Groot, graatmager én klein

01 maart 2019 | Cor Juffermans

Cor Juffermans

Cor Juffermans is als specialist op het gebied van onderlijnsystemen vast auteur van Zeehengelsport magazine.

De maanden februari en maart zijn zeker niet de maanden dat jij je helemaal klem kan vissen vanaf de Nederlandse stranden. Ik schrijf bewust ‘stranden’, want ga je vanaf een pier of havenhoofd vissen, dan kan je emmertje heel snel gevuld zijn met een zooitje prachtige scharren of mooie wijtingen. Kortom, weet je wat dieper water te bereiken vanaf bijvoorbeeld zo'n pier, havenhoofd, misschien je eigen kleine bootje of charterboot, dan is er verdomd goed een visje te vangen, maar nogmaals, vanaf een strand moet je toch echt vreselijk je best doen en de kans op een dikke nul is heel groot.

 

Een grote graatmagere afgepaaide februari-bot...

 

Dat verschil in vangsten tussen diep en ondiep heeft alles te maken met de watertemperatuur. Ergens in november, december komt er een koude stroming vanuit het noorden onze kant op en koelt het zeewater heel langzaam af tot iets onder de zeven graden Celsius. Ondiep water is heel snel afgekoeld en daar is de garnaal en andere kreeftachtige neefjes en nichtjes van de garnaal ‘not amused’ over. Zij trekken dan ook massaal naar dieper water. Met als gevolg dat zij ‘onze vis’ meenemen. Die eten namelijk dat kleine gespuis.

 

 

Twee kleine botjes aan fijn materiaal in februari...

 

Het wachten is dan op een paar dagen mooi weer om weer kans te maken op een visje. Dat zelfde ondiepe water wat heel snel afkoelt, heeft in zo'n zonnetje niet veel nodig om weer een beetje aangenaam aan te voelen. En net als dat wij uitkijken naar een beetje opwarming van de temperatuur, gebeurt hetzelfde onder water. Die garnaaltjes en andere kreeftjes trekken massaal naar de kant om zich lekker op te warmen in dat iets minder koude water en vanzelfsprekend nemen ze dan ook ‘onze vis’ weer mee.

 

Het resultaat lees je steevast op Facebook. Is er ergens een wedstrijd en is de start zo rond een uur of acht, negen in de ochtend, dan wordt er meestal in de eerste uurtjes maar heel matig gevangen. Krijgt de zon tijdens de wedstrijd de kans om even op kracht te komen, dan worden er ineens wel visjes gevangen. En dan ook nog eens heel dichtbij de kant of op de schuine kanten van een zandbank die voor je ligt. Dan het diepe water opzoeken, is vragen om niets te vangen. Nee, zoek ze dan vlak voor je neus.

 

 

Februari, een zonnetje en gelijk een paar kleine botjes...

 

Wat ook wel een aanrader is, is het volgende... Vis klein! En met klein bedoel ik onderlijntjes met een lengte van ongeveer 1.2 meter tot max 1.5 meter. Elke nylonlijn van minimaal 50/00 is geschikt om te gebruiken als hoofdlijn van je onderlijn. Afhankelijk van het merk kunnen deze lijnen in trekkracht oplopen van ruim 20 kilo tot bijna 30 kilo.

 

Of al deze trekkrachten kloppen, heb ik niet uitgetest, maar ik weet wel dat 20 kilo en meer voor mij sterk genoeg is om een aardig eindje te casten. De Norway Power van Spro is een misschien oudje, maar heeft zijn waarde allang bewezen. Een van de allerbeste kenmerken van deze Norway Power is dat hij zo ongelofelijk glad is en altijd recht hangt. Dus niet gekruld! De Mimetic van Cinnetic is een fluorocarbon lijn en dus onder water zo goed als onzichtbaar. Kan een enorm voordeel opleveren in helder water. De Long Cast van Asari is een gewone nylonlijn, maar wel eentje met een enorme trekkracht van 27.84 kilo!

 

 

Voor de hoofdlijn van je onderlijn volstaat een nylon van 50/00...

 

De aaslijntjes liefst kort; ik denk dat 30 cm echt wel de max is. Ik geef zelf de voorkeur aan ongeveer 20 cm en soms ga ik zelfs naar lijntjes met een lengte van ongeveer 15 cm. Mijn aaslijnen zijn steevast ‘geheugenloos’. Dat wil zeggen: als ik mijn aaslijn voorzichtig tussen twee vingers heen haal, die aaslijn weer helemaal recht hangt. Verdomd handig als je eens een schooltje wijting treft. Als er één vis is die een lijn weet op te krullen...precies. Midnight Moon heeft de welbekende Amnesia lijnen in het assortiment en sinds kort heeft Turkana Fishing de coated fluorocarbon Wakasu lijn.

 

Op de Amnesia lijnen staat altijd alleen maar de trekkracht en mijn voorkeur in de wintermaanden gaat uit naar de 4.5 kg en/of 5.6 kg uitvoering. Ik heb het even voor jullie opgezocht. De 4.5 kg lijn heeft een diameter van 32/00 en de 5.6 kg lijn mag het doen met een diameter van 36/00. De Wakasu fluorocarbon lijnen zijn coated en hebben een ongelofelijke trekkracht. De 28/00 uitvoering doet het met een trekkracht van 8.2 kg. 8.2 kg! Dat is ongelofelijk sterk.

 

 

Dunne korte aaslijntjes, geheugenloos en met een goeie trekkracht...

 

Als alles klein en fijn is, dan geldt dat zeker voor mijn haken. De F314 van Gamakatsu in de maat 8, een beetje door mijzelf uitgebogen, mag ik graag inzetten, maar tegenwoordig pak ik ook graag de Kantsuki Umi Tanago maatje 4. Vlijmscherp en elke aanbeet is zo goed als een hanger. De Kantsuki Umi Tanago werd tot voor kort door Asari in de markt gezet, maar tegenwoordig doen ze het in een zakje van Vercelli. Zelfde haak, ander merk. Als ik jou was, zou ik mijn voordeel er mee doen. Nu die van Asari eruit gaan, zal het mij niet verbazen dat ze best wel voor een beetje minder over de toonbank gaan. Daarna Vercelli dus, niet vergeten!

 

Als je graag regelmatig van aaslijn wisselt, overweeg dan eens de ‘snood clip swivel’ van Tronixpro. Dit zijn minuscule swiveltjes met aan het uiteinde een kleine haakje waar je heel makkelijk een aaslijntje in clipt. Een kleine lusje aan je aaslijn is voldoende om hem goed vast te zetten. Haken bot? Even een vooraf geprepareerd nieuw aaslijntje uit de viskist pakken, de oude aaslijn eraf en de nieuwe erop. Tijd die hiervoor nodig is? Minder dan een minuut!

 

 

Kleine vlijmscherpe haakjes waar je op kan vertrouwen...

 

Tronixpro snood clip swivel voor wie snel wil wisselen...

 

Blijft over de titel ‘Groot, graatmager én klein’. Daar is geen woord van gelogen want dat zijn precies de specificaties waar de vis van vandaag aan voldoet. Ik heb het hier met name over bot. Bot is de eerste vis die je met een beetje opwarming aan de Nederlandse stranden mag verwachten. Eerst zijn het de hele kleine botjes van een centimeter of 10 tot een centimeter of 15 en naarmate het zonnetje door gaat met schijnen, komen de grote botten ook weer onder de kant. Waren ze in november, december, zelfs een stukje van januari nog moddervet, nu zijn het allemaal grote graatmagere dunne botten. Die zijn, zoals we dat zo mooi noemen, helemaal afgepaaid. Na een periode van alleen maar sex en weinig eten, vliegen ze nu weer als een wildebras op je aas. Je denkt alweer aan zeebaars, maar het is een uitgehongerde bot die wild laat zien dat hij niet gediend is van een pier of zager met jouw haak er in.

 

Schrijf ik hierboven: gebruik kleine haakjes, beschrijf ik hier dat je grote bot kan verwachten. Klopt, ik zeg ‘kan verwachten’, want de kans op een kleintje is veel groter. Het is zelfs zo dat die kleine botjes jouw visdag kunnen doen slagen en dat je die grote echt nog als een bonus moet zien. Maar, als ik dit blog zo schrijf, kan het met de opwarming heel hard gaan en verwacht ik steeds meer grotere botten onder de kant, want ik loop nu al flink wat dagen in prachtig weer met de hond door het park. Klopt, ik zou moeten vissen, maar ik moet ook mijn hond uitlaten. Misschien ten overvloede, maar ga de vis nu echt nog niet in het diepere water zoeken, maar echt op plekken waar het water snel kan opwarmen.

 

 

Een grote magere en een kleintje, die grote is nu nog een bonusvis...

 

Wil ik afsluiten met een onderlijn die wordt gebruik door Tom van der Geest. Naast dat hij er zeer verdienstelijk mee staat te vangen, heeft hij hem ook nog eens getekend en in tekst uitgewerkt. In dit blog een minimale uitleg, maar ga over een paar weken naar mijn site Onderlijnenvooropzee.com, dan vind je hem in al zijn glorie terug en dan wel met een uitgebreide uitleg. Beetje een cliffhanger. Toch?

 

Tom heeft zijn onderlijn kort gehouden, net zoals ik hierboven heb aangeraden voor deze tijd van het jaar. De aaslijntjes zijn vastgezet met 4-way beads en die zijn weer gefixeerd met glue tubes van Tronixpro. Dit is dus een gelijmde onderlijn. Tom heeft gekozen voor een haakje 4 en wat langere (30 cm) aaslijntjes. Dat was toen een bewuste keuze omdat hij bij het ontwerp van zijn onderlijn wijting in zijn achterhoofd had. Die wilde hij ermee gaan vangen. Laat de tekening van de onderlijn een leidraad voor je zijn en maak daarna de onderlijn helemaal naar eigen inzicht en met je eigen gekozen onderdelen. Hierboven heb ik aangegeven waarom ik bepaalde keuzes maak. Ik zou zeggen doe er je voordeel mee.

 

 

De bewuste onderlijn van Tom van der Geest...

 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.