Down Under (deel 18) | blog Michel van Spankeren

05 maart 2018 | Michel van Spankeren

Michel van Spankeren

Student MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit en gepassioneerd zee- en roofvisser.

“Waar blijven die grote Australische vissen toch?” Een vraag die constant door mijn hoofd heen spookte tijdens het rijden van visstek A(ardig) naar B(eter). Iedere keer als ik een winkelier in een dorpje Down Under vroeg naar stekken die wat betere vissen zouden kunnen opleveren, wezen ze op de kaart naar het noorden…

Rubberlipped morwong (Nemadactylus douglasii)

 

Gevoed door de verkoperswijsheid van de lokale winkeliers in de Australische kustnederzettingen bleven we noordwaarts rijden en gelukkig kwam dat aardig overeen met ons reisplan. Veel van de aangeraden kantvisstekken concentreerden zich rond stranden, steigers en kades, lees makkelijk bereikbare locaties. Of die stekken veel interessante vangsten opleverden? Laten we maar zeggen dat het tot nog toe iedere keer een blogje over soortenjagen opleverde…

 

Daarmee wil ik niet zeggen dat het niet hartstikke gaaf is om de zilte natuur te verkennen met een hengel en al doende allerlei vreemde vissoorten op een lijst te mogen zetten, integendeel zelfs. Ik wil er alleen maar mee zeggen dat Martin en ik hartstochtelijk hoopten op wat meer voedsel uit Moeder Natuur’s koelkast, oftewel maatse vis. Ik besloot het roer om te gooien. Vanaf dit moment zouden we de ‘zondagsvisserstekjes’ laten voor wat ze waren en onze energie steken in méér avontuurlijke vistochten.

 

Gelimiteerd aan wegen die toegankelijk zijn voor een kampeerbus met voorwielaandrijving bleek het echter knap lastig om de meest ongerepte locaties te bereiken. Veel van de wegen daarheen bleken namelijk vol kuilen en stenen en waren nauwelijks begaanbaar voor zware bussen zoals de onze. Gelukkig liepen we in de ‘Prom’ een gezellig Australisch gezin tegen het lijf dat ons op basis van onze beperkheden en wensen aanraadde om naar het ‘Saltwater Creek’ kamp te gaan. Dat kamp ligt in het ‘Ben Boyd National Park’, iets ten zuiden van de plaats Eden in de staat New South Wales en was een mooie tussenstop in de rit naar het verre noorden. Aangezien dit kamp niet in de ‘Lonely Planet’-gids voorkomt, met derhalve de kans relatief onbekend te zijn bij onze Europese medereizigers, konden we ons opmaken voor een uitstapje weg van de platgereden paden, het échte Australië avontuur.

 

down under 18 02
Dáárvoor kom je toch graag vroeg uit je bed!

 

Al vroeg in de ochtend rinkelde mijn interne wekkertje mij uit bed en pakte ik mijn lichte vismateriaal en kunstaas, terwijl Martin zich nog even omdraaide. Tijdens het inpakken hoorde ik de golven al stukslaan op het zand en dat zou wel eens kunnen betekenen dat het vissen met licht kunstaas een drama kon worden. De kampeerplekken lagen op luttele meters van het strand en het was niet ver wandelen naar de grijs-rode rotsen links en rechts van het baaitje. Gelukkig bleek toen ik door het kleine stukje bos het strand op liep, dat de wind reuze meeviel en dat ik zonder al te veel moeite met redelijk licht kunstaas aan de slag moest kunnen gaan. Al lopend langs het strand wierp ik een klein pilkertje zo ver uit en al binnen een paar minuten mocht ik de eerste exemplaren Australian salmon (Arripis trutta) alweer terugschenken aan de zee, altijd lekker om zo de dag te beginnen!

 

Terwijl het water zich onder invloed van het afgaande getij langzaam terugtrok, bereikte ik de rotsen en zocht ik naar wat mooie richeltjes die niet alleen fijn waren om op te staan, maar waar ik ook zonder al te veel risico mijn zinkende kunstaas langs kon vissen. Lang hoefde ik niet te zoeken, want veel van de rotsen waren perfect voor vissers. De hoofdmoot van de waterkant was bezaaid met platte stukken, waarvan de afgrond door het afgaande getij bereikbaar was.

 

Down under 18 03
Prima stekkie om wat kunstaas te laten dartelen!

 

Het kleine pilkertje dat mijn Shimanocombinatie sierde, durfde ik bij deze rotsen wel te water te laten en ging dus linea recta de zee in. Zonder het aas al te ver te laten zinken, draaide ik het al vlot binnen om te voorkomen dat ik aan eventuele ondiepe rotsen vast zou komen te zitten. Terwijl ik het aas vlak voor de kant met mijn ogen volgde, schoot een klein visje rap vanuit de diepte omhoog om het van links naar rechts slaande stukje metaal te grijpen. Het visje miste het aas in de eerste instantie, maar ik maakte snel een korte worp en viste het pilkertje over het zelfde traject binnen. Wederom flitste een klein donker schimmetje vanuit wat begroeiing bij de rotsen langs mijn kunstaas en ditmaal verdween in die snelle actie mijn pilkertje wel. Veel sport gaf het miniatuursnoekje niet, maar dat was ook niet heel verbazingwekkend aangezien het hongerige rovertje nauwelijks de 20 cm haalde.

 

Down under 18 04

Nederlandse ontdekkingsreizigers en kolonisten noemden deze soort niet voor niets snoek (Sphyraena novaehollandiae)…

 

In het Australisch wordt deze soort ‘snoek’ genoemd en ik zie wel in waarom de Nederlandse ontdekkingsreizigers en kolonisten dit beestje nu juist die naam hebben gegeven. Overigens is de naam Sphyraena novaehollandiae in het Latijn waarbij dat tweede deel van de naam staat voor ‘Nieuw Holland’. Hier zit dus Vaderlandse historie achter!

 

Om de aanbieding van mijn aas flink wat trager te maken in de hoop meer aanbeten te krijgen, wisselde ik het pilkertje voor een drijvende softbait, die ik verzwaarde met een zeven grams loodkop. Ik liep een stuk verder over de rotsen en vond een kleine inham die mij weerhield verder te lopen. Hoewel de rotsen achter de inham er mooi uitzagen, had de inham zelf ook wel iets vissigs en dus besloot ik de rubberen vis alhier zwemles te geven. Ik kamde eerst heel secuur het inhammetje zelf uit en besloot vervolgens het kunstaas vanuit de inham ‘naar buiten’ te werpen.

 

Tijdens het afzinken, werd het al duidelijk dat er een stevige stroming rond de kop van de inham stond; goed voor de vis en lastig voor de vismethode. Gelukkig had ik in Nederland al voldoende oefening gehad met licht kunstaas in sterke stroming zodat ik mij niet op totaal onbekend terrein begaf. Het kunstaas zonk ondertussen nog steeds langzaam naar de bodem, terwijl iets geïnteresseerd raakte en een typische slappe aanbeet gaf. Prrrrrt, prrrrt… ‘Iets’ taste het aas af,  maar toonde totaal geen overtuiging, of zwom al een stukje rond met het aas... Ik besloot om dan toch maar aan te slaan en werd beloond een leuke dril!

 

Een fijn lipvisje met een imposante bek vol scherpe tandjes gaf leuke sport op het lichte materiaal Het bleek Een vrouwelijke blauwkeel lipvis (Notolabrus tetricus) en dat smaakte naar meer!

 

Na een paar snelle fotootjes mocht ook deze dame haar vriendinnen informeren dat er een knappe Hollander op de kant vis stond te verleiden. Ik keek nog eens goed naar de vorm van de inham en zag dat er een mooie richel vanaf de kant de zee in liep. Door de combinatie van stroming, wind en getij kon het lastig worden om mijn kunstaas binnen te vissen zonder vast komen te zitten, maar de kans was groot dat er vissen langs die richel lagen te wachten op voedsel. Ik smeet het gifgroene stukje rubber iets verder uit de kant en wat verder naar links van de locatie waar ik vlak daarvoor de lipvis ving en liet het kunstaas met mijn lijn onder spanning rustig afzinken. De stroming duwde het aas langzaam richting de rotsen, maar ik hield mijn hoofd koel en concentreerde op mijn lijn.

 

down under 18 05
Een vrouwelijke blauwkeel lipvis (Notolabrus tetricus).

 

Na bijna tien seconden bereikte het kunstaasje eindelijk de bodem en viste ik het een paar slagen binnen om het vervolgens weer af te laten zinken naar de bodem. Het aasje zonk en zonk en hoewel dat in werkelijkheid vast niet langer dan twee seconden duurde, leek het in de diepe focus alsof ik stond te vissen in een bodemloze put. Vlak voor het aasje de bodem zou moeten raken, kreeg ik tot mijn schrik een klapper van jewelste op mijn hengel. Alsof ik op opgevoerde zeebaars stond te vissen!

 

Deze vis was absoluut een slagje groter en gemener dan de lipvis van vlak voordien en ging er zonder moeite met meters lijn vandoor. Ik greep mijn spoel voorzichtig vast om de vis te remmen en probeerde uit alle macht de vis richting de inham te dirigeren. Keer op keer kreeg ik haast onhoudbare runs op mijn lichte materiaal en met de 25/00 voorslag was het iedere keer billenknijpen, terwijl de lijn vlak langs de met pokken bezaaide rotsen schoot.

 

Na wat volwassen stuurkunsten en met een gezonde dosis geluk kreeg ik de vis van de bodem en pompte ik voorzichtig een prachtige rubberlipped morwong (Nemadactylus douglasii) binnen! Zonder dat ik wist of de vis zou smaken, besloot ik hem mee te nemen om later op de ‘barbie’ (Australisch voor barbecue) als avondmaaltijd te bereiden. Ik onthaakte de vis, plaatste hem in een poel in de rotsen en wierp over hetzelfde traject in en kreeg na één keer het aas optikken alweer beet. Wederom loeide mijn 2500 serie molentje het uit en sloeg mijn hart een slagje over. Ditmaal was de pret echter van korte duur, want de vis ging direct richting een nabij liggend obstakel en sneed daarbij de lijn genadeloos door.

 

Down under 18 06
Een fotogeniek lid van de familie van draakzeilvissen.

 

Terwijl dit tafereel zich diverse malen herhaalde en langzaamaan mijn voorraad gifgroene kunstaasjes uitdunde, lukte het mij nog wel een hartstikke gave Sergeant Baker (Aulopus purpurissatus) te strikken. Dit kleine rode draakje was een lust voor het oog en verlichtte de pijn van het verliezen van al mijn rubberen vangertjes, want de morwong trein bleef genadeloos hard aanhaken en ontkomen.

 

Down under 18 07
De plaaggeesten doken weer eens op…

 

Tijdens al het onfortuinlijke verlies en daar bijkomende knoopwerk hield ik één oog op het water en zag ik als kers op de taart een trio mariene zoogdiersoorten voorbij zwemmen. Een flinke zeehond, een groep dolfijnen en een walvismoeder met kalf lieten zich voor een korte tijd op werpafstand van de rotsen waarnemen. Toen het trio weer was vertrokken en onder invloed van de kentering van het getij de beet er uit viel, moest ook dit (haast wel mariene) zoogdier langzaam aan richting de bus keren. Martin en ik zouden die dag namelijk nog aan een stevige wandeling gaan beginnen.

 

Het vervolg van dit blog en daarmee meteen ook de laatste aflevering van de serie Down Under volgt op woensdag 7 maart as.!
Mis ‘m niet!

 

Inmiddels ben ik weer terug in Nederland en houd ik jullie nu dus verder op de hoogte van mijn actuele visavonturen in eigen land.

 

Zie ook Instagram:
@chasing_scales


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.