Down Under (deel 2) | blog Michel van Spankeren

20 mei 2017 | Michel van Spankeren

Michel van Spankeren

Student MSc Aquaculture and Marine Resource Management en MSc Animal Sciences aan de Wageningen Universiteit en gepassioneerd zee- en roofvisser.

Eenmaal alles geregeld voor mijn lange reis naar de andere kant van de aardkloot, bleek vliegen één ding, maar van het vliegveld naar de accommodatie geraken, dát bleek eigenlijk nog stuk lastiger. Ik zou namelijk aankomen op 25 april en dat is een nationale Australische (en Nieuw Zeelandse) feestdag genaamd ‘ANZAC day’ (Australian and New Zealand Army Corp day). ANZAC day is wellicht enigszins vergelijkbaar met onze 4 en 5 mei en het mag dan ook voor zich spreken dat niemand van werk beschikbaar was om mij van het vliegveld op te pikken. Er zat dus niets anders op dan zelf iets te regelen…

 

Ik had gemengde gevoelens bij direct doorreizen naar mijn verblijfscomplex in Zuid-Hobart. Het zou enerzijds heerlijk zijn om even in mijn eigen kamer neer te ploffen en rustig aan het feit te wennen dat ik eindelijk in Tasmanië zou zijn. Aan de andere kant moest ik direct proberen in een goed dag-nacht ritme te blijven. Omdat ik om half tien ‘s ochtends op het vliegveld zou aankomen en het op dat tijdstip in Nederland half twee ‘s nachts zou zijn, wist ik zeker dat ik het zwaar ging krijgen met dat tijdsverschil. Bovendien zou ik na 36 uur te midden van voortdurend krijsende baby’s, vliegtuigeten en tussenstops met slapen op harde betonnen vloeren de verleiding van een matras niet kunnen weerstaan.

 

Down-Under-02-02

Na 36 uur reizen was ik dan eindelijk op Tasmanië aangekomen.

 

In Nederland was ik tussen het inpakken door op Instagram in contact gekomen met een super enthousiaste en ervaren Australische medevisser, Arron Colgrave (Instagram: @tacklenut). Toen we via de app met elkaar aan de praat waren geraakt, vroeg Arron wanneer ik aan zou komen en wat mijn plannen waren voor de eerste dag. Ik liet hem weten dat ik geen verplichtingen had en ik vroeg hem naar de beste manier om van het vliegveld naar mijn verblijf te geraken. Ik dacht dat hij mij zou aanraden een shuttlebus te nemen naar het centrum en vanuit daar door te reizen, maar hij had een veel beter idee. Arron vroeg mij of ik het zag zitten om direct vanuit het vliegtuig te gaan vissen! Ik zou mijn verblijf in stijl inwijden én de hele dag wakker blijven om direct een goed dag-nacht ritme op te pikken. Een prettig gevalletje twee vliegen in één klap slaan dus.

 

Down-Under-02-03

Zo krijg je mij aan het lachen, direct vanuit het vliegtuig het water op. Wat een topgozer die Arron!

 

Eenmaal met beide benen op Tasmaanse terra firma was het een kwestie van snel de bagage oppikken en met Arron mee om de boot op te halen. Zoals ik al opmaakte uit de chat bleek Arron een schat aan informatie over de visserij in Australië te bezitten. Na de eerste kennismaking ‘real world’ ging het gesprek dan ook direct over de visserij rondom Hobart. En als je daarover met Arron praat, is er eigenlijk maar één type visserij dat er voor hem toe doet: het bevissen van ‘Brimz’. Naast een heel leven aan viservaring had Arron zich de laatste 15 jaar namelijk ontwikkeld tot een waar specialist op het gebied van ‘brimz’.

 

Down-Under-02-04

Op het water vergeet je het tijdverschil zo!

 

‘Brimz’ staat in het fraaie Australische slang voor ‘breams’ en het is dus een verzamelterm voor de groep zeebrasemachtige sportvissen die in Australië zeer geliefd zijn. Langs de gehele kustlijn van Australië zijn verschillende soorten zeebrasems te vinden en er zijn tal van grote toernooien met als doel het vangen van de vijf zwaarste vissen. Ik heb mij laten vertellen dat je de visserij op zeebrasem alhier het beste kunt vergelijken met de visserij op ‘bass’ in de Verenigde Staten. Kolossaal dus!

 

Down-Under-02-05
 ‘Bream’ toernooien zijn Down Under nét zo populair als de bekende bass tournaments in de USA.

 

Het mag voor zich spreken dat het doel van de dag het bevissen was van Black Bream (Acanthopagrus butcheri), oftewel zwarte zeebrasem. Deze vissoort moet overigens niet worden verward met ‘onze’ zeekarper, (Spondyliosoma cantharus) die in Engeland en Ierland ook Black Bream wordt genoemd. De zwarte zeebrasems in Tasmanië zijn de grootste die je in heel Australië kunt vinden. Om daarbij geen verkeerd beeld te schetsen: het gaat om vissen tot maximaal 45 cm en dat zou een absolute gigant zijn. Qua bouw lijken de vissen ontzettend veel op onze zomergast, de goudbrasem (Sparus aurata). Omdat die goudbrasem langs de kust van onze Lage Landen steeds vaker wordt gevangen en in het Europoortgebied zelfs al gericht wordt belaagd, was ik ontzettend benieuwd naar de technieken die hier toegepast worden. Uit de foto’s van Arron op Instagram maakte ik op dat hij deze zilveren krachtpatsertjes belaagt met kleine (6 cm) lange, flitstende plugjes, die door middel van een loodstripje suspenderend (= ‘zwevend’) worden gemaakt.

 

Down-Under-02-06

Zwarte zeebrasem (Acanthopagrus butcheri).

 

Na een korte ‘pitstop’ bij een pompstation met aangrenzende Subway waren we klaar om de boot vanaf de trailer de getijdenrivier op te laten glijden. Nog op de trailerhelling zelf zag ik een grote groep kleine visjes al flitsend rondom een wittig object zwemmen. Afgaande op de kunstaaskeuze van Arron nam ik aan dat dit de natuurlijke aasvis was waarop de zeebrasem foerageert. Grappig detail: toen ik nog eens goed keek naar het witte object, zag ik dat het om de kop van een behoorlijke ‘mako’ ging. Arron schatte de originele haai in op ruim anderhalve meter! Het witte vlak was namelijk het snijvlak waar de visjes kleine stukjes van af knabbelden. Jammer genoeg heb ik met mijn versufte brein na al dat vliegen geen foto gemaakt van het tafereel!
 
Op de boot gingen we kort in op het materiaal en de techniek. Als hengel gebruikten wij een stok tot 2 kilogram; daarbij kun je denken aan een werpgewicht tot een gram of 10 maximaal. Daarop zat een molen in de orde van grootte 2000/ 2500 met een dunne gevlochten lijn en aan het uiteinde daarvan een voorslagje van 20/00 nylon of fluorocarbon. Voor onze Nederlandse begrippen moeten wij dus al snel denken aan ‘ultralight’ visserij.

 

We gingen de zeebrasems te lijf met kunstaas. Arron’s voorkeur gaat uit naar ‘zwevende’ kleine plugjes van een centimeter of zes met een flitsende metaalglans. Omdat veel plugjes drijvend zijn, balanceert Arron zijn plugjes uit door van een zelfklevend stripje lood onder het aasje te plakken. Het zwevende effect van het aasje is volgens Arron cruciaal bij het belagen van de ‘brimz’.

 

Down-Under-02-07

Een klein stukje lood met plakstrip en wat zout water zijn voldoende om je zeebrasemaasje te prepareren voor de strijd.

 

Na een korte vaartocht kwamen we aan op de eerste stek. We hadden wat pech met het getij, want de rotsen die bij vloed onder water liggen, waren bij het afgaande tij waarop wij arriveerden te ondiep komen te liggen. Desalniettemin bestookten wij de randen van die obstakels, maar na een aantal keren vastlopen en nul aanbeten was het direct verkassen. Op de volgende stek(ken) was het idee hetzelfde: vanuit de boot zoeken naar obstakels en langs die obstakels vissen. Arron wist uiteraard elke steen uit zijn hoofd te liggen en positioneerde de boot dusdanig dat het voor mij vrij simpel was om de kant te bestoken. Althans: dat dacht ik…

 

Down-Under-02-08

Niets is fijner dan aan de andere kant van de wereld ontvangen te worden door zo’n open persoon en dan ook nog eens keer op keer te dubbelen op vis!

 

Arron hield mijn techniek in de gaten en wees mij keer op keer op het feit dat ik te snel viste, een veel voorkomende fout bij roofvissers. Ik nam dus even de tijd om goed te kijken wat Arron nu eigenlijk precies deed. Hij wierp het aasje in, zo dicht mogelijk bij de kant, zonder in de stenen te geraken. Nadat het aasje het water had geraakt, draaide hij de lijn rap op spanning en gaf een harde ruk aan zijn hengel om het plugje direct naar de ‘zwemdiepte’ te brengen. Eenmaal op zwemdiepte bleef het aasje door het uitbalanceren zweven en vanaf dat moment werd het lastig. Arron bewoog zijn hengeltop naar de lijn toe en hield de lijn rustig op spanning door mee te draaien. Vervolgens gaf hij een abrupte snok aan de lijn door de hengel van de lijn af te bewegen, al dan niet met een pauze van een fractie van een seconde zodat het aasje iets ander zou bewegen. Volgens hem is dat het moment waarop je de aandacht van de vis trekt. De kleinere zeebrasems zullen vaak zat op dat moment al aanvallen, maar de grote absoluut niet. Wat daarna volgt is een pauze. Het aasje is zwevend en zal dus in het water blijven hangen. Arron liet zonder schroom zijn plugje 4-5 seconden ‘hangen’ voor hij weer rustig de lijn op spanning draaide en de volgende ruk gaf.

 

Down-Under-02-09

De expert doet het voor; heerlijk dat lichte materiaal!

 

Dit finesseverschil in techniek resulteerde op de tweede stek al snel in een vis voor Arron. Ik keek naar zijn hengeltop op het moment van de aanbeet. Het aasje lag al zeker twee seconden roerloos in het water, toen de top vanuit het niets hard doorsloeg en de slip begon te lopen. Wat een explosie van een aanbeet! Na een paar korte runs liet Arron al weten dat het ging om een kleintje. Nou, doe mij ook maar een kleintje dacht ik! Mijn eerste aanbeet kwam niet lang daarna. Een (te) snel binnen gevist aasje resulteerde vlak voor de boot in een stevige tik op mijn hengel. Ditmaal was het geen zeebrasem, maar een Australische zalm (Arripis trutta). Mijn eerste vis in Australië was een feit!

 

Down-Under-02-10

Nieuwe vissoort nummer één in de pocket: Australische zalm.

 

In de loop van de dag begon ik de techniek beter in de vingers te krijgen en ving ik meer en meer vis, zelfs ‘double hook-ups’ waren geen toeval meer. Opvallend was dat de zeebrasems vrijwel altijd in de eerste paar meters van de kant af aanbeten, terwijl een paar meter uit de boot juist de Australische zalm zich vergreep aan het aas. Het was ook opvallend dat het gemiddelde formaat van de vis die Arron ving hoger lag dan die van mijn vangsten.
 
Arron dacht dat dit weleens zou kunnen liggen aan mijn snelheid van binnen vissen. Hoewel ook ik het aasje af en toe twee lange seconden stil liet hangen, moest ik het van tijd tot tijd toch nog wat langzamer aan doen, was het advies van de veteraan. Hij bleek ook nog eens gelijk te krijgen, toen ik tijdens het binnen vissen onbewust een lange pauze nam doordat ik aan het praten was. Uit het niets kreeg ik een ferme tik op de hengel, gevolgd door een stevige korte run.

 

Down-Under-02-11

Arron met een beter formaat zeebrasem.

 

Hoewel de omstandigheden die dag ontzettend taai waren ten gevolge van een sterke wind en een minder geschikt getij kregen we in de luwten toch een stuk of 20 vissen in de boot, waaronder een stevige vis die Arron de eerste 30 seconden van de dril nauwelijks van de bodem afkreeg.

 

Een heerlijke start van mijn verblijf in Australië!

 

Volg mijn actuele visavonturen op Instagram:
@chasing_scale


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.