Down Under (deel 5) - blog Michel van Spankeren

21 juni 2017 | Michel van Spankeren

Michel van Spankeren

Student MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit en gepassioneerd zee- en roofvisser.

Sinds mijn aankomst in Tasmanië hadden al mijn vistrips in het teken gestaan van het gericht vissen met kunstaas op één specifieke soort, met een eventuele bijvangst als prettige bijkomstigheid. Zoals ik in een eerder blog al liet weten, ben ik echter altijd te porren voor een sessie ‘soortenjagerswerk’. Het was dus de hoogste tijd om de wateren rondom Hobart eens te peilen op de biodiversiteit…


Op het Zuidelijk Halfrond ging het seizoen na mijn aankomst twee maanden terug over van herfst naar winter en werden de dagen dus alsmaar korter. Ongelukkige timing zou je kunnen stellen, want ik ging aan het einde van de Nederlandse winter weg en stapte het begin van de winter hier weer in. Om de een of andere reden voelde het vervolg in korte dagen dan ook heel onwennig aan. De korte dagen in combinatie met een grote hoeveelheid nieuwe informatie op het werk lieten weinig puf over om s ’avonds nog wat te ondernemen. Na een maandje begon het nieuwe leven gelukkig al een stuk beter te wennen en hield ik wat extra energie over om te besteden in de avonduurtjes. Met de grote hoeveelheid water rondom de stad kon ik het daarom niet laten om na het avondeten een lijntje te natten.

 

Het doel was om met behulp van een oer-Hollands een paternoster haakjes beaasd met stukjes vis aan te bieden aan alles dat langs zwemt. Tijd om specifiek één vissoort te bejagen, had ik in het weekend immers genoeg. Met behulp van de Navionics webapp, Google Maps en Google Earth zocht ik wat water op waar ik makkelijk bij de kant kon komen én dichtbij en gratis kon parkeren. Bovendien wilde ik niet te ver hoeven rijden naar mijn stek, omdat ik toch enigszins op tijd weer in bed wilde liggen in verband met mijn werk de volgende dag. Een stuk strand genaamd Sandy Bay zag er interessant uit. Op een luttele tien minuten rijden, gratis parkeren en s ’nachts helemaal verlaten.

 

Down-Under-05-02

Prachtig stukje strand te midden van de stedelijke bebouwing.
Foto: Google Maps

 

Met het onderlijnenmapje in de rugtas, inktvis uit de hengelsportzaak en wat zelf gevangen Australische zalm als aasvis in de emmer, stapte ik het strand op. Aangezien het hoogwater was, zette ik direct mijn materiaal in elkaar. Om kans te maken op wat grotere vissen werd de zware hengel voorzien van een cirkelhaak op een schuifloodsysteem en beaasd met een stevig stuk inktvis. De kleinere hengel werd voorzien van een simpele warrellijn, waarvan ik de haakgrootte wat zou variëren tijdens het vissen.

 

Nog voor de onderlijnen richting de overkant gingen, moest ik uiteraard geheel volgens Australische standaard gebruik maken van ‘burley’. Burley is een verzamelnaam voor lokvoer zoals veel witvissers dat kennen. Aan het zoute water wordt echter vaak gebruikt gemaakt van dierlijk eiwit rijke ingrediënten als slachtafval van vis of honden- en kattenvoer. Mijn portie burley ging bestaan uit het slachtafval van de Australische zalmen. Omdat ik geen idee had hoe burley gebruikt moet worden, gooide ik het goedje maar zo ver in het water als ik kon en bood ik mijn onderlijn met kleinere haakjes in die regio aan.

 

Down-Under-05-03

Heerlijk ontspannen nachtje soortenjagen, met op de achtergrond de Tasmanbrug over de Derwent.

 

Na een kwartiertje begon de lichte spinhengel heel typisch zachtjes door te buigen. Ik had zo mijn vermoedens en haalde daarom maar binnen. Een logge massa aan het uiteinde van mijn lijn verraadde het al: ik had direct al ‘last’ van krabben. Ik kreeg de krab boven water en zag dat het ging om een soort blauwe zwemkrab. Ik heb het beestje niet heel goed bestudeerd, maar ik moet zeggen dat de krab wel verdraaid veel leek op de blauwe zwemkrabben die van tijd tot tijd aan de Nederlandse kust de onderlijnen teisteren. Desalniettemin een leuke vangst, die ik niet vaker hoopte te gaan zien…

 

Down-Under-05-04

Lachen als de spreekwoordelijke boer met kiespijn bij de vangst van dit krabbetje…

 

Omdat de krabben wel heel enthousiast aan de haal gingen met het aas van de lichte hengel, besloot ik na een tijdje wat actiever met het aas te vissen. Ik draaide het aas iedere paar seconden een stukje dichter naar de kant en direct bij de eerste poging de krabben te ontwijken, resulteerde dat al in een aanbeet. Het 20 grams hengeltje trok een aardig eindje door en iets onder water had absoluut geen zin om dichter bij de kant te komen. Jammer genoeg voor de vis zat deze goed gehaakt en had ik absoluut geen zin om een vis te verspelen. Eenmaal op de kant bleek het te gaan om misschien wel de meest iconische vissoort die Australië rijk is, de flathead (Southern sand flathead - Platychephalus bassensis).

 

Down-Under-05-05

Zo’n Southern sand flathead kun je vergelijken met een pitvis op steroïden!

 

Helemaal in mijn nopjes met de vangst van mijn eerste flathead ooit ging ik verder met het actief bodemvissen, tot ik de zware hengel zag stuiteren. Ik legde de lichtere hengel snel aan de kant en wachtte op nog een paar tekenen van leven alvorens ik begon binnen te halen. Het leek alsof ik te vroeg was met binnenhalen, want ik voelde niet veel meer dan het gewicht van het lood en de weerstand van het grote stuk inktvis. Vlak voor de kant bleek er gelukkig toch nog iets tegen te stribbelen en eenmaal op de kant bleek het om een prachtig jong haaitje te gaan! Een Australische zwelhaai (Cephaloscyllium laticeps). Na een paar fotootjes mocht dit fraaie beestje weer terug de Derwent in, om weer vrolijk verder te groeien. En ik mocht opnieuw een nieuwe vissoort noteren. Dat ging lekker zo!

 

Down-Under-05-06

Down-Under-05-07

Super blij met de vangst van dit prachtige Australische zwelhaaitje!

 

Terwijl ik het haaitje met mijn koplampje volgde op zijn toch de diepte in, zag ik hier en daar jonge vis weg schieten. Ik besloot om een onderlijn met haakjes no. 10 en minuscule stukjes inktvis vlak onder de kant aan te bieden. Na een half uur zonder succes, ging ik die visjes eens wat nader onderzoeken. Ik waadde een stuk van het strand af en zag onder meer een soort geep en een andere oppervlaktebewoner. Daarbij viel op dat ze niet bang waren van mijn licht en dat ze keer op keer tegen mij aan zwommen. Reden genoeg om het vingerhoedje af te doen en het vissen met blote handen een kans te geven.

 

De geepjes lieten zich niet makkelijk pakken en friemelden zich keer op keer als kleine aaltjes tussen mijn vingers door. Ik wendde mijn aandacht tot het andere vissoortje dat ik aan de oppervlakte zag hangen. Dit visje was een stuk minder actief dan de geepjes en liet zich na een aantal pogingen toch wel vrij gemakkelijk pakken. Ik was niet zeker van wat ik zojuist te pakken had gekregen, maar volgens de Tasmaanse determinatie app bleek het om een small mouth hardyhead te gaan (Atherinosoma microstoma).

 

Down-Under-05-08

Met de hand gevangen interessant klein visje, dat op de app onder de categorie ‘aasvis’ viel.

 

Na het succes van het vangen van de hardyhead moest ik natuurlijk ook die kleine geepjes beter bekijken. Ik liep dus wederom het water in, op zoek naar de visjes. Die leken naar verderop te zijn gezwommen en ik liep dus een stukje door het water, tot ik plots een zeezoogdier hard hoor uitademen door zijn of haar spuitgat. Ik schrok er in de eerste instantie van omdat het dier vrij dichtbij was, maar ging –nieuwsgierig als ik ben- desondanks vrijwel direct met de felste stand van mijn koplamp opzoek. Ik kon de ademstoten met druppels water de lucht in zien schieten en gezien de rimpelingen in het water ging het om een dier van flink formaat. Jammer dat mijn lampje niet sterk genoeg was om het dier op te doen lichten…

 

Het vangen van de grappige Australische variant van de geep kostte uiteindelijk wat meer moeite dan het vangen van de hardyhead maar binnen een half uur had ik ook die soort in mijn handen. Ik zag pas toen ik het visje in mijn hand had dat de bek heel anders is dan die van onze geep. Bij deze halfsnavelbek (Hyporhamphus melanochir) was namelijk de onderkaak lang en de bovenkaak kort, in vergelijking tot onze geep, waarvan beide kaken lang uitgerekt zijn.

 

Down-Under-05-09

De halfsnavelbek oftewel Hyporhamphus melanochir.

 

Door het prachtige resultaat van een avondje vissen ben ik de avond erop direct weer richting Sandy Bay getrokken om te kijken of ik mijn lijstje soorten nog wat kon uitbreiden. Die avond had ik geen last van krabben, maar kwam de visserij pas laat op gang. Verassend genoeg kreeg ik ineens veel meer beet nadat ik mijn haakjes no. 10 met kleine stripjes aas verving door grovere stukken aas aan haken no. 4. Dit resulteerde naast een aantal flatheads wederom in een nieuwe soort! Ditmaal wist ik een kabeljauwachtige aan mijn lijstje toe te voegen: de bearded rock cod (Pseudophycis barbata).


Down-Under-05-10

Het is maar een ‘guppy’, maar wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.

 

Het laagdrempelige karakter van het avontuur aan Sandy Bay smaakt naar meer en de volgende trip staat al in de planning. Tot dan is het nagenieten van de foto’s en herinneringen aan deze twee prachtige avonden…

 

Volg mijn actuele visavonturen op Instagram:
@chasing_scales


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.