Tarbot in West-Vlaams kustwater

15 juli 2018 | Tom Sintobin

Naar aanleiding van de meldingen van diverse bootvangsten voor de West-Vlaamse kust van tarbotten, zocht Tom Sintobin contact met een van de Vlaamse schippers die deze zeer gewilde platvissoort de afgelopen zomer met enige regelmaat wist te vinden. Wordt de tarbot de nieuwe ‘Vlaamse bot’?

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no. 350 van Zeehengelsport magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven

FOTO 1: Bram Bokkers.

Tarbot staat sedert kort echt volop in de belangstelling bij de Laaglandsevisser. Niet alleen sierde een vanaf het strand gevangen tarbot de cover van het zomernummer, ook hebben we op onze website Zeehengelsport. nl de voorbije maanden diverse keren aandacht gevraagd voor deze bijzondere vissoort. Half mei deden we dat voor het eerst, naar aanleiding van de 33 cm lange tarbot die Danny Goossen tijdens een grote wedstrijd vanaf het strand had gevangen.

 

Hoofdredacteur Peter Dohmen eindigde zijn informatieve bijdrage onder de titel ‘Tarbot, hoe zat het ook weer?’ toen met een uitdaging aan het adres van bootvissers die ‘geen genoegen nemen met het  vangen van schar of wijting op de gekende stekken, maar graag op zoek gaan naar bijzondere vangsten’.  Het was een oproep die hij in augustus nog een keer herhaalde: wie helpt mee om al die tarbotten te  vinden in ‘ons’ stukje Noordzee? Peter tuigde zowaar zelf zijn hengels al op om het een dagje gericht te gaan proberen op tarbot, maar de wind hield hem helaas tegen. Dat belet niet dat er tarbotten gevangen werden de voorbije zomer. Vooral Vlaamse vissers blijken zeer succesvol te zijn geweest bij deze queeste en daarover vertel ik in deze bijdrage graag wat meer.
 

tarbot 02

Een van de aan boord van ms. El Euro gevangen tarbotten.

 

DE VIS VAN DE KEIZER

De allereerste tarbot die ik ooit levend zag, hing aan de haak van mijn vismaat Freddy Vanborm. Hij had hem met zachte krab gevangen vanop de muur van Dunkerque, waar toen – ik heb het over minstens 15 jaar geleden – nog gevist mocht worden. Heel groot was hij niet, een dikke kilogram of zo, maar wát een indrukwekkende vissoort was dat, met zijn nagenoeg ronde vorm en zijn absurd grote bek. Ik moest en zou er ook zo een vangen, zo nam ik me voor. Maar waar? De vangst van Freddy was namelijk een uitzondering, een grote uitzondering zelfs, zo besefte ik steeds beter, naarmate de jaren tarbotloos vorderden. Mijn droom vervaagde; ik legde me erbij neer dat ik nooit met zo’n stoere platvis op de foto zou mogen.
 

tarbot 03

Tom ving zijn tarbot uiteindelijk in het Ierse Bundoran, Co. Donegal.

Het duurde uiteindelijk nog bijna een decennium voor ik er zelf eentje aan mijn haakje mocht begroeten. Dat gebeurde dan nog per ongeluk ook, in Ierland, meer bepaald aan boord van mv. Bundoran Star, die vanuit de gelijknamige havenplaats opereert. We waren al driftend op rog aan het vissen, maar vingen diverse tarbotten tussendoor, gewoon vanop een zandbank in de baai van Donegal. Ze waren zo’n halve meter lang en dus weer geen échte kleppers – tarbot kan immers een meter lang worden en weegt dan zo’n 25 kilogram –, maar ik was er bijzonder blij mee en liet mijn vangst ongedeerd weer zwemmen. Overigens tot ontzetting van sommige andere opstappers die maar al te goed wisten hoe lekker zo’n tarbot smaakt. Volgens de online-encylopedie Wikipedia wordt er in een zeer oud Latijns gedicht – uit de eerste of tweede eeuw na Christus – zelfs al naar deze vissoort  verwezen als ‘de vis van de keizer’ en dat suggereert dat de oude Romeinen hem al wisten te waarderen om zijn fijne smaak.

 

WIJD VERSPREID

Die verwijzing zou inderdaad betrekking kunnen hebben op dezelfde soort als die die Freddy in Dunkerque boven wist te trekken. Het verspreidingsgebied van Scopthalmus maximus, zoals de wetenschappelijk naam van de tarbot luidt, is immers behoorlijk groot. Hij leeft volgens het gezaghebbende www.fishbase.org in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, in het Middellandse-Zeegebied en langs de Europese kusten, tot bij de Poolcirkel en de Baltische Zee. In de Zwarte Zee zou dan weer een ondersoort leven, Psetta maxima maeotica genaamd.

De tarbot zou dus ook in de Nederlandse en Belgische wateren moeten voorkomen en dat is beslist ook het geval. Wie wel eens met een kruinet op garnalen vist, heeft tussen alle gewriemel beslist al de nodige tarbotjes in zijn net aangetroffen. Als er van die postzegels zwemmen, dan moeten de volwassen vissen toch ook ergens rondhangen, zou je denken? Ook wie al wat langer geabonneerd is op ons magazine, heeft al de nodige tarbotten zien passeren. Zeer fraaie exemplaren zelfs, want er is een tijd geweest, een paar jaar geleden, dat er met enige regelmaat forse tarbotten gevangen werden op de Zeeuwse Grevelingen. Vissen van 5 kilo en meer! Dat lijkt evenwel een restpopulatie te zijn geweest die nu ‘op’ is, want zelfs duikers nemen ze, bij mijn weten, tegenwoordig niet meer waar.
 

tarbot 04

Twee tarbotten die de afgelopen nazomer werden gevangen aan boord van charterboot ms. Trigla van schipper Philippe Mahieu.

 

DUBBELE CIJFERS!

Uit visserijkundig onderzoek en bijvoorbeeld ook uit merkacties is bekend dat de tarbotten wegtrekken uit het kustwater als ze zo rond de 20-25 cm lang zijn en dan dieper water opzoeken. Het zijn dan actieve jagers geworden, die zich met name voeden met vis. Bijzonder is dan dat ze veelal in concentraties worden aangetroffen en dan specifiek op zand en grindbanken. Tarbotten van meer dan 30 cm (ze zijn dan drie jaar oud ongeveer) worden in België of Nederland echter hoogst zelden met de hengel gevangen. Of moet ik schrijven: werden? Wat er afgelopen zomer gebeurde aan boord van Vlaamse (charter)boten grenst immers aan het ongelooflijk. Sommige schippers beleefden dagen waarin de dubbele cijfers werden gehaald! Boten als ms. Skintus, ms. Trigla en ms. El Puro hebben namelijk ontdekt waar en hoe ze gericht op tarbot kunnen vissen, en dat op een doenlijke afstand vanaf de Belgische havens! Ik vroeg Danny van ms. El Puro, dat vanuit Blankenberge opereert (www.elpurofishing.be), om wat uitleg, en geef hem dan ook graag even het woord:

‘Op een gegeven moment waren wij het wat beu geworden om altijd op dezelfde vissoorten te gaan vissen. Schar, bot, wijting, tong en gullen op de wrakken zijn wel leuk, maar na al die jaren zochten we toch een nieuwe uitdaging. Daarom zijn we ons in toenemende mate gaan richten op meerdaagse trips naar de Engelse kust, alsmede op grote schollen, grote pietermannen en rode ponen voor de Vlaamse kust. Tijdens zo’n visdagje op pladijs kregen we plots de inval om eens actief met een stukje vis aan de slag te gaan… en we vingen die dag meteen al acht tarbotten! Dat smaakte naar meer, en dus hebben we ons erop toegelegd. Nu zijn we al zo ver dat we heel regelmatig tarbot aan boord krijgen. Wij vissen vooral op de zandbanken, dat wil zeggen: op de helling naar het diepe in de stroming. Een van onze topstekken ligt een mijltje van de kust of zo! Doorgaans vissen we op anker, en we gebruiken een systeem met een schuifloodje van 100 gram, dat we rechtstreeks op onze lijn hebben gemonteerd. Onder het schuiflood komt een wartel, waaraan we een dwarrellijn van zo’n meter hebben vastgeknoopt. Een RVS-haak nummer twee maakt de montage af.

Als aas gebruiken we steevast een stukje makreel of de milt van haring. We naaien dit stuk vis op de haak met binddraad en werpen vervolgens in. Wanneer het lood het wateroppervlakte raakt, sluiten we de molenbeugel niet: we houden de lijn tussen onze vingers vast en wachten tot het schuiflood op de bodem is aanbeland. Dan wachten we een drietal minuutjes, en als er geen aanbeet volgt, heffen we het lood eens een metertje omhoog, om het dan weer te laten vallen. Zo creëer je een stofwolkje op de bodem, en opvallend vaak wordt de tarbot daardoor aangelokt. Je voelt de aanbeten heel goed omdat je je lijn voortdurend tussen je vingers hebt. Als je een vis voelt aanbijten, wacht dan nog enkele seconden vooraleer je aanslaat. Zorg ten slotte ook dat je materiaal in orde is, want een tarbot is een sterke vis, die zijn grote muil voortdurend openzet tijdens de dril in een poging om de haak los te schudden. Tot slot nog dit: wij hebben ondervonden dat je met stukjes makreel ook grote schollen en rode poon kunt vangen!’   

 

tarbot 05

Een dergelijke schuivende montage in de meest basale vorm deed de truc! Tekening: Cor Juffermans.

 

‘VLAAMSE BOTTEN’

Best wel interessant moet ik zeggen, deze techniek van actief vissen terwijl de boot toch voor anker ligt! Zo kun je namelijk één of twee hengels statisch aanbieden op schol, terwijl je met de handhengel actief rond de boot de bodem aftast, op zoek naar ‘de vis van de keizer’. Andere schippers vissen trouwens wél op drift. Het vanuit Nieuwpoort opererende ms. Skintus, bijvoorbeeld, maakt lange drifts waarbij de opstappers de hengel in de hand houden, met de lijn tussen de vingers. Een tweede hengel staat in een steun, met de slip precies zo afgesteld dat een aanbijtende tarbot geen weerstand voelt. Het komt er wel op aan om regelmatig het aas te controleren, begreep ik van Henk Hillaert – een trouwe vismaat van Robert van de Skintus – want het aantal grote pietermannen dat zich aan het voor het tarbot bedoelde aas vergrijpt is aanzienlijk!

De meeste van deze ‘Vlaamse botten’ zijn zo tussen de 35 en de 45 cm lang, met gewichten van rond de kilogram. De vraag die zich bij mij, bij de schippers en allicht ook bij de lezers van dit stukje, opdringt is uiteraard: zullen we ooit écht grote tarbotten kunnen foppen onder onze kustlijn? Tarbotten zo groot als deurmatten, zoals die regelmatig gevangen worden vanuit Weymouth of Alderney – ongetwijfeld twee van de beste stekken ter wereld voor deze vissoort? En een bijkomende vraag: zullen er ook grieten te vangen zijn binnenkort, die andere grote platvissensoort die zo vaak samen met tarbot rondzwemt? Deze visserij staat bij ons nog in de kinderschoenen, dus alles is nog mogelijk.

Eerder genoemde Henk Hillaert vertelde me overigens ook van een tarbot die hij aan het begin van de jaren 70 vanuit Oostende ving aan boord van ms. Franlin. Op een dag was hij met een lange wapperlijn aan het vissen, met daaraan een volledige makreelfilet. Alle andere opstappers waren op makrelen aan het jojoën vanaf de driftende boot, maar Henk wou wel eens kijken of er iets groters rondscharrelde op de bodem. Op een bepaald ogenblik zouden ze gaan verkassen, maar Henk kreeg zijn lood niet meer los van de bodem. Door de lijn met de hand naar boven te halen, kregen ze langzaam maar zeker een zwaar gewicht naar boven… Het bleek een tarbot te zijn van – geschat – vijf kilogram zwaar, die Henk voortaan de bijnaam ‘den tarbotcatcher’ opleverde! Als ze er toen zaten, dan zitten ze er nu allicht nog…


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.