Op naar het Hoge Noorden – deel 2 | blog Sjors Waterschoot

07 augustus 2018 | Sjors Waterschoot

Sjors Waterschoot

Gepassioneerd sportvisser op zowel zoet als zout en als soortenjager altijd op zoek naar een nieuwe vissoort op zijn voortdurend groeiende lijst.

Het eerste deel van het vierluik dat ik met jullie wil delen over een werkelijk onvergetelijke soortenjacht naar Frafjord en Rogaland, op ongeveer anderhalf uur rijden vanaf Stavanger in Zuidwest-Noorwegen, sloot ik af met de vangst van een Spaanse hondshaai (Galeus melastomus). Met een pilsje in de hand, vanuit de tuin van ons vakantiehuisje...

 

 

 

Als we de volgende ochtend als we wakker worden, is het knap winderig, maar daar laat deze groep gekken zich niet door tegenhouden. De beoogde stek voor vandaag is bij een steengroeve aan de kust, waar we vissend met strandhengels op korte afstand en een diepte van zo’n 20 - 40 meter gaan proberen de geelkoplipvis (Acantholabrus palloni) te ‘scoren’. Mocht dit visje ‘binnen’ zijn, dan is volgens onze 'Noorse gids op afstand' vervolgens verder werpen een goed plan, want er kan hier vanaf ongeveer 90 meter diepte ook kleine roodbaars (Sebastes viviparus) tevoorschijn komen! Voordat we echter zover zijn, stoppen we nog even bij een supermarkt om wat Noorse garnalen te kopen. Dat zou namelijk het beste aas zijn voor beide soorten...

 

02

De steengroeve aan zee bij Dirdal bleek een erg goede stek. Ook deze waardevolle tip hebben we weer van andere soortenjagers gekregen.

 

Eventjes later staan we bij de steengroeve, waar Pascal en Chris al snel vol in de wind op de punt van een steiger plaats nemen. Jamie en ik gaan een beetje in de luwte staan, achter een grote container. “Er hoeft toch niet ver gegooid te worden en hier staan we een stuk relaxter”, zeg ik tegen Jamie. Al snel blijkt dat een prima keuze, want mijn eerste vis van de dag is meteen al de gewilde geelkoplipvis… “Yes! Jongens heb ik hem!” Na een paar foto's gaat het visje weer terug en kort daarna vangt Pascal ook zijn eerste target, waarna Chris wijs volgt en een uurtje later weet ook Jamie de geelkoplipvis aan zijn lijstje toe te voegen! We proberen vervolgens om nu juist zo ver mogelijk in te werpen, maar dat blijkt erg lastig door de wind... Die kleine roodbaars wil ons alle vier maar niet lukken... Op de strandpook wordt er op een paar dwergbolkjes na, maar bar weinig gevangen. Daarom pakken Jamie en ik onze lichte spinhengeltjes erbij en gaan we lekker wat pielen in het kantje.

 

03

Geelkoplipvis (Acantholabrus palloni).

 

Met de zagers krijgen we hier continu beet. Vooral kliplipvis (Ctenolabrus rupestris), de kleinste soort die hier zit, maar ook mooie zwartooglipvissen (Symphodus melops), grotere gevlekte lipvissen (Labrus bergylta) en voor mij mijn eerste mannelijke gestreepte lipvis (Labrus mixtus). Dat zijn echt prachtige vissen! Misschien zelfs wel de meest kleurrijke vis van het Noorden. Jamie weet hier ook zijn eerste rotslipvis (Centrolabrus exoletus) te scoren, weer een puntje erbij voor hem! 

 

04

De eerste mannelijke gestreepte lipvis (Labrus mixtus) voor mij. Deze fraai gekleurde soort wordt naar het Engelse cuckoo wrasse ook wel koekoekslipvis genoemd.

05

Jamie wist een paar mooie gevlekte lipvissen (Labrus bergylta) op de kant te krijgen! Zo’n flinke ballan wrasse van 45 cm is echt beresterk!


Zo vangen we samen een groot aantal lipvissoorten, maar na anderhalf uur wordt het opeens minder. Alsof we dit plekje 'leeg' gevist hebben...  Aangezien het in de luwte wat rustiger is, vind ik door al stuiterend met mijn loodje de bodem af te voelen een spleet in de rotsen, daarin laat ik mijn stukje zager een poosje liggen... Wanneer ik beet krijg, komt er een langwerpig visje boven! Wat? Is dit een puitaal? Wanneer ik het visje op de kant heb, zie ik al snel dat dit iets anders betreft… Weer een nieuwe soort voor mij! De Yarrell's blenny (Chirolophis ascanii)! Yes! Dit visje heeft in zijn anaalvin aan iedere vinstraal een stekel zitten en is daarom maar lastig om goed op de foto te krijgen. Voordat ik eindelijk een mooi portret heb kunnen maken, ben ik zeker zes keer geprikt! Gelukkig zijn de stekels niet erg lang en zijn ze ook niet giftig... Na de foto's gaat deze 'rotzak' weer terug het zoute water in.

 

06

Yarrell's blenny (Chirolophis ascanii).

 

Chris en Pascal komen meteen ons plekje bekijken, want deze soort zou ook voor hen een nieuwe zijn. Deze keer is het Chris die als eerste volgt. Samen zijn we dolgelukkig en we gaan even uit de wind op de bumper van de bus zitten om wat te eten en te drinken. Ondertussen is Pascal als een dolle aan het vissen; hij doet alles zo snel mogelijk, want hij wil niet achterblijven met deze soort! Wanneer ik uitgegeten ben, besluit ik om eens rond te lopen, om te kijken of er nog meer mooie plekjes bij de steengroeve zijn.

 

Niet veel later vind ik een halve cirkel in het beton, waarover een bruggetje loopt. In deze betonnen bak zit echt overdreven veel lipvis, waardoor ik niets anders gevangen krijg... Na een uurtje leuk lipvisjes tikken en een paar grotere exemplaren te hebben verspeeld, komt er opeens een beest op me afgerend! Ik schrik me letterlijk bijna kapot en roep “Argh, eng ding, weggewezen!”' Pas als de eerste schrik een beetje gezakt is, bedenk ik me dat dit een steenmarter is. Die heb ik dus nog nooit één in het wild gezien! Daarom sta ik op om dat eventjes aan de jongens te vertellen, maar dan zie ik dat Pascal staat te poseren met een Yarrell's blenny! “Mooi man! Dus die is nu ook binnen!”, roep ik. Omdat we nog niet klaar zijn om te gaan, ga ik nog eventjes in de betonnen bak vissen, als ik hier weer een poosje zit komt de marter weer tevoorschijn en weet ik hem voor een enkele seconde op film vast te leggen... Dan komt Chris naar me toe gewandeld en geeft aan dat we zo langzamerhand gaan inpakken. Eenmaal terug in de auto zitten, zijn we alle vier dik tevreden over deze kantsessie. Wederom heeft iedereen twee nieuwe soorten kunnen bijschrijven.

 

07

Een zowel figuurlijk als letterlijk bewogen beeld van de steenmarter.

 

's Avonds eten Jamie en ik de pollak die Jamie de dag voordien had gevangen en die we hadden meegenomen. Na het eten besluiten Chris en Pascal om het bootje te pakken. Jamie en ik vinden het niet verstandig om als eerste ervaring meteen 's nachts te gaan varen... Wij gaan morgen wel bij daglicht het water op en gaan straks dan maar liever met de strandpook achter het huisje zitten…

Maar wanneer Pascal en Chris hun materiaal in de boot aan het laden zijn, spot Jamie wat kleine visjes in de haven. Jamie had aan zijn lichte hengeltje al een haakmaatje no. 28 hangen en probeert het met stukjes garnaal. Ondertussen maak ik ook mijn stokje klaar, met daaraan een Tanago smallest (er staat geen haakmaat op de verpakking, maar ik schat ze op haakmaat no. 36) en garnaleneitjes. “Wàt, hoor ik je denken…” Haakje 36 en garnaleneitjes? Jawel; deze tip kreeg ik van Daniel Andersen, een Noorse soortenjager die zei dat vooral glasgrondel (Aphia minuta) verzot is op die mini-eitjes. 

 

08

De glasgrondel (Aphia minuta)is een heel bijzonder visje. Deze soort zwemt vrij in het water, in tegenstelling tot de meeste andere grondelsoorten die zich tegen de bodem ophouden. Ze beschikken niet over een zwemblaas om te ‘zweven’, maar in plaats daarvan helpt een oliedruppeltje de balans te bewaren.

 

Jamie ziet ondertussen dat diverse kleine visjes interesse hebben in zijn aas, maar hij krijgt ze niet overgehaald om te bijten… Wanneer ik mijn aasje laat zakken, draait er meteen één van die mini’s op het garnaleneitje af… Ik laat het geheel zo’n 20 cm dieper vallen, waardoor het mini-grondeltje denkt: “Shit, mijn avondeten gaat er vandoor!” En inderdaad, het visje volgt het garnaleneitje en slurpt dat in één keer naar binnen toe. Ik til het visje uit het water… “Is dit inderdaad een glasgrondel? Even goed kijken… Ja! Het is een glasgrondel! YES!” Hoewel dit het kleinste visje is van de trip, ben ik dolgelukkig! Glasgrondel is een lastig te vangen microvisje; ze azen vaak gewoon niet! En omdat ik dit wist, wilde ik niet veel tijd aan ze spenderen... Maar nu heb ik hem binnen no-time! Meteen geef ik mijn hengel door aan Pascal, zodat hij het ook kan proberen. Na ongeveer drie kwartier pielen met de eitjes, heeft er niemand nog één glasgrondel weten te verleiden… Daarom stappen Chris en Pascal de boot maar in…

 

Dan lopen Jamie en ik nog één rondje om de haven, om te kijken of we nergens nog meer minivisjes zien... Na ongeveer 50 meter komen we bij een ondiep strandje, waar we weer kleine grondeltjes zien! Dit is duidelijk een andere soort, want deze liggen op de bodem. Ik laat mijn aasje zakken en weer is het vrijwel meteen raak. Een kleurige grondel (Pomatochistus pictus)! Dit is voor mij geen nieuwe soort, maar ik ben wel blij dat ik hem nu 100% duidelijk op de foto heb.  In mijn eerdere blog ‘Geef het beestje een naam’ kun je nalezen hoeveel moeite het kostte om mijn Nederlandse vangst te determineren. Nadat ik tot de conclusie was gekomen dat dit P. pictus betrof, is nog steeds niet iedereen het mij eens… Voorlopig is er voor mij echter geen discussie meer mogelijk: de kleurige grondel staat op mijn lijst...
Jamie komt het ook proberen en ook bij hem duurt het niet lang voordat ook hij deze mini heeft gevangen. Hoppa - alweer een nieuw soortje om af te tikken!

 

09

Wanneer je de rugvin ziet van deze kleurige grondel (Pomatochistus pictus) weet je het verschil met brakwatergrondel eigenlijk meteen... Deze soort vertoont duidelijke horizontale banden en een vlekje, zoals bij de zwartbekgrondel.

 

Daarna gaan we terug naar het huisje om met de strandpoken te vissen. In het begin gebeurt er slechts weinig. We zien wel af en toe beet op de strandhengels, maar weten niets te verzilveren. Dan besluiten we om niet meteen aan te slaan, zodra we tikken zien, maar om juist wat langer af te wachten. Jamie’s hengel is eerst aan de beurt; eerst één felle tik op de top, maar dan blijft hij weer 20 seconden stil staan, waarna het topje vrolijk ‘ja’ begint te knikken. Jamie begint met het binnentakelen van zijn vis; pompen is hier niet slim, omdat daardoor je lood eerder in het talud terecht kan komen… Er hangt blijkbaar iets zwaars aan de hengel, want ik hoor Jamie nogal kreunen en zuchten. ‘Doordraaien, jongen, lapswans!’ roep ik nog. Dan komt er niet één, maar zelfs twee haaien boven! Een Spaanse hondshaai (Galeus melastomus) en een zwarte doornhaai (Etmopterus spinax), het haaitje dat in het Engels zo fraai ‘velvet belly’ wordt genoemd.

 

10

Spaanse hondshaai (Galeus melastomus).

11

Zwarte doornhaai (Etmopterus spinax).

Jamie ving in één worp niet één maar meteen twee nieuwe haaiensoorten. Zijn avond kon niet meer stuk.

 

Jamie is werkelijk door het dolle heen en kan het niet laten om een paar overwinningskreten door het fjord te laten galmen. “Het is midden in de nacht, man! Een beetje zachter mag wel!”. Nadat ik de haaitjes voor hem op de foto heb gezet, laten we ze voorzichtig weer zwemmen… Jamie is zo blij met zijn soorten, dat hij mij zijn hengel aanbiedt. “Vang jij er ook eerst maar één! Dan vis ik daarna wel weer verder!” Fantastisch, zo’n vismaat!

 

Daarom beaas ik zijn hengel opnieuw met makreel, stevig op de haak gezet met behulp van bindelastiek. Na ongeveer 20 minuten, besluit ik het aas controleren. Zo gauw ik binnen begin te draaien, voel ik echter dat er wat meer weerstand is! Yes, vis! Door stevig door te draaien zonder te pompen, krijg je inderdaad sneller lamme armen dan met pompen… Maar dan komt er één klein haaitje boven! Een zwarte doornhaai. Hoppa! Die is voor mij ook vast binnen!

 

12

Bedankt voor het lenen van je hengel, Jamie! Dankzij jou mocht ik ook alvast een zwarte doornhaai noteren.

 

Nadat ook mijn haaitje netjes op de foto staat en weer zwemt, besluit ik om Pascal te bellen en eens vragen hoe het daar in het donker in de fjord gaat. Pascal vertelt me dat ze niet erg veel vangen, maar al wel enkele soorten aan boord hebben: lom (Brosme brosme), kleine roodbaars, doornhaai (Squalus acanthias) en zwarte doornhaai. Wow! Dat is toch niet mis! Dat betekent dat alle drie de beoogde haaiensoorten nu reeds gevangen zijn! Na ons telefoongesprek besluiten Jamie en ik snel naar te bed te gaan, dan zijn we morgenvroeg fit en kunnen wij ook die doornhaai vangen!

 

Deel 3 van dit  vierluik over de soortenjacht van Sjors en zijn maten in Zuid-Noorwegen, gaat op vrijdag 10 augustus as. online op deze site.


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.