Drie dagen Cornwall: bass, garfish, springrolls & Radio Ga Ga (deel 3)

08 februari 2019 | Berend Masselink

Onze Light Rock Fishing escapades (zie deel 2) wisselen we af met ander leuk werk en tussendoor wat site-seeing in het prachtige Cornwall. Nick kent nog twee andere stekken die de moeite van het reizen waard zijn.  Eén ervan leidt ons in de middag door een ‘Cornish jungle’ van bossen en smalle diepe weggetjes met overstekende eekhoorns – waar je beter geen tegenliggers kunt tegenkomen – naar een afgelegen baai in de monding van de Helford Passage ten zuiden van Fallmouth.

 

Hoeveel zeebaarsstekken wil je hebben...

 

Aan het einde van deze ‘vrije val op vier wielen’ dalen we af naar de baai, waar een zeilschooltje is, een strandje, wat huizen, een steiger en een Ferry Boat Inn met terras. Je vraagt je af hoe toeristen deze plek zouden moeten vinden zonder te verdwalen, maar in de zomer is dat waarschijnlijk geen issue met een goede navigatie. Op het terras leggen James en ik de hengels op tafel en bestellen twee getapte Korevs en zijn gelijk in gesprek met de tafel naast ons waar vier twintigers ons vragen wat er hier voor vis zwemt. Voor ons ook een vraag! James zegt tussendoor in zijn platste Engels dat hij in ‘Emsterdem’ woont, wat hilarische opmerkingen oplevert.

 

 

Links: volg het schapenpaadje...

 

Rechts: voordat we uitdrogen...

 

 

Radio Ga Ga

Als ook Nick en Gwyll arriveren en aanschuiven bij het bier dreigt de tuintafel te kantelen naar de kant waar Nick zit maar we vinden gelukkig weer ons evenwicht. ‘Zullen we Bohemian Rhapsody opzetten in de jukebox,’ oppert Nick. Ik begrijp hun gegniffel niet, maar ze leggen me uit dat de Ferry Boat Inn eigendom is van Roger Taylor, de drummer van Queen. Aha. Misschien wat minder bekend dan bandlid Freddy Mercury, maar wel even een beroemdheid. Een veelzijdige muzikant bovendien en schrijver van hun hit ‘Radio Ga Ga’. Maar goed, we kwamen hier om te vissen.

 

 

Well done!

 

Looking sharp

Via een steil schapenpad en een nog smaller en slingerend vossenpaadje met doornstruiken komen we op een paar honderd meter van het terras opnieuw aan een klein afgelegen strandje dat aan weerskanten overgaat in rotspartijen. Nick vertelt dat we hier zeebaars, makreel of poon kunnen verwachten met wat kunstaas, met de kans op ‘bream’. We gokken op de zeebaars met shads, pilkertjes en zelfs oppervlakteaas, maar veel actie is er niet, ook al zien we soms volgers in het (te) heldere water waar een vreemd duister middaglicht over hangt. Veel stroming is er ook niet op dat moment en dat belooft meestal niet veel goeds. Ondanks dat staat Gwyll ineens een vis te drillen vanaf de rotsen en aan de hengel te zien is er sprake van een mooi exemplaar. Zeebaars! Een ondiep lopende Sebile Star Shiner was deze baars teveel geworden, aangeworpen op een plek waar Gwyll dacht een paar visjes te zien opspringen. Looking sharp!

 

 

Je kijkt je ogen uit in het gezellige Cornwall, met mooie natuur en leuke stadjes...

 

Springrolls

Na een paar donkere uurtjes LRF onder de pier in Falmouth die avond, besluiten we de volgende dag gedrieën (Nick is weer naar huis) een volgende stek te bezoeken. Slaperig nog en zonder ontbijt staan we vroeg op want we moeten met het laag tij arriveren bij een mooie rotskust op anderhalf uur rijden. Na de McDonalds voor cappucino, fries, eggs, bacon en springrolls als ‘Engels’ ontbijt, rijden we full speed over de A390 langs Truro en St Austell oostwaarts. Vervolgens slaan we eraf en slingeren door het heuvelachtige landschap zuidwaarts naar de zee. Uiteindelijk parkeren we bij een idyllisch kerkje in Lansallos (let op: parkeren alleen voor kerkgangers) en volgen het voetpad dat vanaf hier naar de zee leidt. Na een flinke tippel bergafwaarts, waarbij je liever niet nadenkt over het ‘bergopwaarts’ op de terugweg, ontvouwt zich een geweldig panorama. Een vergezicht van grillige rotsen strekt zich voor ons uit, en we zien in één aanblik genoeg zeebaarsstekken voor de komende 20 jaar. Vlak bij ons zijn de rotspartijen door het laagtij vrijgekomen en na enig geklauter ook bereikbaar. We hebben wellicht 1 of 2 uur de tijd voordat de vloed weer aantrekt…

 

 

Binnen tien worpen weten we het al...

 

Gewoon recht vooruit

Binnen tien worpen weten we alle drie al dat we hier goed staan. Af en toe is er een tik op ons kunstaas en hier en daar draait er ook een vis op een meter of 40 van ons vandaan. We zoeken het witte schuim op, en proberen de begroeiing te ontwijken en in kaart te brengen. Wanneer je vastraakt en denkt dat je alles kwijt bent, blijkt dat je door flink te trekken weer uit het wier losschiet. Gewoon recht vooruit gooien blijkt echter het beste. Daar komen de eerste vissen binnen. Ik pak een baars aan een Black Minnow, James scoort op een werppilkertje die voor zeeforel bedoeld is, terwijl Gwyll een flinke baars verspeelt onder de hengeltop. Ook komt er af en toe een makreel tussendoor. Het gaat lekker zo. Ik begin nu te vangen op oppervlaktekunstaas. De kleinste X-Rap Subwalk, waar je thuis in NL ook walk-the-dog snoek en roofblei op vangt, blijft in de waterspiegel hangen in de bek van nog twee baarzen en ook Gwyll en James zitten in de vis.

 

 

Ook hier zwerft nog wat geep rond naast de zeebaars en makreel eind oktober...

 

Opel Mokka

Toch staan we hier niet met een gerust gevoel. Ik ben al twee keer – springend over de stroeve met eendenmosselen begroeide rotsen - teruggelopen om te kijken of het opkomend water ons niet de pas afsnijdt op de terugweg. Het stijgt weliswaar niet snel, maar je kunt nooit zeker genoeg zijn. Bij de laatste inspectie roep ik dat we nog een kwartier vissen en dan echt terug moeten. Zodoende kunnen we niet veel langer op deze veelbelovende stek blijven en moeten we afscheid nemen van een langzaam onder water verdwijnende zeebaarsrots. Als we hier wat meer lokale kennis hadden, konden we waarschijnlijk nog een uurtje doorvissen op een andere plek in de buurt, maar dat telt nu niet. De klimpartij terug en de weg naar boven via het steile bospad naar de auto bij de kerk duurt nu aanmerkelijk langer en badend in het zweet puffen we uit in onze gehuurde Vauxhall (Opel) Mokka fourwheeldrive.

 

 

Mevagissey...

 

Freudiaans

Als we weer op adem zijn kijken we op de klok. De volgende stek is een uurtje rijden; het is de havenplaats Mevagissey. We vinden de plaats met moeite op de navigatie omdat we abusievelijk en waarschijnlijk Freudiaans ‘Megavissey’ intoetsen. Mega vissie? Was het maar waar…

 

Mevagissey

Na een uurtje asfaltjagen met James – ‘Hunt’ – Allen achter het stuur, arriveren we in Mevagissey. Met open mond kijk ik er rond. En ik ben niet de enige; ondanks de late herfst lopen er op deze zondag toch enige honderden andere dagjesmensen rond en flaneren er langs de winkeltjes en pubs aan de kades rond de prachtige baai, waar op de heuvels rondom huisjes staan met waarschijnlijk het mooiste uitzicht van Cornwall. Wat een geweldige plek is dit, en hoe druk zal het hier in de zomertijd wel niet zijn. Eerst maar eens even een authentieke fish & chips scoren en bij de haven lekker opeten. De rijkelijk met vinegar (azijn) besprenkelde vis met erwtenpuree en tartar sauce gaat er vlot in en we komen gelukkig weer wat op krachten. Het meeuwenvolk heeft ons ook in de gaten. Zodra we ons bordje met fish & chips 3 meter van ons vandaan neerzetten, heeft een zilvermeeuw er zijn snavel al ingezet. En dat is nog niet alles. Als Gwyll zijn plekje op het rotsige talud even verlaat en omhoog kijkt of er geen meeuw vliegt, zien we zijn bordje verschuiven en heeft een slimme havenrat er zijn tanden ingezet. ‘Wie wil er nog erwtenpuree?’

 

De Fladen Rock Buddy...

Sebile Star Shiner voor de zeebaars...

 

Zondag

Als we al dit dierenleed verwerkt hebben, ons afval in de daartoe bestemde containers gooien en eindelijk zijn uitgelachen, is het hoog tijd om te gaan vissen op onze laatste middag. De baai lijkt na wat uitproberen niet de meest productieve plek voor Light Rock Fishing, maar als we via de trap de muur overklimmen die de baai van de zee scheidt, zien we meteen dat we niet de enige vissers zijn op deze zondag. Op deze pier die ongeveer 100 meter lang is, zitten plukjes mensen en families met hengels in het late oktoberzonnetje. Er zitten ‘hengelaars’ tussen, maar ook een paar die weten wat ze doen, en bij een strandhengel met lood de wacht houden of met een spinhengel zeebaars, makreel of geep proberen te strikken. We zien niet veel mensen wat vangen. Wel komen we er af en toe wat gretige makrelen langs die overal in bijten en ook bij een Engelse familie aan de haak gaan hangen van een verenpaternoster. Het is opvallend hoeveel ‘tikken’ we op ons kunstaas voelen als we zo ver mogelijk recht vooruit gooien. Onmiskenbaar geep. Ze volgen het kunstaas soms in groepjes van 3 of vier, maar zodra ze op 15 meter van de kademuur zijn, draaien ze om.

 

Geepies

Natuurlijk aas hebben we niet bij ons. Het gezellige volgepakte hengelsportwinkeltje van even eerder langs de baai, kon mij ook niet aan wat zagers of wormen helpen omdat de aanvoer van elders ontoereikend was in dit jaargetijde, aldus de vriendelijke eigenaar. Dan maar inventief proberen zijn met kunstaas. Ook hier is het motto ‘wie het verste gooit, heeft de meeste kans’. Een klein Fladen werppilkertje van 12 gram suist als een speer naar de verte, en ook een bombetta met een deltavisje erachter, komt een enorm eind. De geepies vinden het allemaal enorm interessant, maar aan de haak krijgen is een tweede. Af en toe lukt het gelukkig, en dat is al een prestatie op zich. Ook bij mijn vismaten komt er af en toe een geep of makreel op de kade, terwijl Gwyll zelfs een zeebaars van de haak ziet lossen en ziet verdwijnen. De vissen moeten niets hebben van de kade met al die zondagsdrukte, zoveel is wel duidelijk.

 

 

Een geep aan de bombetta...

 

Hotspot

We hebben het wel een beetje gezien met het ver weg smijten van al dat kunstaas. Als Gwyll triomfantelijk met een fraai lipvisje komt aanlopen, halen ook wij de Daiwa spaghetti-hengeltjes en de LRF uitrusting tevoorschijn en blijken er onderaan de kade en de rotspartijen nog andere geschubde vrienden te zitten die zich niet laten afschrikken door de drukte boven hun hoofden. Na wat vastzitten aan wier en stenen, en wat experimenteren met de Marukyu Isome kunstwormpjes, wordt het soortenjagertje in ons wakker en gaat het lekker los met 2 cm kleine stukjes imitatie-sandworm als aas met een loodhageltje op 15 cm erboven. Toch is het even zoeken langs de kade. James heeft duidelijk een hotspot gevonden en tik de ene na de andere vis naar boven. Met wat lipvisjes, zeedonderpadjes, pollakjes en grondels, vangt hij in een kwartier vijftien visjes op rij, nog voordat wij de vijf visjes kunnen aantikken.  Een prachtige avond komt zo ten einde.

 

 

Wat een juweel van een Corkwing (zwartooglipvis)...

 

Isle of Skye?

Het zou ook meteen ons laatste wapenfeit zijn, want eenmaal weer op ons thuishonk – en met de terugreis in het verschiet de volgende dag - hebben we zelfs geen puf meer om in het donker nog wat onder de pier te gaan vissen. In plaats daarvan proberen we een bestemming te bedenken voor onze volgende trip. Wat doen we: Noorwegen? Frankrijk? James, wonen jouw ouders niet op the Isle of Skye? James? We kijken naar James. James ligt languit achterover op de bank met zijn ogen dicht. Hij slaapt als een roos.

 

 

Alweer fish & chips? Nee, doorlopen Gwyll...

 

 

 

 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.