Een zomerse visserij | blog Cor Juffermans

13 juli 2018 | Cor Juffermans

Cor Juffermans

Cor Juffermans is als specialist op het gebied van onderlijnsystemen vast auteur van Zeehengelsport magazine.

Een zomerse visserij, dat schrijf ik niet zomaar. Dat heeft een reden. Ga ik uitleggen. Elk seizoen kent zo zijn charmes voor wat betreft de visserij en de visvangsten. Ik durf echter zonder meer op te schrijven dat bij mij de herfst en het voorjaar beide ex aequo op één staan. De visserij is dan altijd, tot nu toe, top en deze ‘tussenseizoenen’ staan garant voor een hele mooie visserij en de daarbij behorende vangsten.

 

De winter staat op een goeie tweede plaats, alleen kan hier de temperatuur heel snel roet in het eten gooien. Met andere woorden: als de temperatuur van het zeewater vanwege een extreme kou snel richting de 7 graden Celsius zakt, wordt de visserij snel minder. Hebben we daarentegen een milde winter, dan blijft de visserij bijzonder lang goed en ook al zorgt de instroom van koud water uit het noorden dan voor een zeewatertemperatuur van zo rond de 7 graden Celsius, dan nog blijft het leuk vissen en ook vangen. De zomer is echt kwakkelen en niet alleen vanwege de drukte op de stranden met badgasten.

 

Heb je zoals nu van die hele mooie vakantietemperaturen met een windje overwegend uit het oosten, dan giert de strandvisserij heel hard achteruit. Botjes, die er eigenlijk altijd zijn, laten zich van hun luiste kant zien en ook de zeebaars zoekt het wat verder van de kant. Tong vindt deze omstandigheden wel aangenaam, maar die scheefbekjes komen bij ons in Castricum aan Zee helaas niet zo heel veel meer voor. Oké; de grote uitzondering in de omgeving is het Noordzeekanaal, maar dat ‘binnenwater’ reken ik even niet tot de ‘strandvisserij’ en dan tel ik de daar gevangen tong dus ook even niet mee.

 

02

In de zomer is het vaak echt kwakkelen en dat leidt tot een lome, wat saaie visserij…

 

Voor die strandvisserij is een matige wind uit overwegend het oosten, noorden, noordoosten bij ons dus nooit een goeie. Die wind vanuit het land gaat vaak gepaard met een vlakke zee, extreem helder water of juist andersom: een bruine zooi in het water. Geen branding, weinig kans op zeebaars - helder water heeft mij nog nooit veel vis opgeleverd - en die bruine smudzooi zorgt er dan weer voor dat je topoog volloopt en dat de bot het verder opzoekt. Die platte houdt niet van die bruine rotzooi. Kort samengevat: de maand juni en nu ook al een paar weken juli leveren hele mooie bruine mensen op aan het strand, maar geen vis. Schar, wijting, geep, makreel; ik heb ze nog niet gezien deze zomer bij ons aan het strand. De blauwe variant van de makreel zie ik overigens al jaren niet meer bij ons en zelfs vanuit de boot heb ik ze al heel lang niet mogen vangen.

 

Viste je overigens met de boot, dan was het de afgelopen periode allemaal een stuk beter en zie je zelfs opmerkelijke berichten voorbij komen op facebook. Zo wordt er vanuit de Zeeuwse delta opvallend vaak bericht over heel mooie gulvangsten op de wrakken. En wordt er in een kuiltje of boven op een zandbultje gevist, dan wordt ook daar een mooi zomergulletje gevangen en blijkt bovendien de wijting nog dik aanwezig. Schar wat minder, maar daarvoor in de plaats lees je best wel vaak: ‘mooie dikke tong’. En de laatste pakweg 10 dagen wordt er ineens ook volop blauwe makreel gevangen. Het is nog wat ‘patchy’ zoals de Engelsen dat noemen –met andere woorden: je vindt ze niet overal- maar wordt een flinke school aangetroffen, dan komt er volop makreel aan boord.


03

Vanaf de bootjes opvallend veel mooie zomergullen.

 

Bootvissers vangen regelmatig ook mooie dikke zeebaars. Overigens weten de echte zeebaarspikeurs die vanaf strekdammen, basaltblokken en andere obstakelrijke plekjes vissen, die baarzen ook verdraaid goed te vangen. En ook daar zitten hele mooie exemplaren tussen. Maar dat terzijde. Die kunst moet ik mij nog even eigen maken. De spullen heb ik, nu de tijd nog... En de haai dan? Lees gerust verder, dan kom je hem vanzelf tegen…

 

Kijk ik dan ook nog even terug naar de afgelopen periode voor wat betreft mijn eigen vangsten, dan lees ik in een van mijn berichten de zin: "The curse of the new rods". Wij sportvissers hebben een beetje de cult in de wereld gebracht dat je pas tevreden over je nieuwe hengels kunt zijn als daarmee daadwerkelijk ook de eerste vis gevangen is. Zo stond ik begin juni bij ons op het strand met mijn gloednieuwe Daiwa Tournaments, eentje van 450 cm en eentje van 500 cm, de sterren van de hemel te vissen, maar moest ik na drie uur vissen melden dat ik niets, nada, noppes had gevangen. In dezen kon ik mij dus beroepen op die ‘Curse of the new rods’, maar in werkelijkheid was ik gewoon de dupe van een zomerse visserij. We hadden toen namelijk al dagen een prachtig strandweertje, voor de badgasten dan.

 

Een oost-, noordoosten windje, glashelder water en geen spatje branding. Kort samengevat: een hele saaie omgeving! Het resultaat mocht er zijn. Bij een onderlinge wedstrijd van onze club hadden van de 26 vissers zeven man vis en 19 deelnemers visten een Dikke Nul. Daarvan was ik er eentje en ook al beriep ik mij op ‘The curse of the new rods’, dan nog weten jij en ik wel beter.


04

‘The curse of the new rods’…

 

In verband met leuke buitenlandse verplichtingen, een beetje vliegvissen met een paar heel goeie vrienden, viel bij mij in juni vervolgens het zeevissen een beetje stil en stond ik pas begin juli weer op het strand. Het beloofde een prachtige stranddag te worden en we mochten rekenen op heel veel badgasten. Kwam allemaal uit.

 

We waren voor de zekerheid wel een uurtje eerder begonnen, maar toch zo rond 11.00 uur toen we de boel gingen inpakken, lag het strand al aardig vol. In de drie uurtjes die ons gegund waren, ving ik welgeteld vijf botjes. Die vijf botjes waren goed voor een tweede plaats in het dagklassement. Nu kan ik mij daarmee onwijs op de borst gaan slaan, maar ik vind vijf visjes niet zo heel veel. Jullie?

 

Wederom een prachtige vlakke zee, schitterend weer, aan de kant glashelder water, op de bank een bruine smudzooi en daar achter weer blauw water. Daar zat de vis! En neem van mij aan jongens, daarvoor moest je een aardig eindje smijten. Ze zaten dus ver. Heel ver. Enne...? Gevangen aan die nieuwe hengels, dus ‘the curse of the new rods is broken’.

 

05

De vloek verbroken, al noopt zo’n postzegel tot de nodige bescheidenheid!

 

Gelukkig staat onze clubcompetitie nu even stil vanwege de zomerse drukte aan het strand, maar ik kijk nu al uit naar september. Of... de wind moet naar het zuidwesten gaan, dan weet ik zeker dat ook deze zomer ons weer een paar prachtige verrassingen in de vorm van schitterende zeebaars gaat opleveren. Maar dan moet die wind eerst wel even draaien en dat heeft hij de afgelopen periode, lees zo'n week of zeven, nog niet gedaan.

 

Rest mij alleen nog onze aangekondigde haaienexpeditie. Al maanden volg ik de verhalen uit Zeeland. Gevlekte gladde haai vanaf de boot en gevlekte gladde haai vanaf het strand. Het kan niet op. Omdat ik/wij zo'n tweeëneenhalf uur rijden van Zeeland afwonen, stap je ook niet zomaar even in je auto voor een dagje Zeeland. Al helemaal niet in mijn auto. Ik ga geen merk noemen, maar ik kan jullie wel verklappen dat de mijne zo'n 1 op 3 rijdt, dus tripjes naar verre bestemmingen worden weloverwogen.

 

Al ver vooraf hadden wij dan ook de 8ste juli gekozen voor onze expeditie. De bekende charterboot ms. Wiesje moest voor het dek zorgen en schipper Hank voor de haai. Via kleine steekjes onderwater probeerde ik Hank zo scherp mogelijk te houden, mogelijk ietwat té scherp. In zijn blog van 15 juni jongstleden probeerde hij zich een beetje in te dekken voor een mogelijk debacle en er kwamen al zinnen voorbij als "Gods water en Gods akker". Ik kom er eerlijk voor uit, maar dan raak ik al lichtelijk in de war. Heb Hank dus nog gevraagd: "gaan we nou vissen of gaan we naar de kerk?". Die 8ste juli viel dit jaar toevallig op een zondag en van Walcheren is bekend dat ze daar graag naar de kerk mogen gaan. Maar Hank stelde me gerust: we gingen vissen!

   

Ongeveer een kwartier voor tijd tikten we aan, maar kregen we van John Willems te horen dat we netjes op de kade op Hank moesten wachten. Een en ander had wat te maken met een ochtendhumeur. Heb even teruggebladerd en kwam toen uit bij zijn blog van 26 mei 2017 en was het met John eens: beter nemen we maar het zekere voor het onzekere en dus hebben we netjes op de kade bij de sluis op Wiesje gewacht. Na aankomst vroeg hij om een kwartier en daarna hadden we de Hank van al die andere blogs die hij heeft geschreven.

 

Tijdens het wachten op de sluis werd ons een viertal stekken genoemd en daarbij werd ook keurig vermeld wat we daar konden verwachten. Verwachten! Geen garanties! We gingen voor een plek voor Westkapelle, waar de dagen voordien goed haai gevangen was en daarbij werd verteld dat daar geen smurfen rondzwommen, maar echt flinke jongens. Al zijn dat in dit geval dames, want in de praktijk zijn alle gevlekte gladde haaien van pakweg boven de 90 cm vrouwtjes.

Als een autoriteit zoiets zegt -ik laat het dan niet merken- maar dan word ik echt bloednerveus en wil ik los. We hoefden daar niet op andere vissoorten te rekenen, alleen op haai. Maar… Het zou zomaar kunnen dat die er dan ook niet zouden zitten. Na tweeëneenhalf uur had nog niemand van ons ook maar een stootje gezien. Tijd voor plan B.

 

06

Altijd weer een plezierige verrassing, zo’n fraai gekleurde rode poon.

 

Verkassen. We gingen naar iets met de naam diep er in, maar precies weet ik het ook niet meer. Op die plek meer kans op haai, maar ook meer kans op bijvangst. En laat nou die bijvangst ons de nek om hebben gedaan. Als ik met grote steekzagers aan de gang ging, was het wijting voor en wijting na. Oké, heb ook nog een scharretje, rode poon en horsmakreel gezien, maar geen haai.

 

07

Willem ving zijn felbegeerde gevlekte gladde haai!

 

Overgestapt op kleine levende krabbetjes dan maar. En dat resulteerde in een heel andere bijvangst. Best wel een bijzondere. Zeester!. Ja en niet eentje, maar bosjes van die beestjes. Ze pakten mijn hele krab in en voor de haai bleef niets anders dan een ingepakte krab. Die wilden ze niet. Ik had dus geen haai, deze 8ste juli, maar vismaat John Willems en Willem Olbers wel. Willem ving de zijne, een gevlekte gladde haai, op een zager en John wist op een ingesnoerde makreel zelfs een heuse ruwe haai (tope) te vangen. Hoewel ik zelf dus haailoos bleef, heb ik een fantastische dag beleefd en kijk ik nu al uit naar een vervolg van deze dag, want die Nederlandse haai moet er gewoon komen.

 

08

Mede-blogger John Willems wist op een ingesnoerde makreel zelfs een heuse ruwe haai (tope) te vangen.

 

En Hank: naarmate de geplande datum dichterbij komt, des te vaker ik je weer ga belagen zodat je ook dan weer zo scherp als een scheermesje bent. Kijk er nu al naar uit!

 

www.onderlijnenvooropzee.com


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.