Tijd voor tong| blog Michel van Spankeren

14 september 2018 | Michel van Spankeren

Michel van Spankeren

Student MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit en gepassioneerd zee- en roofvisser.

De zonovergoten zomer zorgde een paar maanden voor heerlijke ‘T-shirt-en-teenslippers-temperaturen’. Zeker zonder wind liep het kwik stevig op en waanden wij Zeeuwen ons even in een heel 'Nieuw Zeeland'. IJlend van de warmte bedacht ik mij dat de tropische taferelen in ons 'Nieuw Zeeland' compleet waren geweest als het provinciebestuur geheel in de sfeer van het moment had besloten wat Yellowtail Kingfish uit Colijnsplaat in de Oosterschelde te laten uitzetten. De kering dicht en achter het groot wild aan met z'n allen! Hoe mooi een dergelijk scenario ook mag klinken, het is uiteraard niet meer dan een stoute vissersdroom… 

De daadwerkelijke Zeeuwse zomervisserij was er echter niet minder om. Hete zomeravonden, groepjes vrienden, zwoele zonsondergangen, hengels, barbeques en kratten pils vormen een aardige schets van wat er zich de afgelopen tijd afspeelde aan de waterkant. Toen de vangst van de gladde haaien langzaamaan minder begon te worden, was het weer even achter de oren krabben waar we de rest van de zomer achter aan zouden gaan, al duurde het gelukkig niet heel lang voor we het weer wisten. Van oudsher is de zomer natuurlijk de tijd van de scharrelende scheefsmoeltjes. 
 
Tong is in de culinaire wereld misschien wel het meest geliefde visje van Hollandse bodem en ook mijn vismaten en ik zien ze graag in de pan belanden. Watertandend bij de gedachte aan een smakelijk tongetje sprak ik daarom met mijn vismaten af om het er in de loop van de maand augustus weer een paar keer op te wagen!
 
2
Zelfs zonder vis blijft dit puur genieten.
 
Voor we in groepsverband neerstreken aan de oevers van het Zeeuwse zilte ging ik op een eenmalige solo verkenningsmissie. In Zeeland zijn er namelijk zoveel kantvisstekken voor tong als er stranden zijn en dat maakt kiezen moeilijk. Maar aan de andere kant: bij slechte vangsten op stek A is er altijd hoop op betere vangsten op stek B…
 
Ik vertrok voor mijn verkenningssessie naar de Joossesweg onder Westkapelle, naar het strand dat ter plaatse Aardappeldal wordt genoemd en om een lang verhaal kort te houden: ik zag die avond niet meer dan zeevonk en kale haken. Vismaat Jori rijdt om op de stranden te geraken toch al snel een kleine drie uur en dan is het wel zo lekker als je überhaupt iets vangt. Ik moest voor de gezamenlijke vissessies dus uitwijken naar stek B. 
 
Een ander strand waar iedereen een goede kans maakt op een visje en met een beetje geluk zo’n smakelijk scheefsmoeltje is het strand tussen Westkapelle en Domburg. De relatief ondiepe stekken langs de Baaiweg aldaar liggen bezaaid met muien, waarin altijd wel een hongerige vis te vinden moet zijn.
 
3
Een teken van leven is altijd prettig…
 
Het uitzicht over de Noordzee is vanaf die stranden fenomenaal tijdens zonsondergang en trekt altijd veel vakantievolk. Ook Jori en ik genoten tijdens het optuigen van onze materialen van een prachtige zonsondergang, waardoor we compleet opgeladen aan de lange zitting van die avond begonnen. Qua vangsten bleef het echter lange tijd angstig rustig en we moesten het tot het kenteren van het tij doen met elk een paar onfortuinlijke botjes die na een kusje en een knuffel hun weg het mui weer in vonden. 
 
Tegen dat kenteren van het tij was het al behoorlijk laat geworden; het aas begon op te raken en ik stond klaar om de figuurlijke handdoek in de ring te gooien, toen plots het eerste tongetje zich meldde! Het was nog geen reus, maar deze slibtong mocht wat de lengte betrof gewoon mee naar huis en dat is wel zo lekker, na acht uur vissen over twee dagen. Met nummer één in de emmer vroeg ik mij natuurlijk het volgende af: “Zou het dan toch gaan gebeuren bij opkomend water?” Er volgde al vlot nóg twee tongetjes van hetzelfde kaliber tot het aas toch écht op bleek te zijn. Jori sprokkelde nog wat restjes bij elkaar om er even mee door te vissen, hij had immers niet de luxe om nog een dag in Zeeland te blijven. Voor mij was de avond klaar en ik ruimde langzaam aan mijn spullen op; de tongen zaten er zeker en de truc was alleen nog ze te vangen…  
 
Alhoewel er statistisch weinig valt te doen met drie observaties, was het genoeg reden voor mij, mijn broer Anthonie en een paar anderen om het de dagen nadien nog een aantal keer te proberen. Om onze kansen op vis te maximaliseren, besloten wij op basis van de vangsten uit mijn sessie met Jori onze energie te richten op het opkomende tij. Op de stranden tussen Westkapelle en Domburg betekent dat door het ondiepe karakter van de stekken veel en snel verkassen; een heikel punt voor sommigen –want dodelijk vermoeiend!- maar als je het mij vraagt, geeft het ’t strandvissen een ietwat sportiever karakter…
 
Bewapend met verse zagers en de nodige goede moed vingen we de eerstvolgende sessie nog vóór het feitelijke kenteren van het tij al de eerste tongen en leek het –eventjes- een succesvolle avond te worden. Na het keren van het tij kwam de stroming er direct flink in en werden de lijnen geteisterd door gigantische dotten wier. Vooral het welbekende ‘apenhaar’ zorgde voor vervelende situaties. De dichte harige massa ving blijkbaar genoeg zand om al schurend tijdens het binnenhalen de nylon hoofdlijnen behoorlijk te verzwakken, met alle gevolgen van dien. 
 
4
Op de valreep dan toch nog zo’n scheefsmoeltje!
 
Zo verloor mijn broer Anthonie een ogenschijnlijk grote vis door lijnbreuk, veroorzaakt door de grote kluwen apenhaar… Terwijl de avond vorderde en wij onze spullen met grote regelmaat aan het verslepen waren, bleek tot onze frustratie dat we meer tijd kwijt waren aan het knopen van nieuwe voorslagen dan aan het eigenlijke vissen. Toen het onderlijnen mapje behoorlijk leeg begon te raken en de ‘backing’ op de spoelen in zicht kwam, gooiden we de handdoek in de ring en besloten we de volgende dag sterker terug te komen, het was immers al laat zat. 
 
Na een lange middag lijnen knopen trokken we opnieuw naar het strand om met flink zwaardere lijnen aan de slag te gaan. De 3,6 kilogram haaklijntjes hadden plaats gemaakt voor veel stugger materiaal met een trekkracht van 6,8 kilogram en om zeker te zijn dat de hoofdlijn niet zou breken op het gewicht van het apenhaar waren we van 25/00 nylon hoofdlijn overgestapt op 30/00 gevlochten draad. We waren ons ervan bewust dat we door met name de aanpassing op de hoofdlijn wat zouden inleveren op werpafstand. Zoals de dag voordien was gebleken, vormde die werpafstand echter totaal geen criterium voor betere vangsten. Bij wijze van experiment gooiden we toen een aantal lijnen uit op steenworp afstand en werden we prettig verrast met een aantal mooie tongen uit het ‘eerste’ mui. 
 
Eenmaal aan de waterkant bleek dat we dankzij de sterkere hoofdlijn vrijwel geen last meer hadden van lijnbreuk en konden we in tegenstelling tot de eerdere sessies efficiënt vissen. Doordat de krabben onverminderd doorgingen met het opvreten van ons aas, moesten we op tempo vissen en in combinatie met al dat wier werd het dus een behoorlijk avondje spierballen trainen! 
 
Na pakweg een half uur wierharken, begon ik aan een ongelooflijk zware haal, nog zwaarder dan alle halen daarvoor. Al puffend en zwetend kwam meter voor meter een enorm lompe massa langzaam richting de kant en als ik niet beter wist had ik gedacht te maken te hebben met een enorme rog. Eenmaal door de branding bleek niet alleen mijn lijn vol apenhaar te hangen, maar had ik ook nog een andere hoofdlijn vol apenhaar te pakken! Ik vroeg mijn buren of ik toevallig hun lijn binnen had getakeld, maar gelukkig was dat niet het geval. Mijn andere lijn was het ook zeker niet en we besloten daarom de lijn handmatig binnen te trekken, wie weet was het de onderlijn die mijn broer een dag eerder verspeelde, de lijn waarvan wij dachten dat er een grote vis aanzat… 
 
Tijdens het binnentrekken van de lijn leek het alsof er vis aan het uiteinde hing, of was het toch de combinatie van wier en golven die zorgde voor een stuiterende weerstand? Toen vismaat Jesse het uiteinde van de lijn dan eindelijk door de branding trok, bleek het wonderwel inderdaad te gaan om de onderlijn die Anthonie een dag eerder verspeelde waaraan bovendien inderdaad een prachtige zeetong van bijna 40 cm lengte hing! Zo zie je maar weer wat je verspeelt onder die moeilijke omstandigheden…
 
 5
Wie houdt er niet van een goed gevuld ‘koffershot’?
 
Naast deze lap vingen we nog een leuk klusje kleinere modellen en wisten we ons tijdens deze laatste sessie van augustus alsnog te voorzien van een lekker maaltje tong. Hoewel de vangst van die avond nog lang niet in de buurt kwam van de aantallen die mijn vader in het verleden met grote regelmaat wist te landen, hadden we de nodige lessen geleerd en blijkt het nu alleen nog de kunst de tongen te vinden vóór de krabben het aas weten te bereiken. Dát is als je het mij vraagt een mooie missie voor september! 
 
Zie ook Instagram:
@chasing_scales

Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.