Met tong als target | Uit de oude doos

09 november 2017 | Cor Juffermans

De zon is nog maar net verdwenen als ik lichte tikjes zie op mijn hengeltop. Terwijl die zon er nog was, kon je er gif op innemen dat dit soort tikjes veroorzaakt werden door zwartbekgrondels. En als die even geen thuis gaven, waren het krabben. Maar nu, zo vlak na zonsondergang, weet ik uit ervaring dat de zwartbekgrondel verdwijnt, dat ‘vriend’ krab wat minder actief is en dat je op deze stek tong mag verwachten. Ook paling, maar ik ben voor de tong gekomen…

 

Weer zie ik die tikjes. Vlug sta ik op en neem mijn hengel in de hand. Nu is het lichtje aan mijn topdeel niet meer de leidraad, maar ga ik vol overgave op gevoel vissen. Weer die lichte tikjes; rateltjes bijna. Ik besluit om een heel klein beetje de druk van mijn lijn af te halen opdat de vis, als het al vis is, op zijn gemak het aas kan nemen. Bij nog een paar tikjes sla ik aan, neem ik me voor. Die zijn er; wederom zijn twee minieme tikjes voelbaar. Ik sla aan en heb …? Het lijkt wel een vuilniszak vol water, ik heb zeker iets aan de lijn hangen, maar heb nog geen idee wat of het is. Ik kan niet zeggen dat het een enerverende dril is, maar de vreugde is er niet minder om als aan het eind blijkt dat er een mooie tong aan de haak hangt.

 

Portret

De tong luistert naar de wetenschappelijke naam Solea solea en behoort tot de familie Soleidae. Het is een beige/bruin, soms lichtelijk gevlekte, platvis. Zijn lichaam heeft een gelijkmatige ovaalronde vorm, die met een beetje fantasie op de tong lijkt die wij in onze mond verborgen houden. Waarschijnlijk dankt hij daar zijn naam aan. Zijn kleine oogjes staan dicht bij elkaar aan de rechterzijde van zijn lichaam. Dat geeft hem de mogelijkheid om half ingegraven in het zand op een voorbijzwemmende prooi te loeren. Tong wordt net als alle andere platvissen geboren als een ‘gewone ‘ vis met een oog aan beide zijden van het lichaam. Een jonge tong ondergaat echter al heel snel, als hij net iets groter is dan 1 cm, een metamorfose tot platvis. Tong kan 50 cm en langer worden, maar zulke exemplaren zijn echte uitschieters en worden zelden gevangen.

 

Vanwege zijn culinaire bekendheid in binnen- en buitenland is de ‘zeetong’ namelijk een soort die een geweldige visserijdruk kent. Ook de garnalenvisserij dicht onder de kust in ondiep water kost ondanks alle maatregelen en goede bedoelingen om sterfte te vermijden jaarlijks het leven aan nogal wat jonge en ondermaatse tongen. Desondanks kan wie goed zijn best doet, op een mooie zomeravond best nog wel een heel mooi ‘klussie’ tong vangen. Mits ze aan de maat zijn, mogen die allemaal meegenomen worden. Tong heeft een voorkeur voor relatief ondiep water met een zand- of modderbodem. De vis is een typische nachtazer en op zijn menu staan wormen, kreeftachtigen en schaaldieren. Tot slot kan nog gemeld worden dat tong geen liefhebber is van een stevige getijdestroming. En verhoudingsgewijs heeft hij eigenlijk maar een heel klein bekkie…

 

 

Wanneer?

De maanden mei tot en met oktober zijn in grote lijnen de maanden dat je gericht op tong kan gaan vissen. Frappant gegeven is overigens wel, dat je juist de grotere exemplaren buiten deze periode vangt. Er dan gericht op vissen is echter niet aan te raden, want je moet het dan echt van een toevalstreffer hebben. 

Tevens is het niet zinvol om tijdens een volle getijdestroom gericht op tong te gaan vissen. Na de kentering van het tij is er altijd een periode van ‘doodtij’. Deze periode duurt ongeveer één uur. Dat is eigenlijk hét moment bij uitstek om de tong gericht te gaan bevissen, net zoals het stukje tij waarin de stroming er weer langzaam inkomt tot het moment dat de stroming volop loopt ook een uitgelezen moment om de tong te belagen.

 

Het is niet zinvol om tijdens een volle getijdestroom gericht op tong te gaan vissen

 

 

Ik heb zomaar het idee dat er in Nederland meer tong wordt gevangen dan in België…

 

Voorbeeld ideaal getij

 

Stel dat het volgens de getijdetabel http://getij.rws.nl om 12:00 uur hoog water is, dan is van 12:30 uur tot ongeveer 15:30 uur het ideale moment om op tong te gaan vissen. Voor 12:00 uur en na 15:30 uur is de stroming te hevig en zal de tong alleen als toevalstreffer worden gevangen.

De ervaring heeft mij ook geleerd dat tong beter te vangen is na een paar dagen van heel mooi en rustig weer. Heeft het flink gewaaid en is er veel beroering in het water, dan zal een enkele toevalstreffer mijn bewering beslist ontkrachten, maar wordt er zeker minder tong gevangen. Tong scharrelt bij voorkeur bij het invallen van de duisternis zijn voedsel bij elkaar en de kans dat je er overdag een weet te verleiden tot een aanbeet is dus een stuk minder groot dan in de donkere uren. Denk aan je toplichtjes en een hoofdlamp als je gaat vissen want hoe donkerder het wordt, des te groter de kans op een aanbeet is. Mits het niet te hard stroomt!

 

 

Waar?

Mijn ervaring als ‘Ollander’ beperkt zich tot de noordelijke stranden en dus waag ik mij niet aan het noemen van de beste Vlaamse stekken. Als ik de vangstberichten van de Vlaamse kust vergelijk met die van zuidwest Nederland, dan heb ik zomaar het idee dat er in Nederland meer tong wordt gevangen dan in België.

En gek genoeg wordt het hier in het noorden ook minder, naarmate je boven het Noordzeekanaal komt. Echte topstekken zijn de Zeeuwse stranden tussen Vlissingen en Domburg op Walcheren, delen van de Maasvlakte, de golfbrekers tussen Hoek van Holland en Scheveningen, de Scheveningse havenhoofden en de pieren van IJmuiden. En wie de site Totalfishing.nl een beetje volgt, zal het niet zijn ontgaan dat Lucky Luc Mom graag mag berichten over zijn tongvangsten in het ‘zoete’ achter de sluizen van IJmuiden. Iets specifieker: in het Noordzeekanaal. Deze stekken zijn gekend bij de echte tongenjagers onder de zeevissers. Zij weten precies waar je de meeste kans maakt op genoemde locaties. Het is namelijk niet zo dat je op het gehele strand van Domburg of Oost-Kapelle tong vangt, maar je moet echt bij de juiste paalhoofden staan. En dat geldt ook voor de andere genoemde plaatsen.

 

 

Wil je ook eens gericht op tong en je overweegt op een van de genoemde locaties je geluk te beproeven, offer daar dan eens een ‘verkennacht’ aan op. Ga eerst eens kijken en informeer bij de aanwezige vissers naar hun vangst. Houd je ogen goed open en kijk met wat voor materiaal ze staan te vissen. Kijk of ze hun aas dichtbij of juist ver ingooien. Zitten ze dichtbij de paalhoofden of steenstort, afhankelijk van waar je staat te vissen, of werpen ze steeds gericht op een zelfde plek, juist ver van die obstakels. Misschien kun je die locals wel verleiden tot een uitspraak waarom ze juist daar vissen. Kijk met welk aas ze vissen en hoe ze het aanbieden. Een zeevisser zonder hengel krijgt vaak eerlijke antwoorden, terwijl een zeevisser met hengel toch met de nodige argwaan wordt bekeken. Je bent dan immers een concurrent…
Heb je tijdens die ‘verkennacht’ de voor jou optimale plek gevonden, probeer dan bij een volgende ideale tongenavond eens eerder te zijn dan andere vissers. Soms zul je daartoe al overdag naar die plek toe moeten gaan. Daarna is het rustig afwachten tot de avond invalt en de stroming langzaam uit het water verdwijnt.

 

En neem van mij aan dat de aanbeet van een tong zeer subtiel is

 

Heavy feeder

Voor wat betreft de keuze van een hengel kan ik kort zijn: er is geen specifieke tonghengel. De laatste jaren is echter de zogenoemde heavy feeder in opmars en dát is wel degelijk een hengel waarmee je fantastische sport kunt beleven bij het gericht vissen op tong. Een dergelijke hengel zet met gemak loodgewichten van 80 tot 120 gram weg en de ultradunne toppen, waarvan in de regel diverse varianten worden bij geleverd, registreren de lichtste aanbeet. En juist bij de tong, die een voorzichtige azer is, kan zo’n lichte top het verschil uitmaken tussen het wel en niet registreren van een aanbeet. Neem van mij aan dat de aanbeet van een tong zeer subtiel is.

Op de molen moet bij voorkeur nylon zitten. Een nylon lijn heeft altijd, afhankelijk van de kwaliteit, een lichte vorm van rek. Juist die rek is zo belangrijk. Tong aast bij voorkeur in licht stromend water en het aas dat door ons, de zeevissers, wordt aangeboden, beweegt dus licht in de stroming heen en weer. Een tong heeft dus alle tijd om op zijn gemak te bekijken wat er voor zijn neus heen en weer slingert. Met kleine plaagstootjes probeert hij het aas tot zich te nemen. Dat zijn dus die subtiele tikjes op je hengeltop. Zo’n tong is geen ‘hongerlijer’ die even vol op je aas duikt, maar eerder een connaisseur die ‘geniet’ van wat hem wordt aangeboden. Nu is een zeepier of zager die steeds op dezelfde plek heen en weer slingertniet bepaalde de meest natuurlijke aasaanbieding, maar een ander alternatief is er niet. En dat geldt voor zowel de zeevisser als de tong. Als de tong dan ook nog constateert dat de zeepier op geen enkele manier ‘meewerkt’, is de tong gauw verdwenen. Een beetje rek in de hoofd- en aaslijn kan dus helemaal geen kwaad.

 

De keuze van de auteur

Ikzelf mag graag vissen met de Team Daiwa Heavy Feeder. Lang, licht en een geweldige beetregistratie. Daarop zit mijn Daiwa Saltiga 3500H. Deze molen is klein, ook licht, supersterk en hij is bloedsnel. Handig als je vis over ‘obstakels’ moet binnen draaien. De spoel zit vol met 28/00 transparant gekleurde nylon met een trekkracht van ongeveer 6,5 kg. Sterk genoeg, de eerste tong die meer dan 6,5 kg weegt, moet ik nog vangen!

 

 

Tongenonderlijnen

De ultieme hengel voor de tong is er niet, een reel of molen maakt ook al niet het verschil en dan tóch gericht op tong vissen. Kan dat? Ja! Want voor de tongvisserij zijn het de onderlijnen die het verschil uitmaken tussen wel of niet vangen. En die tongenonderlijnen zijn er in vele varianten. Je hebt er die specifiek zijn bedacht voor de charterboot- of kleine boot visserij, maar de strand- of piervisser is zeker niet vergeten. Ook voor die visserij zijn er onderlijnen die uitstekend geschikt zijn voor de tongvisserij. Voor zowel de boot- als kantvisserij geldt één universele regel en dat is: vis niet met te grote haakmaten. Tong is, ook niet als hij de respectabele lengte van 40 cm plus heeft bereikt, niet behept met een grote bek en daarmee zul je als zeevisser gedegen rekening moeten houden. Een haakmaat groter dan no. 4 is absoluut af te raden. En om verwarring te vermijden: een haakje no. 6 is in de zeevisserij kleiner dan een haakje 4 en een haakje 8 is weer kleiner dan een haakje 6. Een haakmaat no. 4 is bij mij het absolute maximum als ik op tong ga vissen, maar liever nog vis ik met haakmaat no. 6. Tevens moet die haak dun en vlijmscherp zijn. De tong is een dusdanig voorzichtige azer, dat hij eigenlijk door zijn eigen onvoorzichtigheid gehaakt moet worden. Hoe dunner en scherper de haak, des te sneller hij zich ‘vergist’. Tong is naast een nachtazer ook een echte bodemstruiner. Het is dus belangrijk dat jij je haken zo dicht mogelijk, het liefst allemaal, tegen de bodem aanbiedt. Binnen de kotter- en kleine boot visserij wordt dan ook veelvuldig gebruik gemaakt van het zogenaamde ‘weegschaaltje’. Een dergelijke weegschaal is niet een echte ‘verwegsmijter’ en dus zijn er voor de pier- en kantvisserij op tong weer onderlijnen, meestal verzwaard met een loodje tussen hoofd- en aaslijn, die het verschil kunnen uitmaken tussen wel of geen tong.

 

Tong is naast een nachtazer ook een echte bodemstruiner

 

 

Aas

De zeepier en zager zijn zwaar favoriet als het om aas gaat waar de tong zich graag door laat verleiden. Ook slikzagertjes mogen tot het topaas voor tong gerekend worden. Houd altijd rekening met het feit dat de tong geen grote bek heeft. Volwassen zagers, maar ook zeepieren, willen wel eens heel groot zijn en als je die dan ook nog eens in zijn geheel over de haak schuift, maak je het de tong wel heel erg moeilijk om het aas te nemen. Van zagers is bekend dat je die ook in stukjes kunt knippen. Knip een stukje van de zager af dat net zo groot is als de lengte van je haak. Bevestig dit aan je haak maar wel zo dat de haakpunt vrij van zager is. Het stukje zager mag gerust een stukje over de aaslijn worden geschoven. Bij een aanbeet is de haakpunt dan het eerste dat de tong binnen krijgt.

 

 

Zeepieren zijn helaas niet in stukjes te knippen, want dan doen ze hun bijnaam ‘leegloper’ eer aan. Als je daar aan begint, zul je al snel constateren dat er niet meer dan een velletje overblijft. Toch is er een trucje dat je met een zeepier kunt uithalen, vergelijkbaar met het ‘voorbehandelen’ van een Franse tap. Trek het lange dunne onderdeel eens van een pier af en strijk daarna alle inhoud uit het overgebleven dikke deel. Zoek nu even een stevige ondergrond, misschien je viskist, en gooi het leeggestreken dikke deel even hard op die stevige ondergrond. Het restant van de zeepier zal door deze actie nog eenmaal zijn spieren allemaal aanspannen en krijgt dan weer de vorm van een ‘normale’ pier. Een dergelijk stukje zeepier is superaas voor de tong met zijn kleine bek. En dan druk ik mij nog bescheiden uit. Het stuk knippen van een zager of het behandelen van een zeepier zoals hierboven beschreven, wordt overigens niet door iedere toeschouwer op prijs gesteld. Probeer om geen onnodige discussie uit te lokken deze acties dan ook een beetje uit het zicht te houden. Slikzagertjes zijn hele kleine zagertjes waar je er gerust een paar van op je haak mag doen. Rijg ze niet in hun geheel over je haak, maar prik slechts eenmaal dwars door het lichaam van een slikzager. Slikzagertjes zijn een kwetsbaar aas en bij een onjuiste behandeling is het al gauw gebeurd met dit levendige en zeer aantrekkelijke aas.

 

 

Sliptong of slibtong?

Officieel geldt er voor tong een minimummaat van 24 cm. Word je ooit eens gecontroleerd door een BOA (Bijzonder Opsporingsambtenaar) of een andere tot controle bevoegde functionaris zoals een politieagent of een ambtenaar van de AID of de Voedsel & Waren Autoriteit en je hebt in je tas tong zitten die kleiner is dan de wettelijk vastgestelde minimummaat van 24 cm, dan ben je strafbaar. Dat in bezit hebben van een ondermaatse vis wordt aangemerkt als een economisch delict en de opgelegde sanctie is pijnlijk hoog. Kleine, net maatse tong wordt in de vishandel vaak aangeboden als sliptong. Vroeger dacht men dat sliptong ondermaatse tong was en zelfs De Grote Van Dale wist in 1996 over sliptong te berichten dat dit ondermaatse tong is die als bijvangst boven water wordt gehaald. Zelfs in de uitgave van 1999 stond nog ondermaatse zeetong. Jongens, neem van mij aan dat ook sliptong aan de minimummaat van 24 cm moet voldoen om mee naar huis te mogen nemen.

Over de naam sliptong is men het overigens ook niet helemaal eens. De een schrijft namelijk sliptong en een ander schrijft slibtong. Dat men het woord slibtong heeft bedacht, komt omdat men denkt dat de tong graag in slib verblijft. De gebruikers van het woord sliptong denken dan weer te weten dat hij aan deze naam komt omdat hij vaak door de mazen van een visnet slipt. Dat een tong graag in slib verblijft, klopt, maar ik geloof toch echt dat de naam verwant is aan het door de mazen van het net slippen. Sliptong is vaak net maats en dus nog klein. Zo klein dat hij met wat gefriemel best door de mazen van het net kan slippen. De naam sliptong is dus de enige juiste schrijfwijze. Het woord slip betekent overigens in het Engels klein. Dus of hij slipt door de mazen van het net of we hebben de Engelse benaming slip gegeven aan tong. Wie het weet, mag het zeggen…

 

Cor Juffermans

 

Dit artikel verscheen eerder in Zeehengelsport magazine no. 347 

Meer weten over een abonnement? Klik hier.

 

 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.