Vissen met Archimedes (deel 2)

13 augustus 2017 | Geert Luinge

Toegepaste natuurkunde voor sportvissers

In het eerste deel van dit tweeluik hebben we ons afgevraagd welke invloed de natuurwetten hebben op onze hobby en we hebben het toen gehad over tamelijk abstracte begrippen als zwaartekracht, mechanica, wrijvingsweerstand en kogelbanen. Deze keer houd ik het vooral heel praktisch en wou ik samen met jullie eens nadenken over bochten in lijnen, hoeken van hengels, de traagheid van lood en het zetten van de haak.

 

 

Zodra we hier op de IJmuider Zuidpier hebben ingegooid en ons lood ligt een flink eind weg, zal er sowieso altijd een grote bocht in de lijn komen. Daar ontkom je niet aan. De zogenoemde slack wordt bepaald door een aantal factoren, zoals de stroming van het water, de windkracht en windrichting, de lengte van de lijn boven- en onder water, vooral de dikte- en de gladheid van de lijn (veel gevlochten lijnen hebben een ribbelig oppervlak), de massa van de lijn (is het een drijvende- of zinkende lijn), de rek in de lijn (nylon of gevlochten), het gewicht van het lood, de wrijving van het lood ten opzichte van de bodem en de trekkracht die wordt uitgeoefend door de gekromde hengeltop. Bedenk wel dat als de wind een andere kant op waait dan de stroming gaat, er in feite twee verschillende bochten in de lijn ontstaan, eentje in het water en een in de lucht, met een knikpunt bij het wateroppervlak…

 

Vissen met Archimedes (deel 2) 02

De hoek van de lijn ten opzichte van de hengeltop bepaalt hoe goed een aanbeet zichtbaar is op de hengeltop.

 

Wil jij het complete artikel uit deze Zeehengelsport 354 graag als eerste lezen?

Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier.


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.