Twee is minder dan een…

19 augustus 2018 | Geert Luinge

Als je dat vroeger op school tegen de juf had gezegd, had ze je aangekeken alsof je een dom jochie was. Maar als je gisteren met mij was meegelopen langs het strand en over de pieren en strekdammen aan de Hollandse kust, dan had je kunnen constateren dat de zeevissers die met twee hengels vissen helemaal niet twee keer zoveel vis vangen dan de mannen en vrouwen die zich 'beperkten' tot één hengel. Met twee hengels vang je dus beslist niet twee keer zo veel. Vaak zelfs minder. Hoe kan dat ?

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no.351 van Zeehengelsport magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven.

Stel je even voor hoe die visserij met twee hengels er in de praktijk meestal uitziet. Niemand kan twee hengels tegelijk ingooien, dus eerst wordt de ene hengel beaasd en ingegooid, dan wordt de lijn strakgedraaid en die hengel gaat voorlopig in de steun. Daarna wordt een tweede hengel klaargemaakt, beaasd en ingegooid en is er dus reeds geruime tijd verstreken voordat allebei de hengels in stelling zijn gebracht en in de steunen staan. Vervolgens pakt die visser meestal zijn krukkie, schenkt een bakkie of draait een peukie en gaat op zijn gemakkie zitten wachten op een tikkie. Alle tijd. Geen haast. Er liggen nu immers twee onderlijnen met in totaal zes beaasde haken op de bodem. Denkt 'ie…

 

02

Platvissen als deze schol zijn altijd super alert op het vinden van een lekker hapje.

 

AASROVERS

Maar ik zeg je: die eerste hengel is nog maar een halve hengel! Terwijl jij bezig was met het beazen van je tweede hengel, lagen de drie verse aasjes van je eerste hengel al de aandacht te trekken en als er redelijk wat vis op de stek zit, zal het maar héél kort duren voordat die je aas hebben gevonden. Om nog maar niet te spreken van notoire aasrovers als krabben en garnalen. Kijk maar eens op YouTube. Daar kun je tegenwoordig prachtige opnames bekijken die gemaakt zijn met van die steeds eenvoudiger te gebruiken onderwatercamera's, waarop je duidelijk kunt zien hoe snel allerlei aasrovers, waaronder (ondermaatse) platvissen, het aas hebben gevonden. Binnen enkele minuten kunnen er dan al diverse hongerige vissen rond het aas zwemmen. Je ziet ze er bliksemsnel op af schieten en ze beginnen meteen aan de beaasde haken te sjorren.

 

 


 

Aasrovers

 

03

botje van postzegelformaat
 

04
krab in de aanval

 

05
kampioenaasrover: zwartbekgrondel.

 



Dat is dus al de eerste aanbeet die jij niet hebt gezien, omdat je zo druk bezig was met je andere hengel. Op het moment dat die tweede hengel er eindelijk in ligt (dat kost wel een paar minuten) zijn de haken van je eerste hengel al grotendeels leeggegeten en/of aangevreten door allerlei hongerig gespuis. Vergeet niet dat er ontelbaar veel meer kleine visjes op de bodem zwemmen dan grote, en dat piepkleine scharretjes, botjes, wijtinkjes en vooral steenbolkjes een beaasde haak in een mum van tijd kunnen leegplukken. Verder hebben we aan de Nederlandse kust chronisch last van hongerige krabben en krabbetjes, die ontzettend goed kunnen ruiken en die hard over de bodem naar je aas toe rennen om er meteen met hun scharen de vellen vanaf te trekken. Met een paar krabben in de buurt zijn je haken gauw leeg. En helaas hebben we tegenwoordig dan ook nog eens steeds vaker te kampen met een overmaat aan zwartbekgrondels, die met z'n allen een heleboel honger hebben, waardoor de beaasde haken al zijn aangevreten voordat jij een bakkie koffie hebt ingeschonken. Van de zes haken zijn er al een paar leeg voordat je eenmaal rustig in je stoel zit. Dus twee hengels... is eigenlijk maar anderhalf.

 

VOORDELIGER

Dan is er nog een goede reden om met één hengel te vissen: je verbruikt minder aas, dus het financiële plaatje wordt meteen ook een stuk gunstiger. Want laten we eerlijk wezen: als je niet in de gelegenheid bent je zeeaas zelf te steken, zul je het moeten kopen en dat is vreselijk duur. Elke zager of zeepier die van je haak wordt geknabbeld zonder dat je er wat voor terug krijgt, is dan dus eigenlijk zonde van de poen. Beter één ons aas voor de scharren, dan twee ons voor de krabben!
Maar er is meer aan de hand. De vissen die gevangen worden met het tweehengelssysteem hebben zichzelf vastgebeten en de visser heeft meestal de eerste aanbeet niet gezien en hij heeft ook niet actief de haak gezet. Dat is jammer, want daarin ligt volgens mij nou juist de lol van het vissen. Ik heb liever één aanbeet gezien, dan twee gemist.

 

06

Ook voor zo'n hongerig gulletje is het niet gauw gek genoeg!

 

Je kunt misschien wel een systeem neerzetten waarbij een enkele vis zichzelf automatisch zal haken en dan kun je rustig met de buurman gaan staan kletsen en hoef je helemaal niet op je hengels te letten, maar dat lijkt mij niet de beste- en zeker niet de leukste manier om vis te vangen. Geduld is bij het zeevissen helemaal geen schone zaak. Ik zeg (na ruim vijftig jaar fanatiek zeevissen): als je op een stek niet binnen een half uur beet hebt, dan zit je waarschijnlijk (tijdelijk) op een visloze stek. Natuurlijk speelt het getij ook een belangrijke rol, dus waar nu geen vis zit, kan straks wel vis komen. Maar ... als er ergens vis zit ... hebben ze je aas binnen een paar minuten al gevonden. En dan is het dus helemaal niet nodig om een tweede hengel uit te gooien. Trouwens, zelfs als je maar met één hengel vist kunnen sommige vissen zo veel honger hebben, dat ze met gemak twee haken naar binnen slobberen. Als de presentatie van het aas op de bodem in orde is heb je aan drie haken meer dan genoeg.

 

07

Ik heb graag álle aandacht voor die ene hengeltop! Foto: Bram Bokkers

 

TOETERS EN BELLEN

Bovendien kunnen we die ene hengel waarmee we vissen nog wel wat upgraden met een paar toeters en bellen, zodat hij nóg meer aandacht zal trekken. Wat denk je bijvoorbeeld van glinsterende kralen, aantrekkelijke geurstoffen en het gebruik van een voerkorfje op zee? Ik heb de laatste jaren flink geëxperimenteerd  met allerlei loksystemen die ik aan mijn onderlijn vastmaakte, maar dat gaf vaak een hoop problemen. In de eerste plaats geven de meeste voerkorven die je vér weg wilt gooien veel te veel weerstand in de lucht, waardoor de werpafstand beperkt wordt. En bij het aanslaan hebben grote voerkorven een remmend effect op het zetten van de haak. In de tweede plaats mogen de lokstoffen die we in de voerkorf doen er niet uit vliegen tijdens de worp en onderwater moeten ze er niet meteen uit spoelen. Op bijgaande illustratie zie je de onderlijn waar ik momenteel mee vis, uitgerust met een voerkorfje dat bij de zoetwatervisserij wordt gebruikt om maden in te doen. Door dat smalle, gladde, plastic korfje loopt een stevige nylonlijn met bovenaan een wartel en onderaan een speld, zodat je hem makkelijk kunt vullen en er probleemloos ver mee kunt werpen.

 

 

08

De door de auteur gebruikte onderlijn met alle toeters en bellen, inclusief een feeder. Illustratie: Sjoerd Schrassen

 

Wat ik erin doe? In het begin propte ik het korfje vol met geknipte pieren en zagers, maar dat werkte nogal onhandig omdat de krabben de vellen eruit trokken. Later deed ik in dat smalle plastic korfje een klein (maar ontzettend sterk ruikend-) spierinkje en ik kan je verzekeren dat dat onderwater onmiddellijk de aandacht trekt. De laatste tijd heb ik goede ervaringen met 6 mm vismeel- en krill pellets, waarvan er een stuk of 10 in het korfje passen. Daaruit sijpelen aantrekkelijke geur- en smaakstoffen, waardoor de vissen naar je aas worden gelokt en het nooit lang duurt voordat je beet krijgt. Onderaan de lijn hangt het lood, tussen de 150 en 200 gram afhankelijk van de omstandigheden, maar altijd een plat lood dat niet kan rollen, omdat anders de onderlijn in elkaar draait. Het is ook een lood zónder ankers, want ik wil af en toe wat actiever vissen en de lijn een paar meter kunnen binnendraaien. Boven het lood heb ik een rijtje opvallende (fluo-) kralen gemonteerd die vooral als je 's avonds in het donker of in troebel water vist van heinde en verre de aandacht zullen trekken. De haaklijnen kunnen vrij wapperen doordat ze met een warteltje tussen twee kraaltjes zijn bevestigd. De onderste wapperlijn is ruim 30 cm lang, waardoor de beaasde haak vlak achter het korfje op de bodem ligt en de andere twee haken zijn voorzien van kralen met opvallende kleuren. Bovenaan de onderlijn heb ik een extra gewichtje op de lijn gezet (een stukje gedraaid spiraal, geknipt van een oude metalen afhouder) dat ervoor zorgt dat de hele onderlijn goed tegen de bodem wordt gedrukt. Met deze onderlijn trek je veel meer aandacht dan met een standaard kraalloze- en geurloze onderlijn en ik heb er al heel wat mooie vissen mee gevangen. Dus deze ene onderlijn telt eigenlijk voor anderhalf !

 

09

Zeker vanaf zo'n strekdam is het continu in de gaten moeten houden van twee hengels een lastige klus!

 

ONHANDIG

Er is nog een reden: twee is onhandig. Ik weet niet of je al eens op de Hollandse (of West-Vlaamse) strekdammen hebt staan vissen, maar dan kun je je lol op, met twee hengels. Niet alleen moet je je hengelsteun donders goed in de gaten houden, anders wordt hij door de stroming (of een dikke bos apenhaar…) omver getrokken en hoor je je dure stokken tegen de stenen kletteren, maar je hebt ook te maken met een wisselende stroming en vaak lastige zijwind, die een bocht in je lijn drukken waardoor je kunt vastlopen achter de stenen. Tenslotte heb je altijd te maken met opkomend- of afgaand water, zodat je na verloop van tijd genoodzaakt bent om het boeltje op te pakken en te verkassen ... maar dat kan met twee hengels knap lastig zijn. Ik zeg maar zo : beter één hengel in de hand, dan twee in de steun. En dan heb je nog het argument dat je met twee hengels altijd eerder panne hebt. Hoe vaak gebeurt het niet dat een buurman over één van de twee lijnen gooit (je hebt immers meer spreiding en bestrijkt een groter gebied) en dan sta je vervolgens gezellig een kwartiertje te breien. Dat was je met één hengel niet gauw gebeurd. Twee is ook twee keer zo lastig.

 

10

Ook in het donker concentreer ik me bij voorkeur op één hengel, waarmee ik dan ook actief probeer te vissen.

 

ZOEKEN

Nou zul je misschien zeggen: Ja, maar ik vis altijd met een hengel ver weg en eentje dichterbij. Oké, daar zit wat in. Dat kan je inderdaad helpen om sneller de afstand te vinden waarop de vis zich bevindt. Ik los dat op door om beurten vér en dichtbij in te werpen, totdat ik de vis heb gevonden. Ik heb dus wel altijd twee verschillende hengels bij me, maar ik vis uitsluitend met één hengel, die ik geen seconde uit het oog verlies.

 

 

11

Er zijn betere manieren om te verbroederen met medevissers dan zo'n gezamelijk breiwerk!

 

Wellicht heb ik jullie hiermee een beetje heb kunnen overtuigen van de nadelen van het vissen met twee hengels, opdat  je jezelf voortaan wat meer tijd zult gunnen om geconcentreerd te wachten op die eerste aanbeet op die ene hengel, die gauw zal komen. En als dat misschien eens niet binnen tien minuten gebeurt, geef jezelf dan de gelegenheid om eens lekker tot rust te komen en te genieten, bijvoorbeeld van het bonte vlekkenpatroon van een gul of simpelweg van het uitzicht over het water. Hoeveel vis je met één hengel méér zult vangen dan met twee ?

Ik weet het niet.
Ja, ... twee keer de helft.
 

12

Vlekkenpatroon kabeljauw

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.