Afstand loont! (deel 1) - Verbeter je techniek en reik verder…

29 juli 2018 | Athur van Tienen

De bondscoach van de Nederlandse nationale strandvisselectie Arthur van Tienen kan niet alleen zélf bogen op een imposante interlandloopbaan, maar heeft daarnaast ook nog eens een achtergrond als caster. En omdat het ver kúnnen werpen tijdens wedstrijden vaak nu juist het verschil kan maken, nam Arthur ‘zijn mannen’ mee op diverse oefensessies. Die sessies waren aanleiding voor een korte serie werplessen op papier, waarvan hier de eerste.

 

Deze bijdrage verscheen eerder in uitgave no.350 van Zeehengelsport magazine en is speciaal voor onze site opnieuw vormgegeven.

Bij het aanleren van de off-the ground worp is basisregel no. 1 om je armen bij je lichaam weg te houden.


Sinds jaar en dag is men bezig om door middel van verbeterde materialen en technische ontwikkelingen steeds lichtere en sterkere hengels te ontwerpen en te fabriceren. Wanneer je de superlichte en kwalitatief hoogwaardige hengels van nu vergelijkt met die uit de laatste decennia van de vorige eeuw, is er in die relatief korte tijd een gigantische stap vooruit gemaakt. Waar vroeger holle fiberglas en volglas hengels kwalitatief het neusje van de zalm waren, zijn nu de met nanotechnologie vervaardigde carbonhengels, al dan niet met glastoppen, een lust om mee te vissen qua gewicht en de enorme potentie die deze hengels bevatten.

 

Deze evolutie van fiberglas naar carbon brengt ook met zich mee dat er qua werpstijl meer mogelijkheden zijn. Eerder vroegen de lange dikke backcast hengels, de korte tapse pendulum hengels en de zware vijf meter hengels  allemaal om een specifiek werpstijl. Alle gerenommeerde merken leveren tegenwoordig echter in alle prijsklassen superlichte driedelige  4,25 tot 4,50 meter  strandhengels die, voorzien van een hybride top, de bovengenoemde werptechnieken probleemloos aankunnen.

 

Maar wat onveranderd is gebleven, is dat je wel over enkele minimale prak-tische vaardigheden dient te beschikken om het optimale te halen uit die in potentie prima voor het halen van grote afstanden geschikte hengels. Nu is het niet zo dat afstand altijd vis oplevert, maar het is terdege belangrijk dat wanneer de vis ver zit je er bij kúnt komen en dat -misschien wel het belangrijkste- je in staat bent om je haakaas heelhuids bij die vis te brengen.

 

Als voorbeeld noem ik het WK-Kust van 2015 in Portugal waar we met een selectie heen gingen die niet alleen qua vistechniek, maar zeker ook qua  werpvaardigheden zeer goed scoorde. Dankzij de uiterst verre en technische worpen wisten zij de vis van ver te halen met het aas aan de haak en dat leidt dan meteen ook tot prima wedstrijdresultaten!

 

foto 2
Het door Tronixpro gesponsorde Nederlandse team dat in 2017 deelnam aan het WK-Kustvissen. Staand van links naar rechts: Ruud van Noord, Frank Peene, Arjan Rijnberg, Coach Arthur van Tienen  en Remco Geuze. Gehurkt: Marien Flipse en Remi Lindhout. Assistent-Bondscoach Kees Gillissen mist in dit groepsportret; hij maakte de foto!

 

LICHAAM EN HENGEL ALS EENHEID

Zie het werpen met een hengel als het schieten met een pijl en boog. Is de voorspanning op de boog goed opgebouwd, dan gaat de pijl ver. Heb je die voorspanning op de boog niet optimaal onder controle, dan zal de pijl minder ver komen. Als je met de juiste techniek de boog spant en geconcentreerd richt, dan zal de pijl zuiver de richting opgaan die je kiest. Span je de boog daarentegen ongeconcentreerd en wild, dan zal de pijl gegarandeerd afwijken van de bedoelde richting en ook aanzienlijk minder ver komen.

 

Je armspieren spelen bij het werpen met een strandhengel vreemd genoeg echter een minder belangrijke rol dan je been- en rugspieren. Natuurlijk helpt het als je armspieren goed zijn ontwikkeld, maar ik heb ‘draadnagels’ met een toptechniek verder zien wer-pen mét het aas op de haak dan een paar mannetjesputters die met pure kracht het aas alle kanten op lieten vliegen en minder ver kwamen…

 


 

Zie jezelf als de voorspanning op de boog, de hengel als de boog en je onderlijn of loodje als de pijl...

 


 

Je rug- en been spieren kunnen enorm veel kracht genereren en gebruik deze dus  ook om de hengel op de juiste spanning te brengen. En al zijn je armen dan weliswaar enigszins minder belangrijk in dit krachtenspel, een verkeerde houding van de armen helpt de worp alsnog om zeep. Het gaat al met al dus om het juiste samenspel tussen kracht en techniek.


Vaak genoeg zie je vissers de op zich eenvoudige overhead worp doen met de armen tegen het lichaam en een slechte timing bij het uitkomen van de worp in combinatie met een te korte opslag. Daarbij kijken ze dan ook nog eens vanuit een verkeerde hoek naar het water, met als resultaat een draak van een worp.

 

VEILIGHEID

Onbetwiste basisregel bij het werpen is onder alle omstandigheden het in acht nemen van de veiligheid. Een loodje van 125 gram ligt in 4 seconden op 200 meter. Dat betekent dus een snelheid van 3 km per minuut oftewel zo’n 180 km per uur. Daarbij zal de aanvangssnelheid bij lancering van het lood zo rond de 250 km per uur liggen en dat maakt dat zo onschuldig ogende loodje tot een dodelijk projectiel. Het is dus zaak om altijd uit de baan van het loodje te blijven. Vermijd, ook bij het trainen, het onnodige gebruik van een te zwaar werpgewicht; 125 tot 150 gram is prettig. Wanneer je aan een zoet water in de buurt van huis aan het oefenen bent, controleer dan altijd ook of er geen andere vissers in de buurt zijn. Zo willen karpervissers hun onderlijnen nog weleens ver uitroeien en zij krijgen een adrenalineshot, wanneer je door hun lijn trekt en de beepers afgaan. Om te voorkomen dat jouw oefensessie uitdraait op scheldpartijen over en weer met andere gebruikers van het water, kun je beter tevoren even goed poolshoogte nemen en ook tijdens het werpen de omgeving goed in de gaten blijven houden.

 

Monteer bij gebruik van een werpgewicht van 150 gram altijd een voor-slag van minimaal 22 kilo trekkracht aan je hoofdlijn en draai die voorslag bij loshangend lood ook altijd minimaal vijf-zes slagen om je molenspoel. Gebruik bij voorkeur geen (altijd wat kwetsbare) speldwartels, maar veel betrouwbaarder lead links.

 

foto 03

Respecteer bij het oefenen ook de veiligheid van andere watergebruikers!

 

OFF THE GROUND

Anders dan velen die de overheadworp zien als basis, beschouw ik de off the ground worp als de basis van alle worpen. Alles ligt stil bij het begin van de worp en alles is controleerbaar. Ik start derhalve met een theoretische uitleg over deze worp.


Monteer allereerst de molen op de juiste hoogte. Dat wil natuurlijk zeggen: als je hengel is voorzien van een verschuifbare ‘reelhouder’. Helaas zijn er ook hengels waaraan niets te verschuiven valt, met de reelhouder vast gemonteerd. Dat betekent dan dus dat kleine werpers hun molen op dezelfde hoogte gemonteerd krijgen voorgeschoteld als bomen van kerels en het moge duidelijk zijn: dat is bepaald niet ideaal.


Kies dus bij voorkeur voor een  hengel met een verschuifbare ‘reelhouder’ en monteer de molen op de voor jou juiste hoogte. Voor het bepalen van de correcte afstand van de onderzijde van je hengel (butt) tot je molenvoet is de basisregel: houdt de onderzijde hengel onder je oksel en dan dient je duim in gestrekte toestand het midden van de molenvoet kunnen aantikken.

 

WERPPOSITIE

Bij het aanleren van de off-the ground worp is basisregel no. 1 om je armen bij je lichaam weg te houden. Daarbij is een positie van 45 graden ten opzichte van de horizon allesbepalend. Ga stevig staan, met je benen iets uit elkaar, en positioneer je dan afhankelijk van het feit of je rechts- of linkshandig bent 45 graden rechtsom of linksom ten opzichte van de zee voor je. Kies voor een wat langere opslag dan je bent gewend tijdens het vissen. Bij het oefenwerpen heb je immers geen  onderlijn gemonteerd en met een langere opslag kun je beter sturen. Gebruik je een te korte opslag, dan vliegt het lood vaker alle kanten op, omdat je de spanningsopbouw niet geheel kunt afmaken.

 

foto 4

Positioneer je in een stand van 45 graden ten opzichte van de horizon. (Afbeelding 01)

 

Kijk vlak voordat je aan de worp begint naar de plek in het water waar je je loodje wilt laten terechtkomen. Dat is niet meer dan een globale richting en dient als een soort van hersenimpuls. Want als je de worp daadwerkelijk inzet, moet je immers niet meer recht naar het water kijken, maar in een positie van 45 graden, in dezelfde kijkrichting.

 

Als je in de positie staat van afbeelding 1 en een voldoende lange opslag hebt genomen, is het zaak je lichaam en de hengel aan te spannen voor de worp. Hier komen de been en rug-spieren in actie! Wanneer je als een zoutpilaar staat en het loodje zonder enig gevoel en spanningsopbouw in je lichaam achter je neerlegt, is de worp eigenlijk al om zeep voor je hem überhaupt hebt gemaakt.

 

Probeer het loodje tegelijk met het buigen van je rug en je gewicht lood-recht op je iets gebogen rechterbeen (of linkerbeen voor de linkshandigen ) te verplaatsen. Je kunt dit eenvoudig trainen zonder hengel. Pak een stuk lijn met de lengte van je lichaam plus gestrekte arm boven je hoofd. Knoop hier een loodje aan. Neem de positie in zoals in afbeelding  en probeer vanuit deze stand het loodje pendelend zover mogelijk weg te leggen zonder te stappen en met gebruikmaking van het buigen van je rug en strekken van je arm. Als het loodje op maximale afstand ligt met een gespannen lijn, je rug enigszins gebogen is, je arm gestrekt en het gewicht van je lichaam loodrecht op je rechter- of linkerbeen staat, is je lichaam gespannen en klaar voor de worp. Doe met de hengel hetzelfde. Pro-beer daarbij de hoek van de hengel wederom ongeveer 45° te maken vanaf je armen naar de grond en met je topoog vlak  boven de grond als het goed is. Zie openingsfoto van Kaas Winter.

 

foto o5
Bij het inzetten van de worp houd je de hengel in een hoek van ca. 45 graden in het horizontale vlak en 45 graden in het radiale vlak. (Afbeelding 02)

 

INZETTEN VAN DE WORP

Nu de hengel en je lichaam gespannen staan, kan de worp worden inge-zet. Ook hier geldt weer de45 graden regel, met de hengel in een hoek van ca. 45 graden in het horizontale vlak en 45 graden in het radiale vlak (zie afbeelding 2.)

 

Heb vertrouwen in je voorslag, je verbinding tussen je loodje en voorslag en je hengel, maar… controleer op het laatste moment nog even of je molenbeugel openstaat en de lijn niet om je topoog heen zit of ergens anders zou kunnen verward raken. Als je in de beoogde werppositie staat, kijk je eerst naar het punt waar je heen wilt werpen en dan 45 graden omhoog en niet meer naar de plek waar je je loodje in het water wilt hebben. Als je naar het water kijkt tijdens de worp zal je loodje niet netjes 45 graden omhoog gaan, maar hori-zontaal naar het punt toevliegen. Het zal dat echter helaas nooit bereiken en een draak van een worp opleveren…

 

Houd beide armen van het lichaam weg, met de armen tegen je lichaam aan kun je geen swing maken en ben je geneigd een overhead worp te maken. Kijk naar een discuswerper en een speerwerper, die een maximale rotatiesnelheid verkrijgen door een zo groot mogelijke cirkel te maken en in het geval van een speerwerper op het laatst pas de arm enigszins te buigen om de rotatie-snelheid om te zetten in een 45 graden omhoog gaande snelheid.

 

Door tijdens de worp je armen zo ver mogelijk te strekken en zo een zo groot mogelijke cirkel te maken met je hengel , zal je loodje een grotere startsnelheid bereiken en dus verder komen.

 

foto 06
Alles optimaal gespannen - klaar voor lancering!

 

ZWAARTEKRACHT

Let vooral ook op je voetenstand voor en tijdens de verschillende fasen van het werpen. Vanuit de 45 graden stand waarmee je begint tijdens het wegleggen van je loodje roteert je lichaam vanuit de bekken en zal het zwaartepunt van je lichaam zowat recht boven de enigszins gebogen rechterknie komen te liggen. Let op: ik ga bij mijn beschrijving uit van een rechtshandige werper; een linkshandige werper dient even andersom te denken…

 

Bij het aanzetten van de worp kijk je 45 graden omhoog in de richting waar je wilt werpen en vervolgens zal in de middenfase van de worp, vlak voordat je ‘trekt’ met je linkerarm en ‘stoot’ met je rechterarm, de zwaartekracht van je lichaam zich verplaatsen van je rechterbeen naar je linkerbeen. Het kan nu zo zijn dat je je rechterbeen iets moet bijtrekken om je evenwicht te bewaren. Let wel op dat je niet overslaat  en je worp afmaakt voordat je lichaam voorbij je linkerbeen gaat. Zoek voor je zelf de makkelijkste houding, maar houd bovenstaande basisprincipes aan. Bij een rechtshandige werper moet de linkerarm gestrekt blijven totdat de rechterarm van een enigszins gebogen stand de push inzet in de laatste fase van de worp. Op dit moment, wanneer je gestrekte linkerarm  haaks op de waterlijn  is en op hoofdhoogte, dien je met je linkerarm de onderzijde van je hengel naar je borst toe te trekken, op een hoogte van ca. 20 cm. onder je linker oksel. Voor de linkshandigen uiteraard alles andersom.

 

foto 07
Als je uit balans raakt, sla je aan het einde van de worp als het ware door en ook dát gaat dan weer ten koste van de beoogde afstand en zuiverheid.

 

Gelijktijdig push je met het rechterhand de hengel van je af, totdat je rechterarm gestrekt is. Houd je hengel tijdens het aflopen ook weer 45 graden omhoog. Op bijgaande foto zie je Rob Punselie in de perfecte eindstand na deze final push. Hij heeft zijn linkerbeen gestrekt, Rob kijkt 45 graden omhoog, zijn linkerhand zit ter hoogte van zijn linker oksel en zijn rechterarm is gestrekt.

 

Als je het voor elkaar krijgt om de diverse fasen van de worp onder de knie te krijgen, zul je een perfecte off the ground worp kunnen maken en die kan dan weer als basis dienen voor werptechnieken die je zullen helpen om nóg verder te komen.

 

foto 08
Rob Punselie in de perfecte eindstand na de final push.

 

Ga eens met zijn tweeën of met meer vismaten oefenen; gewoon ergens op een groot veld of aan een flink stuk water. Een ander kan in de regel beter zien wat je eventueel fout doet. Handig is ook om je worp te (laten) vastleggen met een aloude video-camera of je digitale camera in de multi-opnamen stand (12 foto’s per seconde) om het hele traject vast te leggen vanaf het begin van de worp tot en met de final push. Wanneer je die beelden vervolgens kritisch bekijkt, weet je waarop je de volgende keer zult moeten letten.

 

Ga lekker trainen wanneer je de tijd hebt en je zult merken dat het loont!En nu maar hopen dat alle trainingen ook onze WK-ploeg geen windeieren gaan leggen!

 

Volgende week zondag 5 augustus het slot van deze korte masterclass casting, met daarin aandacht voor de pendulumworp.


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.