Explosief vissen op tong | Oude doos

06 december 2017 | Geert Luinge

In onze vorige uitgave schreef Cor Juffermans een reportage over het Noordzeekanaal tussen IJmuiden en Velzen, waar eigenlijk het gehele jaar door druk wordt gevist, met name ook op tong. Met datzelfde bijzondere ‘zilte’ water als decor, beschrijft Geert Luinge hoe hij en zijn vismaten het tongvissen op een heel actieve, soms zelfs explosieve manier benaderen.

 

Vanavond gaan mijn vismaten en ik actief vissen op tong aan een groot brak kanaal en ik zal jullie graag wat vertellen over de nogal ongebruikelijke techniek waarmee wij met elkaar inmiddels vele honderden tongen hebben gevangen. Een techniek die ik maar bar weinig vissers zie toepassen, terwijl hij toch echt zeer succesvol is.
Wat wij doen is... explosief reageren op een aanbeet. Dus: de vis zwemt weg met het aas in de bek ... en jij slaat acuut aan! Dit is een geweldige techniek (en niet alleen voor tong) voor ongeduldige vissers die toch veel willen vangen. Tenminste ... vind jij 20 stuks per persoon op een avond genoeg? Dat was ongeveer ons gemiddelde in de zomer van 2015.

 

Passief

De meeste vissers zie je aan de waterkant verschijnen met twee zware zeehengels, met daarop forse molens met dikke (nylon) lijnen en een (anker) lood van minstens 150 gram. Ze zetten twee hengels rechtop in de steunen en hun stoel staat een paar meter verderop. Nadat ze hebben ingegooid, geven ze vaak nog extra lijn mee, zodat de lijn in een ruime bocht naar hun (relatief stijve) hengeltop wordt geleid. Als ze een aanbeet zien, staan ze rustig op uit hun stoel, wachten tot ze de top nóg eens zien rammelen, pakken dan rustig hun hengel uit de steun, wachten vaak nog op een derde teken van leven en slaan dan aan. Dan moeten ze echter eerst die hele bocht en de rek nog uit hun lijn zien te krijgen! Of ze beginnen gewoon langzaam binnen te draaien en inderdaad: dan zie je met enige regelmaat wel een visje aan de kant komen...

 

 

Deze bijdrage werd gepubliceerd in augustus 2016 uitgave no.348  van ons 'papieren' Zeehengelsport magazine. Wil je gebruik maken van een supervoordelige aanbieding om dit enige zoute sportvisserijmagazine van onze Lage Landen voortaan ook te lezen, op papier of digitaal op smartphone en tablet, klik hier.

 

 

In de hand

Maar... het kan ook anders. Wij verschijnen aan de waterkant met één lange gevoelige feederhengel, een relatief lichte molen (5000) die tot de rand toe is gevuld met 14/00 gevlochten lijn en een plat werploodje (zonder ankers) van maximaal 100 gram (afhankelijk van de stroming). We werpen met deze combinatie vrijwel even ver als de mannen met de zware poken, maar onze hengel is lichter en ons topje gevoeliger. Mijn stoel staat nauwkeurig afgesteld ten opzichte van m’n hengelsteun, want ik blijf de hengel de hele tijd in de hand houden, terwijl hij halverwege wordt afgesteund. Ik zie het topje daarbij duidelijk afsteken tegen een rustige achtergrond.

 

 

Nadat we hebben ingegooid, draaien we de lijn zo strak mogelijk en controleren of we het loodje gemakkelijk een paar meter over de bodem kunnen verplaatsen. Je snapt dat de bodem dan wel obstakelvrij moet zijn, maar wie op tong vist zoekt altijd naar een zachte slikkige bodem, dus als het lood ergens zou vastlopen moet je op die stek sowieso wegwezen. Je mag hooguit een paar zachte zandribbels voelen, maar geen harde bodem. Voor onze techniek is dit aftasten van de bodem uitermate belangrijk, want we gaan straks (als we na een minuut of vijf nog geen beet hebben gehad) rustig een paar meter binnen draaien, terwijl we de hengel in de aanslag blijven houden. Ons loodje moet dus gemakkelijk over de bodem kunnen schuiven. Het gewicht van het lood moet exact worden afgestemd op de stroming en op de hengel waarmee je vist, want je wilt wèl dat de hengeltop een flauwe bocht maakt en je wilt het loodje ook af en toe een paar meter kunnen verplaatsen, maar het moet toch nèt zwaar genoeg zijn om de stromingsdruk op je lijn te weerstaan.


Dat alles is heel essentieel omdat we de vis wel wat tijd willen geven om het geurspoor van de beaasde onderlijn te vinden, maar als ze daar na een paar minuten niet blijken te zijn ... gaan we het een eindje verderop proberen, tot we ze vanzelf tegenkomen. Vooral in het voorjaar en op warme zomeravonden zwemmen tongen vaak op ondieper water, dus dan kan het geen kwaad om een groter gebied af te zoeken.

Maar goed: ik heb ingegooid, de lijn staat strak, ik houd de hengel in de hand, hij rust met het handvat op mijn bovenbeen en een stukje over het midden op de hengelsteun en ik blijf het lichtelijk gekromde hengeltopje haarscherp in de gaten houden. Ik ben gespannen als een strak opgewonden horlogeveer, want vanaf nu ga ik dus aanslaan op de allereerste aanbeet! Ja, je hoort het goed! Ik zit daar met die ene hengel in de hand ... en ik blijf geconcentreerd turen naar mijn hengeltopje. Het is super spannend, want ik ga straks direct aanslaan zodra ik een strakloper of een slapvaller krijg.
We gaan dus niet afwachten totdat de vis zichzelf heeft vast gebeten, maar we willen proberen hem bij het eerste schot te raken. Waarschijnlijk zeg je nu: “Ja, da’s allemaal leuk en aardig, maar je moet hem toch even laten doorbijten?”


Daar zit ‘m dus het verschil, want volgens ons is dat laten doorbijten helemaal niet nodig, integendeel zelfs. Onze ervaring in de afgelopen 25 jaren tongvissen is dat zelfs de kleinste tongetjes bliksemsnel een langstelige haak naar binnen kunnen werken (ik gebruik de gezette Gamakatsu LS 5283F in maatje no. 6). En als je te lang wacht... voelen ze weerstand... en spugen het aas met haak juist weer uit!


Weerstand

Toen ik ooit eens een paar van die tongetjes meenam naar huis en ze in mijn grote zeeaquarium deed, bleek dat ze ruim de tijd nemen om het stukje zager te betasten met hun gevoelige smaak-papillen, maar zodra ze het aas pakken, doen ze dat vol overtuiging en zuigen ze meteen de hele hap naar binnen. Maar... dat wil dan toch nog niet zeggen dat ze het daarna niet weer uitspugen zodra ze weerstand voelen? Dat is dus die eerste aanbeet die de gemiddelde visser op zijn hengeltop ziet. Of die hij überhaupt niet ziet omdat hij verderop met de buurman staat te kletsen. Ik zeg: dat was dus een gemiste vis. Het kan best zijn dat dezelfde vis het aas nogmaals pakt, maar ook dan zal hij het waarschijnlijk loslaten, zodra hij te veel weerstand voelt. De doorsnee visser ziet vervolgens wéér een tik op zijn top, maar reageert nog steeds niet. Gemiste kans nummer twee. Als daarna zijn lijn slap valt, pakt hij eindelijk z’n hengel en draait de bocht uit zijn lijn, om vervolgens toch vaak te moeten constateren dat de tong er nóg niet aanzit. Kans nummer drie verprutst.

 

Sommige vissers laten hun haken net zo lang op de bodem liggen tot al het aas eraf is gevreten of tot een vis zichzelf heeft vastgebeten en de haak diep in de strot zit. Ik noem dat geen sportvissen en ik vind daar geen barst aan. Ik wil op het puntje van mijn stoel zitten, vol spanning wachtend op die ene fractie van een seconde waarin ik explosief ga aanslaan op de allereerste aanbeet! Het lijkt veel op vertikalen met kunstaas, waarbij ook altijd de spanning te snijden is en je bliksemsnel moet reageren zodra je een dreun op je hengeltop voelt.

 

Zo zitten wij dus te tongen; met een simpele onderlijn met bezemdraad afhouders en stukjes zager aan 15 lb rode Amnesia, in de 15 meter diepe vaargeul van het kanaal. Het vissen met één hengel in de hand heeft ook nog het voordeel dat je minder aas gebruikt, dat je élke aanbeet duidelijk ziet en bar weinig loslaters krijgt (als je tenminste snel genoeg bent). Maar vooral: dat je zélf de haak zet... en dan meteen de vis voelt hangen. Prachtig!

 

 

DOODSTIL

Wat zeg je? “Tong is een geurjager die veel tijd nodig heeft om het aas te vinden en dus moet je lood absoluut doodstil blijven liggen!” Dat horen wij inderdaad heel vaak verkondigen, maar in de praktijk blijken de honderden tongen die er juist op klapten terwijl wij ons lood een paar meter verplaatsten het daar absoluut niet mee eens. Waarschijnlijk werden ze juist ‘getriggerd’ door het glinsteren van de opvallende fluo-kraaltjes op de lijn (rood + fluo + goud werkt goed) en het uitdagend wapperen van de bezagerde haak. En zeg nu niet dat tongen worden afgeschrikt door kralen, want daar zijn de misschien wel duizend tongen die aan mijn bekraalde onderlijnen hebben gehangen het zeker mee oneens. Kleine bekjes, maar de scheefsmoeltjes kunnen er onwaarschijnlijk snel en doelbewust mee toegrijpen!

 

 

ADHD-vissen

Nu even een belangrijk detail: de lijn staat strak, de beaasde haken liggen op de grond, de tong ruikt het aas en zwemt er naartoe, hij betast het aas met zijn tastdraden (op de foto’s goed te zien!), dan zuigt hij het naar binnen ... en zodra hij wegzwemt met het aas in de bek ... sla ik stevig aan! Hoe zo’n aanbeet er dan uit ziet ? Er zijn twee mogelijkheden: de vis zwemt van je af, of komt naar je toe. Als hij van je weg zwemt, zie je de hengeltop met een paar rukken krom trekken. Als je je hengel nu niet in de hand hebt, ben je gegarandeerd te laat. Soms krijg je eerst een paar piepkleine tikjes en vlak daarna een strakloper. Ik zeg: acuut aanslaan. Je probeert als het ware ‘in het schot te vallen’ en je wilt meteen de haak zetten, nog voordat de tong de kans krijgt om het aas los te laten. Hij kan ook naar je toe komen en dan zal hij dus even het loodje meetrekken... en dan zie je de hengeltop slapvallen. Op dat moment moet je meteen bliksemsnel aanslaan! Volgens onze ervaringen hangt de vis dan bijna altijd.

 

Vismaat Arie is een meester in het snelle aanslaan en er zijn avonden geweest waarop hij 20 aanbeten kreeg waarvan hij er 18 raak sloeg, dus dan mag je wel zeggen dat het systeem werkt. Natuurlijk is het ook vaak voorgekomen dat we plotseling een slapvaller kregen en te laat reageerden en er zijn nogal wat bekers koffie en cuppasoep door de lucht gevlogen, maar ... als je te lang wacht ...heeft de tong het aas alweer uitgespuugd en losgelaten.


Het komt er dus op neer dat je moet aanslaan vóórdat de tong in de gaten heeft dat het foute boel is. Een kwestie van bliksemsnel reageren en snelle reflexen. Supergaaf! Noem het van mijn part ADHD-vissen, maar het is echt een heerlijk explosieve manier van vissen!

 

 

Wintertongen

Op de foto zie je hoe we vele nachten vol spanning aan het kanaal hebben gezeten, maar de kritische kijker zal opmerken dat het gras nogal wit is. Jazeker: we zitten hier te tongen terwijl het vriest ... Het gras zit vol ijskristallen. Kijk maar naar die tong van 36 cm (de minimum maat is 24) die we vingen tussen Kerst en Oud & Nieuw. Maar tong is toch een zomervis? Ja, dat is waar, maar wij vinden deze actieve manier van vissen zó leuk dat we het de hele winter door blijven doen! Dan blijk dat de tong -voorzover die niet is weggetrokken natuurlijk- ook hartje winter nog vreet. Enne... die wintertongen zijn gemiddeld groter.
Bij deze manier van vissen is het belangrijk dat er niet te veel aas op de haak zit. Tongen kunnen ongelooflijk goed ruiken en het maakt geen bal uit of er een grote- of een kleine zager op de bodem ligt, ze ruiken hem toch wel. Klein aas dus, zodat de haak vroegtijdig gezet kan worden.

 

Geur- en smaakstoffen? Of tongen ook gek zijn op geurende lokstoffen? Ik weet het niet zeker, maar ik heb grote tongen gevangen met een bek waar de pilchardolie als het ware uit droop en als je geurstoffen gebruikt, duurt het meestal niet lang tot je beet krijgt. Vaak zijn dat krabben die aan het aas zitten te knabbelen, maar dat vind ik helemaal niet erg. Als ik thuis in mijn aquarium kijk naar de wolhandkrab die erin zit... en ik zie de wolk van sappen en smaakstoffen die opdwarrelen als hij op een zager zit te kauwen ... dan vind ik het helemaal niet erg als op de bodem van het kanaal een krab aan één van mijn zagers gaat zitten knagen.
Ik zie aan mijn gevoelige topje zelfs dat de krab er met het aas vandoor wil gaan, maar het zijn geen harde rukken dus ik laat hem rustig doorgaan met sabbelen. Daarmee lokt hij juist de overige bodem-azers naar mijn twee andere haken toe en dan krijg ik straks misschien weer een mooie slapvaller (vriend Arie noemt het vaak een ‘slappe fallus’, maar dat is heel iets anders…).

 

 

 

Licht in de duisternis

Dan nog wat: het is belangrijk dat je de top van je hengel écht goed kunt zien, dus ‘s avonds zitten we met een comfortabele led-lamp op ons hoofd die een vette lichtbundel geeft, zodat we ook tijdens het beazen en het binnendraaien van de tongen alles perfect kunnen zien. Op de toppen van onze hengels hebben we reflecterend tape geplakt (van Midnight Moon Tackle) dat we hebben afgelakt met nagellak. Dat spul is zelfs in de donkerste nachten geweldig goed zichtbaar. Ik ben geen fan van kniklichtjes die je aan de hengeltop vastmaakt, want dat heeft tijdens het inwerpen al heel veel lijnbreuk veroorzaakt en zeker aan het subtiele topje van mijn feederhengel geeft een kniklicht alleen maar problemen.


Mijn speciale tongfeeder is overigens ongeveer vier meter lang en heeft een zeer gevoelige top, maar ook een lang stijf onderste deel, waardoor hij genoeg body heeft om de haak te zetten. Dat zijn dus de specificaties zoals die op het zoete gelden voor een heavy feeder zoals die o.a. wordt gebruikt bij het barbeelvissen op de grote rivieren. Het is echter niet handig als de feeder een lang handvat heeft, want dan kun je niet comfortabel met je hengel in de aanslag in je stoel zitten.


De slip van de molen is zo afgesteld dat we bij hard aanslaan een enkel tikje horen, zodat je bij een zware vis de lijn niet kapot slaat. En reken maar dat tongen veel weerstand kunnen bieden! Tijdens de dril zijn er momenten waarop een tong wrijvingsloos meeglijdt door het water en dan denk je dat hij eraf is, maar even later voel je een zware bonkende weerstand die je hengel flink krom trekt. Dan is het zaak de vis hoog te houden, voordat hij zich ergens in het talud kan vastzwemmen. Vooral op het laatste moment, als hij vlak bij de kant is, moet je extra voorzichtig zijn. Een grote tong kan dan ongelooflijk veel weerstand bieden en van een gebroken haaklijntje worden wij niet blij.

 

Smakelijk

Tenslotte nog een prettig detail van deze wakkere manier van vissen: als je tijdens het wachten op een aanbeet je wijsvinger tegen de blank van de hengel legt... kun je de meeste aanbeten zelfs voelen in de hengel. Schitterend! Tongen geven vaak harde felle tikken, die je door de gevlochten lijn duidelijk kunt voelen tot in het handvat van je hengel. Dus dan kun je dus nóg eerder reageren op zo’n strakloper of slapvaller. Ik zeg: probeer het ook eens. Waarschijnlijk krijg je de smaak- en de tong goed te pakken, want deze flitsend snelle manier van vissen is leuk, spannend, succesvol en bovendien… zeer smakelijk.
Vangze en smulze.

 

Geert Luinge

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.