Struinen over de Zeeuwse stranden - blog

29 maart 2019 | Michel van Spankeren

Michel van Spankeren

Gepassioneerd zee- en roofvisser. Studeerde MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit.

De dagen worden langer, de temperatuur loopt op en de straten staan vol met prachtige bloesem en bloemen, de lente is weer officieel van start gegaan! Voor de roofvisfanaten op het zoete water is daarmee de gesloten tijd voor kunstaas weer aanstaande. In de gesloten tijd wagen sommige van die zoetwatervissers het op een bot of baars aan het zoute op bijvoorbeeld het Oostvoornse meer of in de havens van Rotterdam.

 

Tijdens het vissen op baars op zoetwater ving ik deze deftige mini-heilbot, wat zijn deze prachtvissen ongelooflijk sterk op licht materiaal! Dit exemplaar was tevens goed voor het BNRZ record voor Platichthys flesus. Check hier het filmpje dat ik van de vangst heb gemaakt.

 

Zelf vind ik het ook leuk om met licht materiaal de kanten af te struinen op zowel zoet als zout water, maar om nu ‘helemaal’ naar dat Oostvoornse meer te rijden…

Vallen die zilte rovers ook niet gewoon op een lichtere uitrusting al struinend vanaf onze prachtige Zeeuwse stranden te vangen, gewoon met een zagertje of leeglopertje?

 

Ik weet uit ervaring dat als het een beetje mee zit er heel leuk bot te vangen valt in deze tijd van het jaar. Het zou dus zomaar kunnen dat je volledig met je neus in de boter valt en een strand vol putdeksels van botten aantreft. Die botten zijn niet te vergelijken met wat voor Nederlandse zoetwatervis dan ook en trekken een behoorlijke dot lijn van je lichte variant molen af als ze daar zin in hebben! Na dit idee een uurtje te laten soppen in mijn veel te enthousiaste brein was ik om en móést ik het weer een keer proberen. Gewapend met een 20-grams stokje en een rugzakje met een onsje wormen, een cameraatje en wat visgerei, trok ik vol goede moed naar de muien tussen Westkapelle en Domburg, op zoek naar mini-heilbotten…

 

 

Vissen met de Carolina-rig is helemaal hot onder de zoetwater baarsvissers, maar die zeebaarzen lusten er ook pap van! Een drijvend shadje doet goede zaken…

 

Het getij viel perfect, laagwater rond een uur of negen ‘s ochtends met opkomend water tot hoog rond een uur of half 3. Ik reed daarom vlug langs de hengelsportzaak voor wat wormen en koos voor een half onsje leeglopers en een half onsje zagers. Ik had er graag nog wat mesheften of slikzagers bij gehad maar helaas waren die niet (vers) te krijgen. Vanuit de hengelsportzaak trok ik direct naar het strand waar de omstandigheden perfect bleken voor een visje. Een frisse lentebries op de kant, lichte branding en de goede sluierwolken die het directe zonlicht de pas af sneden - wat wil een visser nog meer?

 

Vanaf de dijk bracht ik voor mijzelf in kaart waar de zwinnen en muien lagen, het waren namelijk de zwinnen en met name de muien waar ik mijn aas aan wilde gaan bieden met de hoop op een mooie bot. Bij het eerste mui reeg ik een prachtig zagertje aan de haak en liet het op een meter of 15-20 uit de kant zijn werk doen. Omdat ik met wormen viste besloot ik om 15 minuten op een plekje te blijven staan voor ik weer verder liep, zo kon ik hopelijk het beste van twee werelden combineren. Door de worm een tijdje te laten rondrollen op één stek hoopte ik de aandacht van vissen in de buurt te trekken terwijl ik door om het kwartier op te schuiven zo veel mogelijk strand kon afvissen tot ik beet kreeg. In theorie een aardig plan, maar hoe verging het in de keiharde praktijk?

 

 

Beter wordt het weer niet voor het struinen over de stranden.

 

Het bleef angstvallig stil op de eerste drie locaties waar ik iedere keer een verse zager aanbood. Inmiddels deed ik de vierde locatie aan en besloot ik om voor de verandering eens zo’n sappig leeglopertje aan de haak te prikken. Na een goed uur zonder beet werd ik toch lichtelijk onrustig en dan wil ik nog wel eens mijn focus laten verslappen, ik was dus nodig toe aan een lekkere rammel op de hengel. Gelukkig kwam die langverwachte aanbeet na een minuutje of vijf in de vorm van een stevige dreun! Ik moest de ‘zoetwaterreflex’ om aan te slaan onderdrukken en nadat de vis nogmaals trok begon ik rustig binnen te halen. De vis begon vrijwel direct wild te schudden in een poging dat vervelende haakje los te krijgen en tot mijn spijt met succes.

 

Balend draaide ik snel de haak binnen, voorzag hem van een nieuwe worm en bood het aas op dezelfde plek aan, hopend dat er nóg eentje lag te loeren… Nog geen vijf minuten verder kwam er wederom een aanbeet door! Ditmaal een stuk voorzichtiger dan de vorige keer maar desalniettemin verraadde het ritme van de tikken de interesse van een gevinde onderwaterbewoner. Na een tweede en derde salvo tikken waagde ik het er weer op en wederom zonder succes. Deze keer voelde ik de vis zelfs niet eens en bestond de kans dus dat ik het aas voor zijn snufferd weg had getrokken.

 

De leeglopers bleken in trek want op de volgende locatie kreeg ik wederom al rap beet. Ditmaal liet ik de lijn langer liggen. De vis beet nogmaals en de spanning liep op, gold die dag ‘drie maal scheepsrecht’? Ik liet de lijn liggen en bleef onrustige tikken krijgen. Die vis móést er wel aan hangen! Ik draaide voorzichtig de lijn iets binnen en voelde er rap een visje vandoor schieten. Het was duidelijk niet de stoeptegel uit mijn dromen maar was ik dan eindelijk van de ‘nul’ af? Na een paar meter draaien viel plots de spanning van de lijn. Verbijsterd stond ik daar tot mijn knieën in het water, wat deed ik nu toch fout?!

 

 

Als je naar wedstrijdvissers kijkt kan het strandvissen nogal ingewikkeld lijken, maar het kan ook verrassend eenvoudig…

 

Ik struinde de waterlijn wat verder af terwijl ik naging wat ik fout kon doen. Zou het te maken hebben met het lichte loodje van 10 gram? Wellicht moest ik door het gebruik van zo’n licht loodje juist wél aanslaan. De volgende aanbeet ging proberen de haak te zetten zoals ik dat ook zou doen bij het roofvissen… Ik nam positie naast een rij palen en smeet de verse pier met een felle zwieper zo ver mogelijk parallel aan de palen rij. De minuten tikten weg terwijl ik ieder moment een aanbeet verwachtte. Die palen leveren namelijk altijd wel een visje op, toch?... Hoe meer ik hoopte op een aanbeet des te langzamer leek de tijd te verstrijken. Zou ik onverrichter zaken naar huis afdruipen?

 

De wind trok aan en begon onaangenaam fris op mijn vingers in te snijden. De branding groeide en de koppen van de golven kregen kleine pruikjes van wit schuim. Ongemakkelijk stond ik te draaien, zoekend naar een houding waarin de frisse wind niet in mijn mouwen blies maar waarbij ik geen last had van de golven die op mijn lijn insloegen. Terwijl ik tot mijn heupen in het water stond te draaien kreeg ik plots een felle tik door. Was het een golf die op mijn lijn insloeg? Nee deze tik was feller. Ik ging stilstaan en focuste op de spanning op mijn lijn tot ik wederom een fel salvo tikken doorkreeg in mijn pols. Eindelijk weer beet! Bij de derde tik trok ik terug en zette ik voelbaar de haak. Iets probeerde uit alle macht de andere kant op te spurten maar groot en sterk was het nog niet. Uit de golven kwam een prachtig zeebaarsje tevoorschijn.

 

 

Op de valreep toch een prachtig zeebaarsje...

 

Hoewel de sessie geen daverend succes was ging ik door de vangst van het zeebaarsje in ieder geval niet onverrichter zaken naar huis en had ik weer genoeg ideeën om deze vistechniek te verbeteren. De manier van vissen was namelijk hartstikke leuk en ik ben nu toch wel zéér benieuwd naar het vissen met de befaamde ‘botlepel’. Daarover de volgende keer vast meer!

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.