Zoute Zeeforellen - en de andere riviertrekvissen van onze Delta

09 september 2018 | Jan Kamman

Trekvissen? Die zwemmen toch de rivier op en af? Ja, dat klopt. Maar het grootste deel van hun vissenleven maken ze door op zee. In die zee vreten ze zich vol en groeien ze uit tot volwassen afmetingen. Het is zelfs zo dat de meeste (rivier)trekvissen niet in de rivier maar op en aan zee worden gevangen. Denk maar aan de bootvisserij op Atlantische zalm bij Zweden en de zeeforelvisserij rond het Deense eiland Funen. In onze Lage Landen is dat precies hetzelfde. De meeste kans om een zeeforel, en wellicht een zalm, te vangen, heb je langs de kust…

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no.352 van Zeehengelsport magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven.

 

De hotspots zijn waarschijnlijk bij iedereen bekend: het havengebied van IJmuiden, de monding van het Haringvliet en het Europoortgebied plus Maasvlakte. Dat is geen toeval, want hier komen onze rivieren (zoet water) uit in zee. Let wel op: er geldt het gehele jaar door een terugzetverplichting voor zowel de Atlantische zalm als de zeeforel. Als je zo’n prachtige vis vangt, maak dan dus een mooie foto en zet hem direct terug!

 

02

 

VEILIGHEID VERSUS NATUURBELANGEN

Nederland en waterbeheer zijn nauw met elkaar verbonden. De ligging aan de Noordzee, de grote rivieren die vanuit het zuiden en oosten hun water naar ons deltagebied afvoeren en de ontembare wil van de Nederlanders om de omgeving naar de hand te zetten, hebben ons land gemaakt tot wat het nu is. Veiligheid was daarbij het uitgangspunt en kort daarop volgde het belang van de landbouw. Het water heeft Nederland welvaart gebracht. Vanaf de Gouden Eeuw, toen er wereldwijd handel werd gedreven, tot en met vandaag. Met Rotterdam als één van de grootste havens ter wereld.

 

Onze koning -toen nog kroonprins- heeft niet voor niets ‘watermanagement’ als Nederlands exportproduct van de toekomst neergezet. De kennis van Nederland op het gebied van water en veiligheid wordt wereldwijd verkocht, van een vliegveld in zee bij Hongkong, tot bescherming van New Orleans tegen hoog water door orkaangeweld. Natuur en zeker visstand waren daarbij in het verleden niet aan de orde. Dat is inmiddels behoorlijk veranderd. Veiligheid staat nog steeds voorop, maar ook de belangen van de natuur, en de laatste jaren ook de visstand, zijn steeds zwaarder gaan wegen.

 

 

3

 

DELTA

Als je een kaart van Nederland bekijkt, dan is deze normaal gesproken noord-zuid georiënteerd. Als je die kaart echter een slag draait en Nederland dan van west naar oost in vogelvlucht ziet, dan valt op hoe ons land werkelijk is dooraderd met rivieren, kanalen, en sloten. Ons land vormt de delta van twee grote rivieren: de Maas en de Rijn. Direct nadat de Rijn Nederland binnenstroomt splitst zij zich op en dat gebeurt nog verschillende keren, zoals een delta er normaal gesproken ook uitziet. In de loop van de eeuwen hebben de Nederlanders er alles aan gedaan om ons land veilig te maken voor het wassende water. Door de onvermoeibare arbeid van waterschappen en Rijkswaterstaat zijn alle wateren omgeven door dijken en wordt het waterpeil minutieus geregeld. Door de daartoe aangelegde sluizen en stuwen raakten de wateren echter ecologisch van elkaar gescheiden. Gemalen en waterkrachtcentrales malen de vissen in hun turbines in stukken. Van een dynamische delta is nog maar weinig overgebleven. Dat dit alles grote gevolgen heeft gehad voor vis en visstand is niet meer dan logisch.

 

RIVIERTREKVISSEN

Zoals de naam al aangeeft, is het kenmerk van trekvissen dat ze – al dan niet over grote afstand- trekken, ofwel migreren. Vissen migreren tussen paaiplaatsen, foerageerplaatsen en overwinteringsplaatsen. Dit doen zij om een zo groot mogelijk voordeel te behalen. De zee biedt een rijkelijk gevuld banket voor bijvoorbeeld zalm en zeeforel. Bij zeeforel is de rijkdom van het beschikbare voedselaanbod eenvoudig te zien, door een vergelijking te maken met beekforel. Die beekforel blijft zijn gehele leven in de beek en leeft van het voedsel ter plaatse. Dat bestaat uit insecten(larven) en kleine prooivis. De meeste beekforellen worden niet groter dan 30 tot 40 cm (uitzonderingen daar gelaten). Zeeforellen voeden zich in zee met vetrijke prooivissen als bliek (jonge haring) en kunnen dientengevolge eenvoudig twee keer zo groot worden. Verder kan de populatie veel groter worden door gebruik te maken van een groot opgroeigebied (oceaan) ten opzichte van het kleine paaigebied (bovenloop beek).

 

4

 

ZILVEREN STROMEN

Vele eeuwen geleden, toen het water nog vrij spel had in de delta, moeten de rivieren een waar eldorado geweest zijn voor vis. In diverse periodes van het jaar moeten de rivieren bijkans zilver hebben gezien van de vele (anadrome) vissen die stroomopwaarts trokken om te paaien en waarvan het nageslacht in nog veel grotere aantallen weer naar zee trok. Honderden reusachtige steuren schuimden door de monding van de rivieren op zoek naar voedsel en een geschikte plaats om te paaien. Honderdduizenden volwassen zalmen en zeeforellen trokken in grote scholen stroomopwaarts naar de Duitse en Franse beken om te paaien. 

 

05

 

In mei en juni kwamen miljoenen finten en elften de rivier op om te zorgen voor nageslacht. Tussendoor zwommen er dan ook nog eens vele houtingen, rivierprikken en zee-prikken de rivier op. Om nog maar niet te spreken over de kleine visjes zoals driedoornige stekelbaars en spiering die vanuit de zee naar het zoete water trekken om te paaien. Andere (katadrome) vissoorten zoals de paling en de bot volgen de omge-keerde route. De riviermondingen moeten indertijd waarlijk zilveren stromen zijn geweest. Als je dat beseft, dan dringt zich ook de vraag op: “Waar is het mis gegaan?”

 

06

 

VERGELIJKING

Als we wereldwijd kijken naar andere rivieren, dan zie we op een paar plekken nog steeds dat vissen massaal de rivieren optrekken. Bijvoorbeeld aan de Pacifische westkust van Canada en in Alaska. Iedereen kent de beelden van enorme scholen zalm die daar de rivieren optrekken, springend bij watervallen, en de beren die daar van leven. Eigenlijk draait het hele ecosysteem om de zalm. De vissen zorgen als het ware voor een nutriëntenkringloop. Het rivierwater neemt voedingstoffen mee uit de bovenlopen en spoelt deze uit naar zee. De zalmen vreten zich groot en rond in de voedselrijke zee en zwemmen naar de bovenloop, om na het paaien te sterven en daarmee de voedingstoffen weer terug te hebben gebracht naar de oorsprong. Naast de beren leven ook de kleine zalmpjes en riviervissen hiervan. Maar zelfs de bomen in het bos rondom de beek profiteren van deze kringloop. Dode zalmen spoelen aan op de oever en beren slepen zalmen het bos in.

 

07

 

Ook veel van onze trekvissen sterven na de paai. Als bijvoorbeeld zalmen de rivier optrekken om te paaien, wordt alle energie gebruikt om te komen tot voortplanting. De spijsverteringsorganen worden kleiner en niet meer gebruikt. Maar ook het afweermechanisme wordt op een laag pitje gezet. Daarom is ook geregeld te zien hoe paaiende zalmen schimmelplekken hebben. De paai zelf kan zo uitputtend zijn dat het fataal is. De afgepaaide zalmen zijn dood te vinden langs de beken. Een klein percentage zalmen redt het terug naar zee (Kelts genaamd). Als ze de zee weten te bereiken, hebben ze een kans om daar te profiteren van het rijke voedselaanbod en weer volledig op krachten te komen.

 

08

 

NEDERLANDSE GEVAREN

In Nederland zijn slechts enkele beken waar zalm en zeeforel kunnen paaien. De meeste paaiplaatsen liggen in Duitsland (Rijn) en in België (Maas). Nederland is dus met name een doortrekland. Alle zalmen en zeeforellen komen (minimaal) tweemaal door Nederland heen; eenmaal als smolt en na één of meerdere jaren op zee als volwassen vis. Daarbij treffen zij dan helaas de waterkrachtcentrales in Maas en Nederrijn. Elke waterkrachtcentrale beschadigt en doodt vis, waarbij met name de cumulatieve effecten zo groot kunnen zijn dat het behalen van een zichzelf in stand houdende populatie nihil wordt. 

 

09

 

Door het aalvisverbod op de grote rivieren en voor de riviermondingen is beroepsmatige bijvangst van salmoniden in de binnenwateren geminimaliseerd. Wel blijft het IJsselmeer een zwaar overbevist water en zeker bij de doortrekpunten bij Den Oever en Kornwerderzand staat het vol met grote staande fuiken. Gelukkig is er een gesloten tijd voor aalvistuigen in de drie herfstmaanden, waardoor er in ieder geval in een deel van het jaar er een vrije doortocht mogelijk is. Het huidige beheer van de spuisluizen in de Afsluitdijk is niet bepaald optimaal voor riviertrekvissen. Door onder meer Sportvisserij Nederland wordt gewerkt aan een voorstel voor een nieuwe vismigratie voorziening bij de spuisluizen van Kronwerderzand: de vismigratierivier. Middels deze vismigratierivier wordt de natuurlijke situatie van een riviermonding nagebootst waaronder een brak overgangsgebied.

 

10

 

Al jarenlang wordt er gesteggeld over ‘De Kier’. Hiermee worden de spuisluizen van de Haringvlietdam een klein beetje geopend zodat er een continue verbinding ontstaat tussen het zoete binnenwater en de zee. Zonder goede verbinding tussen het Haringvliet en de Noordzee blijft dit een belangrijk knelpunt voor trekvissen.

 

11

 

In onze kustwateren wordt op verschillende plaatsen met staand want gevist, waarvan het ook bekend is dat er zeer geregeld met name zeeforel wordt gevangen. Door Sportvisserij Nederland is geprobeerd om te komen tot een verbod op deze manier van recreatieve staand want visserij. Door een lobby van met name de Wadden-gemeenten is dit tot dusverre helaas niet gelukt, maar het streven blijft om te komen tot een verbod van het gebruik van staand want langs onze stranden.

 

12

 

BIJZONDER VANGSTEN MELDEN

Hoewel de naam luidt ‘riviertrekvissen’, verblijven de in deze bijdrage genoemde vissen het grootste deel van hun leven op zee. De inzet om deze vissen terug te krijgen in de rivieren heeft dus ook effect op de zee. Als gesproken wordt over zilveren stromen in de rivieren, dan moeten er ook zilveren strepen te vinden zijn op zee. Zo is bijvoorbeeld de fint al in de zomer in gro-ten getale te vinden bij IJmuiden en met name in de Nieuwe Waterweg in het havengebied van Rotterdam. Ook zeeforel wordt op specifieke punten geregeld gevangen. De andere soorten, zoals zalm en steur zijn toevalstreffers. Maar het gebeurt zeker. Hopelijk dat de vangsten van deze soorten op zee gaat toenemen. Als u een keer één van deze trekvissen vangt op zee, meldt dat dan. Dat kan zowel bij ons magazine via Zeehengelsport.nl als via Sportvisserij Nederland.nl

 

13

 

14

 

15

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.