Zo’n puitaal is een visje met een bijzonder verhaal

05 september 2017 | Redactie

Deze puitaal van 32 cm ving onze lezer Jean Cools uit Hulst afgelopen zaterdag bij het vissen op tong in de Westerscheldemonding voor de kust van Breskens. Al is het voor de soort een flink exemplaar, dát is niet zozeer de reden om hier even bij deze vangst stil te staan. Het feit dat dit zeevisje levendbarend is des te meer!

 

De laatste jaren lijkt deze bijzondere inheemse vissoort wat op de weg terug. In de tijd dat de sportvisserij op het Wad bloeide en er daar werkelijk vele tientallen charterboten dagelijks met vissers de Waddenzee op trokken, werden er heel veel van die puitaaltjes gevangen. In de jaren rond de Millenniumwisseling hoorde je eigenlijk steeds minder van hengelvangsten, maar de laatste tijd lijken ze weer in opmars, ook in de Zeeuwse Delta.

 

Onlangs beschreef onze ‘soortenjager van dienst’ en vaste blogger Sjors Waterschoot nog hoe hij er op uit ging om deze toen door hem nog niet gevangen soort gericht te bevissen en hoe het hem inderdaad ook lukte om aan de Waddendijk in Friesland de puitaal op zijn lijstje bij te schrijven.
Lees hier.
 

Portret

De puitaal draagt de wetenschappelijke naam Zoarces viviparus, waarbij het tweede deel van die naam verwijst naar die bijzondere voortplantingsvorm van deze soort, die hem ook wel de bijnaam levendbarende slijmvis oplevert.

 

Zo’n puitaal is een visje met een bijzonder verhaal

Soortenjagers als Sjors Waterschoot (links) hebben de puitaal hoog op hun verlanglijstje staan.

 

Het enigszins aalachtige visje wordt met name in het kustwater aangetroffen, in het zogenoemde intergetijdengebied. Deze specifieke soort uit de groep Zoarcidae die zo'n 150 soorten telt, komt met name voor in onze Noord-Atlantische wateren, van de kust van Bretagne en de westkust van de Britse Eilanden, tot de Noordzee, de Oostzee en langs de Scandinavische kust.

 

De puitaal kan tot zo’n 50 cm lang worden, maar voor hengelgevangen vissen is dit exemplaar van 32 cm een flinke. Het Nederlands record van de NCRZ staat op 37 cm.

 

Het belangrijk kenmerk is de enkele, doorlopende rugvin, die één geheel vormt met de staart en de anaalvin. Die anaalvin is ruim half zo lang als de rugvin. Vaak is vlak voor de staart een duidelijke inkeping in de rugvin te zien. De vis voelt heel slijmerig aan en onder dat slijm zijn heel kleine schubben zichtbaar. Opvallend is ook de forse kop en de bek met vlezige lippen, maar zonder bekdraden.

 

De kleur van de vis is aan de bovenkant geelachtig groen of bruin en de onderkant is wat meer grijsbruin. Een patroon van donkere vlekken en soms ook gele strepen en vlekjes zorgt voor goede camouflage.

 

Zo’n puitaal is een visje met een bijzonder verhaal

Met 32 cm is deze door Jean Cools gevangen puitaal een flink exemplaar.

 

Levendbarend

Wat de puitaal zo bijzonder maakt, is dat deze soort levendbarend is, of eigenlijk ‘eierlevendbarend’. Bij deze voortplantingsmethode met de moeilijke naam Ovoviviparie worden de eitjes namelijk niet, zoals bij veruit de meeste vissoorten, eerst afgezet door de vrouwtjes en vervolgens in het water door het hom van de mannetjes bevrucht, maar de bevruchting geschiedt inwendig en de ontwikkeling van de eitjes eveneens. Die ontwikkeling gebeurt dan verder zonder dat de eitjes in direct contact staan met de moeder – het lichaam van de moeder biedt ‘slechts’ een veilige ‘broed’plaats. Aquariumhouders kennen dit verschijnsel van de zeer populaire levendbarende tandkarpers als de guppy, de Black molly en de platy.

 

De paai van de puitaal vindt plaats in deze tijd van het jaar - augustus en september- en de 10 tot 100 jongen die in het lichaam van het vrouwtje tot ontwikkeling gekomen, zien zo tussen januari en maart het levenslicht. Deze jonge visjes zijn dan al 4 tot 6 cm lang en na twee jaar zijn ook zij weer geslachtsrijp. Puitalen worden drie tot vier jaar oud.


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.