Down Under (deel 9) | blog Michel van Spankeren

01 september 2017 | Michel van Spankeren

Michel van Spankeren

Student MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit en gepassioneerd zee- en roofvisser.

“Nog één keertje proberen dan…?” Dat is wat ik dacht toen ik ‘s avonds aan mijn diner begon in de mensa van Jane Franklin Hall. Zoals in mijn vorige blog beschreven, hadden de verdwaalde Viking en ik maar weinig geluk met het vangen van giganten. Na tig taaie sessies begon mijn vertrouwen in de stek te dalen en won de gedachte ‘dat de vangst van mijn monstrueuze vleet simpelweg toeval was’ steeds meer land...

 

Als onverbeterlijk doordouwer kon ik echter geen genoegen nemen met ‘toeval’. Er moest en zou iets zijn dat invloed had op de gretigheid van de grote dames. Om daar achter te komen, legde ik mijzelf de missie op om nét zo lang door te vissen op de stek, tot ik het spelletje voor de volle 100% begon door te krijgen. Eerder die dag, rond een uurtje of acht ‘s ochtends, had ik vaarwel gezegd tegen Jesper die ik nog vóór de start van mijn werkdag op het vliegveld had afgezet. Het moest die avond dus zonder mijn trouwe vismaat gebeuren. Zoals voorafgaand aan iedere vistrip pompte ik mezelf op met de gedachte aan het vangen van mijn target, in dit geval een monsterachtige bewoner van de Derwent. Want wat zou het gaaf zijn om nóg een keer oog-in-oog te mogen staan met zo’n machtig dier.

 

Eenmaal op de stek ging ik daarom eerst aan de slag met mijn zware materiaal, zodat die hengel de complete sessie kans maakte op vis. Ik wilde deze sessie iets nieuws proberen en wel een ander type haak. Het gebruik van een ander type dan een cirkelhaak was voor mij een moeilijke afweging. Met een cirkelhaak was ik minder bang dat de haak onfortuinlijk in de bek zou geraken en als de vissen aarzelend aanbijten, wil ik de kans op ongemerkt ‘slikken’ absoluut vermijden. Ik vis momenteel per slot van rekening strikt ‘Catch & Release’ op kraakbeenachtigen… 

 

Down-Under-09-02

Met deze constructie kwam ik na wat internet speurwerk op de proppen. Het werkte jammer genoeg niet voor het vissen vanaf de kant…

 

Ik moet daarbij eerlijk toegeven dat ik mij onlangs heb laten verleiden tot een ogenschijnlijk ‘fout’ stukje Australische cuisine. Sterker nog: het frituurgerecht ‘flake’, dat wordt bereid van ‘gummy shark’ (Mustelus antarcticus), is me zelfs ongelooflijk goed bevallen. Die haaien komen uit een gereguleerde visserij en er is dus eigenlijk niets ‘fouts’ aan, al lijken ze verdraaid veel op onze ó zó sterk gekoesterde gevlekte gladde haaitjes… Het eten van ‘flake’ deed ik in de eerste instantie puur uit culinaire interesse, maar daar ga ik het zeker niet bij laten.

 

Of ik nu haaien en roggen om zeep ga helpen voor een vette hap? Nee hoor, ik betaal er graag een paar centen voor als het zo goed smaakt. Bovendien help ik daarmee een hele keten van vissersboot tot restaurateur aan een eerlijke boterham. Wellicht is een gerecht zoals ‘flake’ een oplossing voor de haaitjes die momenteel noodgedwongen worden aangeland door de Nederlandse vissersvloot…

 

Down-Under-09-03

Geloof het of niet, maar deze ‘flake’ is tig keer lekkerder dan een goede lekkerbek!

 

Afijn, de kraakbeenachtigen die mijn aas weten weg te sabbelen, worden na een fotootje met mij in hun volle glorie vrijgelaten. Over dat sabbelen dus: ik stond voor een dilemma vanwege de grote hoeveelheid vis die ik de weken voordien had verspeeld. Ik viste uitsluitend met een cirkelhaak, de grootste die ik kon krijgen, en het wilde maar niet lukken om er iets op te vangen… Ik besloot daarop om een standaard grove 8/0 haak te gebruiken, die ik bij enig teken van beet direct zou zetten. Ik verspeel liever een vis dan dat ik er eentje ongewenst letsel aan breng. Bovendien mikte ik op vissen die niet bang horen te zijn van een weg schietend stukje aas, mocht ik het onder de neus van wat hongerige bodembewoners wegtrekken. 

 

Als aas reeg ik een flink stuk Chileense pelser (Sardinops sagax) aan de zware takel en bond het geheel stevig af met een grote hoeveelheid ‘bait buddy’, een binddraad die vergelijkbaar is met bindelastiek, maar toch nét iets anders. Ik gebruikte veel van het bindmateriaal omdat zo’n Chileense pelser (mits ongezouten) ongelooflijk zacht is en derhalve zonder versteviging tijdens de worp al van de haak vliegt. Met een voorzichtige doch strakke worp vertrok de halve Chileen vergezeld door 170 gram torpedolood richting het talud dat ik als stek had verkozen. 

 

Down-Under-09-04

Een stuk Chileense pelser en het zo belangrijke rolletje ‘bait buddy’.

 

Met het zware materiaal in de steun pakte ik het onderlijnenmapje erbij om het lichtere spinstokje visklaar te maken. Door alle verloren onderlijnen en afgebroken haken van vorige vissessies restte mij niets anders dan op het gemakje wat knoopwerk aan de waterkant te verrichten. Na wat graaien in de overvolle rugzak vond ik mijn rolletje Amnesia en pakte ik wat haken in maat no. 2 uit de verpakking. Terwijl ik begon aan het bevestigen van een drietal nieuwe haken, begon heel voorzichtig de spoel van mijn 25k Saragosa te tikken. Mijn hoofd sloeg een kwartslag om en alles viel uit mijn handen. Ting … ting … ting … ting, het enige dat ik nog hoorde was het scherpe aluminium gerinkel van een traag aflopende Shimanospoel. Zoals een hond uit Pavlov’s lab begint te kwijlen bij het horen van een belletje, ging mijn hart stapsgewijs sneller kloppen bij het horen van het aluminium gerinkel. Ik kwam overeind, pakte de hengel vast en in een moment van helderheid realiseerde ik mij dat ik die avond met een ander type haak viste.

 

Gelijktijdig met het oppakken van de hengel moest de snoepkont onder water ook wat gevoeld hebben, want die schoot er rap vandoor, met een spinnende molen tot gevolg. Ik voerde direct de weerstand op de spoel op en zette met een overtuigende beuk de haak. Boem! Die haak zat overduidelijk stevig vast en het partijtje maritiem touwtrekken kon beginnen. Na een week vol gemiste kansen moest het tij dan eindelijk gaan keren. Het logge gewicht en bekende manier van vechten verraadden al wat er aan het uiteinde van de lijn probeerde los te komen.

 

Niet veel later kwam er inderdaad wederom een gigant van een vleet richting de oppervlakte. In tegenstelling tot de vorige vleet die ik had mogen aanschouwen had ik ditmaal met een volwassen mannetje te maken, te zien aan de gigantische klaspers die aan de basis van zijn staart bungelden. Naast de klaspers had de vleet een aantal andere opvallende uiterlijke kenmerken, die ik bij het eerder gevangen vrouwtje niet zag, bijvoorbeeld de zwarte ‘snor’ op de snuit.

 

Down-Under-09-05-06

Een mannetje dit keer en met 132 cm niet bepaald een kleintje…

 

Na enig kort gerommel voor de camera mocht dit prehistorische dier weer verdwijnen in de duisternis van het diepe water en klom ik terug aan land om mijn hengel op te tuigen voor de volgende ronde. Ik had het niet direct door, maar toen ik mijn mobiel erbij pakte om Jesper te laten weten wat hij miste, zag ik dat ik binnen amper een half uur al had gedaan wat wij in twee weken niet gedaan kregen… 

 

Hetzelfde recept werd bereid en te water gelaten, terwijl het lichte vismateriaal nog onverrichter zake tegen het bosje aan stond. Toen dat lichtere materiaal eindelijk klaar was om te gaan, joeg een fanatiek groepje tailors (Pomatomus saltatrix) een schooltje hardyheads (Atherinosoma microstoma) de kant op. Bewapend met kleine stukjes inktvis redde ik het schooltje hardyhead van een stressvolle avond en voorzag ik mijzelf van een verse springlevende tailor. Ik bewaarde de vis in een emmer met ruim water zodat die later vers aan de haak kon. 

 

Down-Under-09-07

Deze hardyhead kwam geroepen als aasvis…

 

Terwijl ik verder ging met het belagen van het groepje tailors droomde ik stilletjes verder over de vangst van een nóg groter beest uit het diepe, tot uit het niets de zware Saragosa uit volle borst begon te zingen! Binnen no-time belandde het kleine hengeltje met een boogje op het veelzijdige bosje achter mij. De weerstand op de Saragosa ging omhoog en het bleek dat ik aan het begin van een zenuwslopend gevecht stond, want wát dit ook was, het had absoluut geen zin om richting de kant te komen. De weerstand stond al snel op het maximaal houdbare, zo zwaar dat ik bij het gigantische geweld van de stoomtrein aan het uiteinde van de lijn nauwelijks staande kon blijven. Hoewel ik het zwaar had om überhaupt met beide benen op de grond te blijven staan, deerde dat de vis geen moment en tientallen meters 80 ponds gevlochten lijn knarsten zich een weg door de ogen van mijn parabolisch gespannen hengel. Op het moment dat ik het gevoel kreeg dat ik de vis eindelijk onder controle begon te krijgen, voelde ik een paar stevige kop schuddingen en verloor ik alle spanning… De vis was weg!
 
Ik haalde de zware takel binnen en keek snel op de klok. Nog één worpje kon wel, voor ik huiswaarts moest keren in verband met mijn werk de volgende ochtend. De tailor die eerder die avond niet om mijn stukje inktvis heen kon zwemmen, moest er ditmaal aan gaan geloven. Een vers, sappig en bloederig stuk vis was volgens mij precies waar de monsters vannacht op uit waren. Voorzichtig wierp ik het XXL stuk aas zo ver mogelijk uit; Die voorzichtigheid was geboden, want ik wilde niet dat het veel te grote stuk aas op de inworp mijn hengel zou breken. 

 

Down-Under-09-08

Nog één keertje aas verversen en inwerpen dan maar?

 

Geen vijf minuten nadat het aas neerplofte op de bodem, was het opnieuw raak. Wederom schreeuwde mijn molen het uit en stond ik na het opschroeven van de weerstand met een hoepel kromme K2 in mijn handen. Deze vis was nóg groter dan de vorige en trok mij zonder moeite richting de waterlijn, terwijl tientallen meters lijn van de molen vlogen. Veel te enthousiast begon ik uit alle macht de hengel te pompen, waardoor ik binnen luttele minuten al te kampen kreeg met verzuurde armen en knikkende knieën. Iedere keer dat ik het gevoel had de vis onder controle te krijgen, stompte het beest met lompe klappen de kop van links naar rechts, om vervolgens 180 graden de andere kant uit te zwemmen, waardoor ik weer terug bij af was. Het werd een uitputtingsslag voor beide kampen, want minuut na minuut leek er niet veel te gebeuren. Mijn besef van tijd vervaagde door de diepe focus tijdens op spanning houden van de lijn. Ieder vaag stootje van de vis liet mijn hart een slag overslaan want het zou mij maar gebeuren dat ik ook deze reus verspeelde zonder te weten te komen waar ik mee te maken had… 

 

Op een gegeven moment leek de hoek van de lijn met de hengel en het water te veranderen en gingen de felle runs van de vis over in wat aanvoelde als een soort rollen, zoals ik dat vanuit Noorwegen ken van grote lengen. Of was het de lijn die over de rotsblokken stuiterde?! Met alle laatste beetjes energie die ik nog in mij had, stuurde ik de gigant tussen de rotsblokken door en zag ik voor het eerst kleur! Twee grote goud oplichtende ogen verschenen in het licht van mijn koplamp op een meter of 20 uit de kant, met daarachter een ontzettend langgerekt lichaam. Iedere meter dat het beest dichterbij kwam, werd het groter, groter en breder tot ik op niet meer dan een paar meter van de kantlijn kon zien dat het ging om een gigantische haai! 

 

Ik bedacht mij geen seconde en sprong in het water, pakte de haai bij de staart en sleepte haar voorzichtig richting een beschutte plek met genoeg water zodat ze geen moment droog zou komen te liggen. De haai was echter nog lang niet uitgeteld en kromde de staart diverse malen naar de kop in pogingen mij te bijten. Terwijl de haai haar kop omdraaide, zag ik rijen vlijmscherpe tanden vliegensvlug dichterbij komen. Al ben ik bioloog, mijn naam is geen Freek Vonk en ik nam daarom geen enkel risico en liet iedere keer de haai los. Toen het prachtige beest eindelijk veilig in een poeltje lag, sprintte ik naar mijn driepoot en camera. Het was mij eindelijk gelukt! 

 

Down-Under-09-09

Een grijns van oor tot oor.

 

Vol trots en blijdschap nam ik plaats achter dit prehistorische toproofdier en wachtte ik op de timer om het moment voor altijd vast te leggen. Het euforische gevoel van het behalen van een lang gekoesterde droom werd opgevolgd door een koude rilling over mijn rug toen ik mij bedacht dat dit goed gebekte beest ook nog moest ontdoen van de haak. Aarzelend pakte ik mijn waterpomptang erbij en volgde ik de lijn richting de rijen moordwapens. Alsof de haai aanvoelde dat het moment van vrijlating naderbij kwam, bleef ze verrassend rustig liggen. Eenmaal bij de bek bleek dat de haak niet eens voorbij ook maar één tand was gekomen. De haak zat namelijk aan de buitenkant van de rij tanden, in de lederachtige lip van de haai! Het was onvoorstelbaar dat de haak niet uit de huid was geslagen in het hevigste van de strijd. 

 

Down-Under-09-10

Ik win mijn loterijen liever zo!

 

Het bleek geen enkel probleem om de haak zorgvuldig te verwijderen en vervolgens legde ik mijn meetlint nauwkeurig over de vis. De lengte bleef maar oplopen: 170, 180, 190, 200… om te eindigen op een ongelooflijke 208 hele centimeters! Met stip de langste vis die ik ooit gevangen had, of had zien worden. Hoewel ik nog uren vol verwondering naar het dier kon kijken, naar alle prachtige aanpassingen die het ’t perfecte roofdier maken, was het tijd om haar weer vrij te laten. Via dezelfde weg die de haai de kant op was gekomen, ging ze ook weer terug het water in en met een aantal krachtige staartslagen vertrok ze weer naar het diepe, alsof er niets was gebeurd. 

 

Down-Under-09-11

Wat een bizar grote staart…

 

De aanloop naar deze prachtsessie was taai, uitermate. Na ruim twee weken die in het teken stonden van vis verspelen, materiaal verliezen en slaaptekort had ik het meermaals bijna opgegeven. Gelukkig fluisterde iets mij als Zeeuw ‘Luctor et Emergo’ in het oor en probeerde ik het nog één keer. Met als resultaat een avondsessie om nooit meer te vergeten… 

 

Volg mijn actuele visavonturen op Instagram: 

@chasing_scales


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.