vlissingen richting zee vervolgden. Een frisse zilte wind rimpelde het wateroppervlak waaronder de goedgebekte lekkernijen hopelijk druk bezig waren met het zoeken naar nietsvermoedende prooien. De zachte lentezon schoof voorzichtig de sluier van wolken als een satijnengordijn aan de kant en deed het geplooide wateroppervlak fonkelen van vreugde. Het ideale decor om de eerste gepen van het seizoen te versmaden…

 

 

Daar komt ie!...

 

Ondanks dat ik mijn lichte en sportievere opstelling bij me droeg koos ik er toch voor om te beginnen met de gouwe ouwe geepmethode daar die zich keer op keer bewezen had. Ik tuigde daarom de strandhengel op en knoopte aan het uiteinde van de lijn een grote zware dobber met lange haaklijn die ik voorzag van een prachtig gesneden stukje aas. Zo ver als ik kon smeet ik de dobber diagonaal uit de kant en met wat hulp van de westenwind plonsde de dobber met veel kabaal bijna tegen de fel gekleurde boei van een kubbetje in het water. Ik legde de hengel weg op de steun en wendde mij tot de spinhengel die ik alvast wilde optuigen. Met één oog hield ik zicht op de grote zwarte dobber die door een perfect samenspel van wind en stroming rustig richting de Noordzee kabbelde. Nog voor ik tot het knopen van de haak toe kwam sprong er al een mooi formaat geep uit het water naast mijn dobber. ‘Beet!’

 

 

Prima aas: een reepje vis uit de buik van de geep zelf...

 

In de eerste instantie leek het alsof de vis al snel was ontkomen omdat er maar weinig spanning op de lijn stond. Tijdens het volgen van de dobber op haar weg richting de waterkant zag ik een merkwaardige V achter de dobber aan door het water snijden. Eenmaal dichter bij de kant zag ik dat de vette voorjaarsgeep nog wel degelijk gehaakt was en dus al geruime tijd met het binnendraaien van de lijn mee zwom. Vlak voor de kant leek de vis dan toch door te krijgen wat er stond te gebeuren en zette hij het op het sprinten. Met een krachtige slag van de staart draaide de geep om en sprong de zilveren acrobaat al kopschuddend volledig uit het water in een poging de haak kwijt te raken. Gelukkig voor mij zat de vis goed gehaakt en kon ik hem kort na de show veilig landen, de eerste van het jaar was een feit!

 

Om het beste uit dit smakelijke stukje vis te halen kreeg de lekkernij een snelle tik van de priest en verdween daarop in een koelbox met gekoeld zeewater. De lijn werd vlot weer aangeboden op ruime afstand uit de kant en ik knoopte snel de haak aan de lichtere opstelling. Nog vóór het aas aan de haak zat bij het lichtere materiaal stond de reeds ingeworpen dobber wild te dansen op het water en was het alweer raak. De volgende geep kreeg een enkeltje koelbox en ik schakelde snel over op het lichtere materiaal. Tot mijn verbazing kreeg ik geen stootje op het lichtere materiaal, alsof de eerste gepen van het seizoen alleen de gouwe ouwe geepmethode accepteerden. Uiteindelijk werden alle gepen gevangen aan de gouwe ouwe geepmethode en was er met een handjevol vis een basis gelegd voor de volgend portie heerlijke gerookte geepsalade.

 

 

Die ongekende delicatesse die gerookte geep heet...

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.