Wiesje goes abroad…

19 april 2019 | Hank Perrée

Hank Perrée

Hank Perrée is schipper op een eigen charterboot en schrijft maandelijks een blog over zijn avonturen aan boord.

Met een vaartje van een knoop of 5 tokkelen we in alle vroegte met de ‘boot’ van Red langs de rand van het rif. Lekker kwebbelend over van alles en nog wat in het zalige ochtendzonnetje op nog geen 300 meter van de kant. Achter de boot dansen wat octopusjes in en soms net op het wateroppervlak. Plotseling verandert Red van koers want hij heeft ‘iets’ gezien. Ik staar me blind maar zie niet echt wat hij bedoelt.

 

Hoezo Bounty?...

 

KEDENGGGGG !!!!! Het lichte spinhengeltje wordt zowat uit mijn handen getrokken en slaat met een klap tegen de hengel die ietsjes verderop in de steun staat. ZWOESJJJJ !!!! Hortend en stotend wordt de slip van mijn Daiwaatje op de proef gesteld. Het lijkt wel alsof de vis aan de andere kant wat moeizaam uit de startblokken komt maar nu gaat het als een malle weg. Na een leuk gevecht komt er een Skipjack van een centimeter of 70 binnenboord. Je staat er van versteld dat ie niet veel groter is…

 

Twee blogs geleden kon iedereen lezen hoe het ons kind in den verre verging. Nou ben ik gezegend met de allerbeste moederkloek van de wereld als vrouw dus er was geen enkele discussie over onze vakantiebestemming van dit voorjaar. Ze (en ik ook) had Jerom al vier maanden niet gezien dus Roatan zou het worden, punt. Detteke wil midden in de winter altijd naar de zon en omdat het februari/maart altijd een beetje komkommertijd is op onze Wies doen we dan de grote vakantie.

Reizen naar Roatan (Honduras) is nou niet direct een lokkertje voor een verblijf op dit eiland. Waar mijnheer Tui rechtstreekse vluchten naar Curaçao verzorgd wat slechts 1000 kilometer meer naar het oosten ligt is de expeditie hier naartoe een volledig ander verhaal. Van Düsseldorf ging het naar New York, van daar naar Houston en als laatste de korte vlucht naar Roatan. Maar één ding kan ik je beloven; het is de moeite driedubbel en dwars waard.

 

 

Jerom met een Skipjack...

 

Roatan is een onderdeel van de Islas de Bahia (de baaieilanden) voor de kust van Honduras, Midden-Amerika. Vanaf de bounty-stranden waar je over struikelt rijd je twee minuten het binnenland in en je waant je onmiddellijk in de rimboe van de Amazone. Ongelofelijk mooi. Ons kind had niet gelogen.

 

 

Een megamakreel aan mijn geheime wapen op de achtergrond...

 

Ik meldde het al in andere blogs. Ik weet zeker dat er weinig mensen zijn die zo veel vissen op een familievakantie als ik. En dat zit zo. Detteke slaapt graag een beetje uit. Niet vreselijk lang, zeg maar tot half negen of zo. Ik lig echter om een uur of half zes al in de rondte te koekeloeren en ja, wat mot je dan in die drie uur doen? Dat komt straks. Nu eerst onze eerste avond.

 

Werkelijk zo gaar als een pannenkoek van de vliegreis werden we zeer hartelijk door Jerom onthaald. Hij was ons op komen halen op het vliegveld en na een memorabele taxirit ploften we neer in ons hotel. Gauw effe wat eten en dan naar bed om fris en vrolijk de volgende dag aan onze vakantie te beginnen. Of toch niet?

Vast ritueel is de koffers even uit te pakken. Daar zit voor twee man wat onderbroeken, bikini’s en zwembroeken in en een tandenborstel en verder is het de bagageruimte volledig in beslag genomen door hengelsportmateriaal. Voor 100 euro overgewicht maakten we ons kind dol van blijdschap, “Kun je nog wat meenemen want het visspul is hier zo duur.” Nooit meer iets van die 100 euro teruggezien, maar ja; alles voor het jong…

 

Na alles gerubriceerd te hebben gingen we nog even een drankje drinken op onze ‘dock’. Een min of meer luxe houten steiger met een hutje aan het eind waar je uit de zon kon zitten. De mensen van het hotel hadden in het water op de bodem een lamp gemaakt die een romantisch groen schijnsel verspreidde. Nou was er van romantiek na een slopende reis niet echt veel te bespeuren maar de vissen bleken die lamp ook wel erg interessant te vinden. Dusssss…….

Ons Marie zat aan een mixje onder dat hutje maar de schaduwen van de vissen waren volop aanwezig dus wat doe je dan? Juist, effe proberen.

 

 

Een mooi beginnetje...

 

Nou, dat was werkelijk meteen bingo. Ik wist het niet zeker maar vermoedde tarpon. Drie keer werd het Dyneema op grove manier naar de Filistijnen geholpen totdat ik erachter kwam dat deze zo gaar als str…  was. Andere molen erop met nieuwe lijn en ja hoor. Het ging. Het was al heel snel duidelijk dat de schaduwen zilveren acrobaten waren. Wat zijn dat een kunstenbakkers zeg. Voordat het er op leek dat ik er een ging landen heb ik er een stuk of zes verspeeld. Ze waren ook wel een slagje groter dan op Curaçao en wisten verschrikkelijk goed wat je allemaal met een houten steiger kunt doen als de acrobatiekkuren niet helpen. Uiteindelijk lukte het een behoorlijke tarpon binnen fotobereik te krijgen. Schipper blij, vrouw glimlacht….

 

Nou hadden ze op Curaçao al een dressuurgedrag waar de gemiddelde karperput helemaal gek van zou worden maar hier was het helemaal een drama. Ik heb er in de vakantie nog een stuk of acht kunnen vangen maar de keren dat ze stoïcijns achter de binnengeviste spinner, jig, shad, octopus, stukje tonijn en wat nog allemaal meer zwommen waren niet te tellen. Het leek wel of ze me eerst uitlachten en daarna met een sierlijke zwaai weer terug onder water gingen. Vis wint…

 

Ik geloof dat ik de eerste volle dag niet opgehaald ben ‘s ochtends om 6 uur. De rest van de vakantie zeg maar zo ongeveer elke dag…

 

 

Een walvisje onderweg...

 

De ophaalservice werd verzorgd door kapitein Red. Jerom had geregeld dat ik zo vaak als ik wilde mee kon. Dat kostte 3 Salva de Vida (lifesaver - toepasselijke naam voor het plaatselijke bier), een paar sigaretten en 10 dollar of zo voor de benzine. Afspreken met Red was overigens wat enerverend. Hij had een telefoon die bemand werd door zijn vrouw Dian maar die stond vaker uit dan aan. Jerom heeft zelfs een keer een boodschap in palmbladeren geschreven op zijn steiger gelegd en zo kwam het meestal min of meer goed. Ook als je niks afsprak kwam Red soms gewoon opdagen. Odette sliep, dus dan moffelde ik me stiekumpjes weg in de boot van Red.

 

 

Schipper Red in het goede gezelschap van Mexim en Bart...

 

‘Boot’ is trouwens voor Nederlandse begrippen een iets of wat luxe naam voor dit vehikel. Het apparaat is uitgevoerd met motor en tank en dat is het. 4 gaten waar je je hengel in kunt steken en trollen maar. Die hengels die Red gebruikt vind ik eigenlijk niks. De Amerikaanse toeristen die hij zo nu en dan meeneemt vinden dat het zo hoort maar het is mij te zwaar. Daarom met de 20 tot 60 grams spinhengel en een Daiwa met een retegoeie slip gewapend aan boord. Na enig minachtend gesnuif maar gerustgesteld door de koude biertjes togen we naar de visgronden. Echt ver ging het niet dus dan moet je je redden met dat wat onder de kant rond hangt.

Echt supersimpel vissen. Een wrak-muppet, al dan niet verzwaard en bij voorkeur zwart of donkerpaars met roze eraan, en trollen maar. Ik ben ik weet niet hoe vaak meegeweest en heb maar drie keer niks gevangen. De andere keren was het soms al na 5 minuten prijs. En dat was vettttt !!!!!

 

 

Een mooi doublet van uw verslaggever...

 

Met die 2.70 meter spin/reishengel een tonijntje eraan van zeg maar 50 tot 70 centimeter. Dan hoeven ze niet zo groot te zijn maar het is megaleuk. Allereerst lijkt het er wel op dat er iemand je arm uit de kom wil trekken. Die grove hengels staan in die gaten maar de spinhengel heb je in de hand. De slip die best wel dicht staat giert als een malle en na verloop van tijd komt de trillende en sidderende megamakreel aan boord. Tsjongejonge wat is dat ongelofelijk leuk. Soms vang je er twee, soms zeven en meestal ben ik om uiterlijk 8.00 weer terug.  Lekker ontbijten en de familiedag kan beginnen.

 

Om jullie niet te vermoeien met alle familieaangelegenheden gaat het uitsluitend over vissige zaken. Familiedagje maar dan in combinatie met een enkel visje zeg maar.

 

Zo’n familiedag bestond ook een keer of vier uit een luxury trip naar Cayos Cochinos op een van de boten waar Jerom op werkt. Werkelijk tot in de puntjes verzorgd door Ruthless Roatan Charters van Tim en Michelle, kijk maar eens op hun site. Echt zeer mooie, weliswaar oude maar prima boten in een uitmuntende staat. Hatteras Convertible 42 voor de ingewijden. Die trip is eigenlijk een tocht naar de ‘varkenseilanden’. Een lekker vaartje, snorkelen in een zee met water zo helder als glas, een lunch op een eiland waar expeditie Robinson opgenomen wordt en dan weer terug. Als extra attractie wordt er op de heen- en de terugweg een uurtje gevist. Als het goed gaat anderhalf uur. Totaal 2 tot 3 uur vissen op de hele dag. Maar dat is daar wel de moeite waard.

 

 

Hij wel, dat rotjoch...

 

De toeristen die meegaan zijn van het kaliber ‘Is dat nou een haak??’ dus er is geen enkele visnijd als er een aanbeet is. Iedereen wacht keurig af wat er nou weer gaat gebeuren. Lootjes trekken is met deze gezelschappen totaal overbodig. En da is soms fijn……

 

Er wordt eerst verteld wat er nou precies gaat gebeuren. Mocht er iemand het onzalige plan hebben om plaats te nemen in de vechtstoel dan  is het handig dat ze in ieder geval weten welke kant de reel uitgedraaid moet worden. Lures het water in, lijnen op afstand en trollen maar. De boot wordt zowat afgebroken als het eerste tonijntje (aan veel te zwaar materiaal) binnenboord komt. ‘Fish in the boat,’ klinkt het luidkeels en iedereen kijkt al verlangend uit naar de sashimi die voorafgaand aan het vispartijtje is beloofd. Michelle fileert ze kundig en met wat sojasaus en wasabi gaat dat er in als het woord in een ouderling.

 

 

Op de Ruthless...

 

 

De boot van Michelle en Tim...

 

Aan de Ilander die versierd is met een buikfilet van een tonijn zit ondertussen ‘iets’ anders. Netjes wachtend op de instructies van de bemanning maar zeker ook om niet te willen ‘voordringen’ sta ik mijn nagels er zowat af te kluiven. Als de rook zo ongeveer uit de reel komt krijg ik door kindlief toegebeten: ‘Papa, kom jij dan, niemand wil…’ Tjoep, de vechtstoel in en gaan met die banaan. Ik heb bij Deckie Dirk in Curaçao wel eens een Wahoo gevangen maar dit was wel een hele grote beer. Het zweet liep als een waterval uit poriën waarvan ik niet eens wist dat er poriën zaten. Na geruime tijd, lijkt altijd langer dan het in werkelijkheid is, komt het apparaat dichterbij en kan uiteindelijk gegaft worden. De mijnheer van de boot is zo blij als een kind.

 

Na dit spektakel zit uw schippert als een volgevreten pasja naar de zonsondergang te kijken met een vers geserveerd gin-tonicje met ijs. Want ja, dat hoort er nou eenmaal bij op zo’n trip. Hoepekee, terug naar huis.

 

Nog even terug naar die drie keer niks vangen. Twee keer daarvan was onze Bart erbij en dus ook de pineut. En dat was eigenlijk heel sneu. Zo veel grote verhalen en nu al twee keer voor toedeledokie in de boot van Red gezeten. Dat kon toch niet??

 

 

Vader en zoon. En nog een Wahoo...

 

Na een mislukte afspraak met Red die waarschijnlijk een beetje zat en heel gelukkig onder een palmboom lag, kwam het dan toch zo ver dat Bart, Mexim en ik, zei de gek, op een namiddagje opgehaald werden door Red. Gewoon lekker effe varen. Geen stress, niets verwachten, zonnetje en maar kijken wat er komt. Nou, dat kwam.

Al na een kwartiertje trollen vingen én Bart én Mexim twee tonijntjes tegelijkertijd. Vier de weg kwijt zijnde megamakrelen die hun best deden om alles tegelijkertijd in de war te zwemmen. Afgezien van het feit dat dat lukte kwam de kluwen toch aan boord. Vooral het gekwék van Mexim moet ver te horen geweest zijn. Erg leuk. Dat er daarna nog twee aan boord kwamen maakte het feest alleen maar leuker. Sashimi olé !!!!

 

Op de andere Cayos Cochinos trips kwam er nog van alles en nog wat binnenboord. Rainbow runners, bonito, mahi mahi (niet door mij GRRRRR.) Ennnnnn…..

Schoondochter Mexim klom op een gegeven moment ook in de stoel. Meestal weet de bemanning aan de aanbeet en de manier waarop de vis weerstand biedt wel wat het is. Zo niet deze keer. Het was een gehark en een gedoe. Ik stond ervan te kijken dat Mexim het volhield. Men was er van overtuigd dat er een tonijntje in de flank gehaakt was waardoor het zo moeizaam ging. Echt superleuk is het om de reactie van de bemanning te zien als het bijna zover is. Iedereen ging werkelijk volledig uit zijn fontanel en onder het slaken van ‘It’s a King Mackerel, it’s a King Mackerel!’ sloeg zowat de paniek toe. Jerom stond bijna te bibberen op zijn benen en stiekempjes (want geheel tegen de regels)  kreeg ik de gaf in mijn handen gestopt. (Na onze ruzies tijdens onze Noorwegen avonturen weet ie dat ik er enigszins mee uit de voeten kan…) Effe wachten, de gaf er naar toe en tsjak, hebben die kip.

 

Op de boot brak onder de toeristen een waar feest uit en Mex stond in volle glorie met haar King Mackerel te poseren. Echt superleuk. Hoezo, familievakantie en vissen tegelijk???

 

 

Een King Mackerel voor Mexim!

 

Als laatste de kano. Bij het hotel kon je gratis kano’s huren. Die lagen echter een stukje verderop bij het collega-hotel. Onze receptie-mevrouw geheel ingepalmd met mijn schaars aanwezige mannelijke charmes en ik mocht de kano gebruiken die onder de spinnenwebben naast het receptiegebouwtje lag. Geen peddel aanwezig helaas maar van een anderhalve meter lange bamboe-lamel maakte ik een peddel waar een roeivereniging jaloers op zou zijn. Huppekee, varen maar.

Gewapend met spinhengel en wat tonijn, wat kleine loodjes van een gram of 30 en wat haken naar mijn ‘boei’ gevaren. Eigenlijk mag dat niet want het zijn boeien die de duikclubs er neer leggen, maar redeneer dan: als ze moeilijk doen, touwtje los en wegwezen. Geen duikclub gezien bij die boei.

 

Van allerlei gekleurd gespuis kwam boven. Ik weet niet wat het allemaal was maar ze trokken er hard aan. Allemaal hadden de vissen de gewoonte de aasjes weer uit te kotsen als ze teruggegooid werden. De visjes smeerden hem en de uitgetufte aasjes zweefden langzaam naar beneden.

 

Toen ik op een gegeven moment langs de kano naar beneden keek, zag ik, ondiep, flinke schimmen rondcruisen. Iets ondieper met mijn aasje dus. Het ondertussen gevoerde aas werd gretig gepakt maar mijn stilhangende tonijnaas werd niet aangeraakt. Alles eraf dus en alleen de haak eraan. Dat werkte wel. Nou ja…. De eerste aanbeet verzorgde een soort atoomexplosie onder water en voor ik het wist hing er alleen nog maar een flodderend stukje fluorocarbon aan, zonder haak. Vis pleite. Dan de slip maar iets losser en weer proberen. Aasje naar beneden laten dwarrelen, schim erbij, beng, zzzzzzzz. Tsjeeminee, wat was dat nou weer?? Het was een meter of 20 diep en in één run was het beneden. Hijsen, drillen, en langzaam kwam ‘het’ naar boven. Bijna boven, roetsjjjjj, weer naar de bodem. En dat zo vijf tot zes keer achter elkaar. Na een tijdje begon de vis een beetje op zijn zij te gaan dus ik dacht: ‘Kip, ik heb je.’ En wat er toen gebeurde kon ik zelf niet geloven. De in mijn ogen moegestreden vis trok de kano nog tot twee keer toe tegen het stroompje in rond de boei. Hoe is het mogelijk.

 

 

Dit zou hem geweest kunnen zijn: Bermuda chub...

 

Ik had mijn telefoon niet meegenomen want ik heb erg slechte ervaringen met telefoons in kleine bootjes dus van deze helaas geen foto. De enorme zeekarper-achtige vis van een centimeter of 65 en een kilo of 4-5 bleek bij nadere bestudering een Bermuda Chub. En deze vette vis was een mooie afsluiting van onze ‘familievakantie’.

 

Ik déééénk dat we volgend jaar weer gaan…….

 

Zo, dat was het weer. Tot de volgende.

 

www.wiesje.net

 

 

Gaat het meneer Perrée?...

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.