Avonturen met gul en schar

08 maart 2019 | John Willems

John Willems

Onze ‘Panvisser’ John Willems verzorgt de vaste visreceptenrubriek in Zeehengelsport magazine.

Waarom ik in de titel van deze blog de gul en schar heb genoemd, is simpel: ik heb geweldige visdagen gehad op gul en schar de laatste weken. Facebook-vrienden hebben al de nodige postings en de daarbij behorende foto’s gezien van mij, maar uitleg over de vistechnieken heb ik daarin niet gegeven. Ga ik nu doen door jullie mee te nemen naar twee heerlijke visavonturen.

 

Hoe krijgt zo’n sprinkhaan van 24 cm al dat aas naar binnen...

 

Twijfel, twijfel. Zet ik de wekker op kwart voor vier, of om kwart voor zes? Morgen wil ik namelijk, in alle vroegte, naar de Noordpier om gullen te vangen tussen de blokken van de Noordpier. Je weet wel: die lange stapel keien, die pakweg 2,5 km de zee inloopt. In deze tijd zoeken daar afgepaaide gullen naar krabbetjes, visjes en allerlei ander lekkers om eens flink te schransen. Na nog maar eens het weer en tij te hebben bestudeerd neem ik het besluit om met opkomend tij te gaan vissen. Vaak een goed moment  en het bijkomend voordeel is dat kwart voor zes eruit vroeg genoeg is om net nog in het donker met vissen te beginnen. Mijn auto laad ik vol met fiets, hengels, driepoot, twee fietstassen vol materiaal en niet te vergeten: mijn warmtepak.

 

 

Lekker vroeg op de Noordpier...

 

Zoals gewoonlijk ben ik ruim voor de wekker al wakker. Ik sta stilletjes op, zodat Ria lekker kan doorslapen. Niet gelukt dus: “Veel plezier hé,” wenst de lieverd me slaperig toe. Eenmaal op de parkeerplaats bij Sea You blijkt er een dikke vijf Beaufort te staan uit het noorden en het is ook nog eens veel kouder dan voorspeld. Zo blij dat ik mijn warmtepak bij heb.

 

Tien minuten later sta ik in het licht van mijn voorhoofdslamp de eerste onderlijn te knopen. Die is heel simpel: driewegwartel rechtstreeks aan de hoofdlijn van 25/100 gevlochten lijn. Dan een breeklijn van 25/100 nylon en een lengte van 80 cm. Als gewicht een betonblokje. Deze heb ik gekocht bij Van Someren in Heemskerk. Ze zijn gemaakt door Nick van Biezen, je betaalt er slechts 90 eurocent voor.  Tijdens deze manier van vissen raak je best veel gewichten kwijt. Lood is dan ‘uit den boze’ vind ik. Lood is slecht voor het milieu. Bovendien is lood duurder dan de betonblokjes.

 

 

Een mooie 50+ gul...

 

Als haaklijn gebruik ik 45/00 fluorocarbon met een cirkle hook 2/0, of een haak 1/0 Eagle Claw van Midnight Moon. Nadat ik heb beaasd met een lekker cocktailtje van belegen mesheften en drie pieren werp ik pakweg 20 meter uit de blokken in. Als ‘het zaakje’ op de bodem is beland, spin ik langzaam in tot de eerste blokken voelbaar zijn. Op deze plek zoeken de gullen hun ontbijt, lunch en diner. Daar moet al dat ‘lekkers’ liggen en met zijn geur de gullen verleiden. Een tweede hengel krijgt dezelfde uitrusting.

 

Als de zon langzaam opkomt komt ook de stroming erin. Een rammeltje is te zien op de top. De rammels blijven aanhouden en het eerste gulletje is een feit. “Hoe krijgt zo’n sprinkhaan van 24 cm al dat aas naar binnen,” vraag ik me af. Dan blijft het best lang stil. Tijd voor een broodje en een slok warme koffie. Ja hoor. Hoe is het mogelijk: nog tijdens het inschenken laat de rechter hengel een enorme doorbuiger zien. Koffie over mij handen en m’n broodje ligt in een plas water tussen de stenen, maar ik haak ook een mooie gul. Wat is het toch genieten om zo’n ‘knokkertje’ te voelen bonken. De eerste 50+ gul is een feit. Nu de stroming sterker wordt zie ik aan de wervelingen dat er iets verder uit de kant ook een blok ligt. Dat is interessant. Dus werp ik zo in dat mijn aas precies, door de stroming, tegen dat blok wordt aangedrukt. Binnen een minuut meldt zich nummer twee en vijf minuten later heb ik beet aan beide hengels tegelijk. Slip los bij de ene hengel en de andere binnen halen is dan een keuze, een afweging die ik in een split second maak. Dolgelukkig ben ik, als beide 50+ gullen op het asfalt van de Noordpier liggen. De gullen zwemmen blijkbaar in kleine schooltjes, want de volgende aanbeten volgen pas na een uur. Ondertussen ververs ik elk kwartier het aas. Dat lijkt overdreven, maar met leeggelopen aas vang je veel minder. Net voordat ik ga inpakken vang ik nog een 60+ gul, maar die is erg mager en mag terug om eerst flink aan te sterken.

 

 

En een mager beestje dat wel even 60+ meet...

 

Een tip! Vis is het lekkerst, als je deze goed verzorgt. Dood de kabeljauw met een klap op zijn kop en snijd de keel door, zodat deze leeg bloed. Hierdoor krijg je mooi blank visvlees. Na een kwartiertje zet je een ondiepe snee vanaf de kop tot aan de anus. Snij bij voorkeur niet door de endeldarm om te voorkomen dat de gullenpoep op de rest van je vis komt. Daarna snij je de slokdarm vlakbij de kop door en trek je alle ingewanden eruit. Als het kan even spoelen en koud bewaren. Je zult merken dat de vis na enige tijd lijkstijf is geworden. Dat is goed. Na de periode van lijkstijfheid wordt de vis weer soepel en dat is het beste moment om deze smakelijke vis te fileren. Zodoende bewaar ik mijn vis 1-2 dagen in de koelkast, waarin ik ook aas en biertjes bewaar. Op Facebook zie je bij de site Visling.nl en Visfileermessen.nl instructiefilmpjes over het fileren. Wil je binnenkort al meedoen aan een fileerworkshop? Je vindt de informatie op www.visling.nl.

 

 

De scharren zijn om te zoenen...

 

Peter is helemaal zenuwachtig. Dat merk ik aan de hoeveelheid appjes, die hij me stuurt. Hoe laat ben ik morgen bij je, John? Waar gaan we op vissen? Wat neem ik mee? Het plan is om met de boot te gaan vissen, Morgen geven ze zuid 3 Beaufort aan en een lekker zonnetje. Ideaal om, voor het eerst dit jaar, een wrakje te bezoeken en daarna nog wat ‘skarren te meppen’.

 

 

Best dikke scharren...

 

Aan het einde van het opkomend tij komen we aan bij het wrak. Het ‘hoge punt’ is zichtbaar op de dieptemeter en ik vaar nog 10 meter stroomopwaarts. “Laat het anker maar zakken,” roep ik Peter toe. Bijna meteen grijpt het anker in het wrak. Op deze wijze kunnen we direct achter een hoog deel van het wrak vissen. Vorig jaar eind maart begin april was dit dé ‘hotspot’. Hopelijk is ‘de aanzwem’ dit jaar wat vroeger. 

 

Peter gaat aan de slag met pilkertjes en ik vis met aas. Hier kan ik verder kort over zijn: na een uur vissen hebben we het anker gelicht en zijn we richting ‘schargronden’ gevaren. Op een talud, waar de diepte 17 meter bedraagt, moet het gebeuren. Ik kies speciaal voor deze stek, omdat er mesheften in de bodem leven en daar aast de schar graag op. Ditmaal gaat het zandanker overboord en vieren we pakweg 50 meter ankertouw. Hier kunnen we nog pakweg vier uur met opkomend tij vissen. Als onderlijnen gebruiken Peter en ik verzwaarde onderlijnen van Midnight Moon, die ik heb gekocht bij Rik Hengelsport. Het 125 gram zware Breakaway ankerlood van Gemini moet ervoor zorgen dat alles goed blijft liggen.

 

 

Een doorlopende kuitzak; een vrouwtje...

 

 

En dit zijn mannetjes...

 

Belangrijk is om minstens 20 meter richting het anker te werpen (uptide). Wachten tot het lood de bodem raakt en dan nog ruim lijn geven. Dat we op het goede moment op het goede plekje liggen wordt bewezen door 18 mooie scharren, die ik in de eerste zes draaien weet te vangen. Bijzonder is dat Peter er slechts zes heeft en nog klein ook. “Gooi je wel ver genoeg uptide, Peter”? Dat blijkt niet zo te zijn, want hij werpt slecht een meter of tien schuin naar achter. Hierdoor liggen zijn lijnen niet goed tegen de bodem gedrukt. Peter leert echter snel, want daarna vangt hij regelmatig doubletten en tripletten. We vissen met zeepieren, zoute pieren en stukjes Franse tap. Vandaag zijn de verse pieren favoriet, maar zodra de stroming minder is geworden vangen de stinkende stukjes tap het best. Uiteraard zet ik dan ook mijn beaasde pilkertje in. Door actief te vissen blijf ik bij weinig stroming ook vangen. Geinig detail: vanaf de buitenkant kun je zien of het een vrouwtje dan wel mannetje schar is. Loopt de kuitzak door: het is een vrouwtje, maar is de zak kort (homzak) dan is het heel verrassend…een mannetje.

 

 

Een doublet op een beaasd pilkertje...

 

Tijdens het vissen heb ik een foto van Peter met een triplet scharren gepost. Gewoon om te laten zien dat we weer blij zijn met ons ‘zeetje’. Deze keer een reactie via Messenger: “Hoe vang ik schar? “ Die vraag is natuurlijk te beantwoorden. Laat ik me beperken tot de kantvisserij, hoe het uit de boot werkt lees je immers hierboven.

 

 

 

En ze bleven komen...

Schar vang je het beste vanaf het strand in de wintermaanden. Tenminste, als je er bij kunt komen. Handig is om met afgaand tij te gaan, waardoor je snel door het zwin richting de bank kunt waden. Na een verre worp, liefst met geclipte onderlijnen (Sjaak Lobs maakt hele mooie) lig je ver genoeg om de ‘etenstafel’ van de schar te vinden . Gooi iets tegen de stroming in en zorg ervoor dat je lijn niet te strak staat. Om die reden gebruik ik op het strand liever een nylon hoofdlijn, want die gaat beter tegen de bodem liggen. Ga je in het donker vissen, dan hoef je meestal niet zo ver te vissen, omdat de schar dan dichter op het strand aast. Meer kans op schar maak je als je vist vanaf pieren en havenhoofden. Je kunt dan makkelijker dieper water bereiken. Weinig stroming? Gebruik dan afhouders. Liefst rode, want schar lijkt een voorkeur te hebben voor rood.

 

Tenslotte nog een vooruitblik: op zaterdag 21 april (Paaszaterdag) houdt het Gullen Meppers Gilde weer hun jaarlijkse gulwedstrijd op de Noordpier. Deze wedstrijd is altijd voortreffelijk georganiseerd, daarom ben ik er ook weer bij. Er kunnen maximaal 80 vissers meedoen, dus geef je snel op. Meer informatie vind je op 

Tot de volgende blog, posting of uitgave van magazine Zeehengelsport.

 

www.visling.nl

www.visfileermessen.nl

 

 

Prachtige visserij met die scharren!

 

 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.